
Wie wil begrijpen wat er waar is van de Sapir-Whorfhypothese, zou het spelletje color moeten doen, dat de laatste weken op het internet rondgaat.
De Sapir-Whorfhypothese is al bijna honderd jaar een lieveling van iedere wetenschapscommunicator over taalkunde: de stelling dat je taal je denken zou beïnvloeden, dat sprekers met een taal zonder aparte toekomende tijd, de toekomst meer als een vorm van het heden zien. In zijn sterkste vorm zegt de hypothese dat je taal je denken echt begrenst, dat je geen dingen kunt bedenken buiten de categorieën van je taal. Die sterke vorm is allang weerlegd, maar voor zwakkere vormen is soms wel experimenteel bewijs gevonden.
Veel van die experimenten gaan over kleuren, bijvoorbeeld omdat talen het kleurenspectrum op verschillende manieren verdelen. Er zijn talen waarin je alleen tussen donkere en lichte kleuren kunt onderscheiden, of waarin rood de enige kleur is die eruit springt, en in westerse talen is er een veel rijkere waaier aan namen voor kleuren. Zijn mensen nu beter of slechter in testjes waarin ze bijvoorbeeld kaartjes van dezelfde kleur bij elkaar moeten leggen?
Fractie
Dankzij het – gratis – spelletje Color kun je het nu zelf ervaren. De regels zijn simpel: je krijgt gedurende een aantal seconden een kleur te zien, en daarna moet je met wat schuifjes dezelfde kleur zien samen te stellen. Het is op zich een amusant spelletje, je kunt er je gevoel voor kleur mee toetsen.
Maar in de eerste plaats valt dan op dat je niet volkomen machteloos staat tegenover kleurschakeringen die je helemaal niet kunt benoemen. Je ziet een bepaalde tint blauw waarvan je niet zou weten hoe hem tegen iemand anders te beschrijven, maar die je met die schuifjes wel degelijk kunt namaken. Daarmee weerleg je dus de sterke versie van de Sapir-Whorf-hypothese, gewoon op je eigen telefoon. Je kunt onbenoembare kleuren wel degelijk herkennen en zelfs onthouden. Je kleurendenken wordt niet helemaal ingekaderd.
Tegelijkertijd merk je dat kleuren die je wel kunt benoemen net iets gemakkelijker zijn dan andere. Je zit toch, of laat ik voor mezelf spreken: ik zit toch even te klungelen met die schuifjes en dan helpt het bij het herinneren toch wel dat je weet: het was een vrij lichte tint turquoise. Dat effect komt vrij precies overeen met wat er in experimenten is gevonden. Sprekers van talen die geen groen en blauw onderscheiden, kunnen nog steeds blauwe kaartjes bij andere blauwe kaartjes leggen en groene bij groene. Ze doen er alleen een fractie van een seconde over.
Ik vermoed dat het effect nog sterker zou zijn als je de app tussen het moment dat je de kleur hebt gezien en hem probeert te reconstrueren, een paar minuten laat liggen. Taal bepaalt misschien niet zozeer hoe we de wereld zien of ervaren, maar veeleer wat we ervan onthouden.
De app een paar minuten laat liggen, -wie denkt er dan? Precies het binnenbrein. Zonder taal en kleuren. Dat is het fascinerende werk van miljarden bedrading. En dan heb je nog de tetrachromie een genetische aanleg. Mondriaan zag in zijn begintijd een rode kleur in blauw.
Volgens mij is de “zwakke” vorm van Sapir-Whorfhypothese geldig voor luie denkers. Ik kan me niet voorstellen dat iemand die geconfronteerd wordt met iets waarvoor hij geen woorden heeft maar dat wel bedreigend is, niet in staat zou zijn dat op te merken.
Het is grappig dat je dat benoemt over de toekomende tijd, want daar is laatst een experiment over gedaan waar het Nederlands werd vergeleken met het Engels. Omdat je in het Nederlands kunt zeggen “ik zwem morgen een rondje”, en in het Engels niet, zouden Engelstaligen betere toekomstvoorspellingen kunnen doen (of juist niet, ik ben het vergeten). Ik vond het allemaal erg twijfelachtig klinken, maar heb nog geen tijd gehad naar de daadwerkelijke paper te kijken.
*het paper
Deze is het, volgens mij. De auteurs waren te gast bij de podcast Because Language en hadden het daar vooral over het Nederlands, maar ze hebben ook andere talen meegenomen, zie ik.
Ik weet het niet, hoor. Als het echt zoveel zou uitmaken, dan zouden we toch ook moeten zien dat landen met bepaalde talen het economisch veel beter of slechter doen dan anderen…
https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0132145#sec014