
Jan-Jaap van Peperstraten is de Nederlandse socialemediapastoor en in het algemeen misschien wel de meest zichtbare Nederlandse pastoor op dit moment. Gisterenavond plaatste hij dit bericht op BlueSky:
Ik blokkeer veel accounts.
Pro-antisemitisme.
Pro-terreur
Pro-fascisme
Pro-fraude
danwel:
vloek-accounts
schreeuw-accounts
ophitsing-accounts
danwel:
aanmoediging voor t plegen van misdrijven zoals:
fraude
belastingontduiking
smaad
laster
Vandaag zijn de pro-fraude accounts aan de beurt.
— Jan-Jaap van Peperstraten (@jjvpeperstraten.bsky.social) 16 February 2026 at 19:32
Uit zo’n bericht valt van alles te leren, bijvoorbeeld al helemaal aan het begin, over de woordstructuur van het Nederlands. Hier is een woord met een voorvoegsel genomen (antisemitisme) en daar is opnieuw een voorvoegsel, pro, voor geplakt. Je kunt in principe eindeloos doorgaan met het stapelen van woorddelen (Van Peperstraten betoont zich hier een anti-pro-antisemiet, en mijn houding daartegenover is onversneden pro-anti-pro-antisemitisme).
Taalkundigen noemen dat recursie. Sterker nog, het doet denken aan een van de de bekendste voorbeelden in de literatuur: die van de antiraketraket, die bestreden kan worden door de anti-anti-raket-raket-raket, waarop de vijand kan timmeren aan haar anti-anti-anti-raket-raket-raket-raket. We bouwen woorden zoals kinderen blokkentorens bouwen: als je maar genoeg blokjes zorgvuldig genoeg stapelt kun je heel hoog komen.
Hoop discussie
Het basiswoord antisemitisme zit trouwens zelf ook nog interessant in elkaar. Het lijkt een combinatie van anti en semitisme, maar de antisemiet is niet zozeer tegen semitisme, maar tegen Semieten, dat wil zeggen Joden. Antisemiet is dus het basiswoord en antisemitisme is daarvan afgeleid. Waar de betekenis tussen pro-antisemitisme en antisemitisme dus dezelfde is als tussen woke en pro– of anti-woke (die zijn voor of tegen woke), is dat wat ingewikkelder tussen antisemitisme en semitisme. Ook dat is een kenmerk van woordvorming: als twee woordstukjes lang genoeg aan elkaar geplakt zijn, wordt hun onderlinge relatie steeds minder transparant. Niemand weet nog waar de professor vóór is.
Van belang is ook nog dat pro- en anti- in het hedendaagse Nederlands een dubbelleven leiden. Ze zijn voorvoegsels (antibioticum, promoveren), maar functioneren ook als zelfstandige woorden: ‘ik ben pro’ en ‘jij bent anti.’ Die zelfstandigheid maakt het makkelijker om ze voor bestaande woorden te plakken. Niemand heeft moeite om de woorden pro-Palestinabetogers en anti-wokebewegingen te snappen. Van Peperstraten gebruikt zelfs een koppelteken in pro-antisemitisme, om de zelfstandigheid van pro te benadrukken. Pro en anti bewegen zich op de grens van prefix en zelfstandig element. Behalve als ze helemaal met hun basis versmolten zijn, zoals in antisemitisme, dat er dan ook raar uit zou zien met een streepje.
Er zit ook nóg een laag in het woord. Die van de betekenis. Wie pro-antisemitisme zegt, kiest bewust voor een omslachtige constructie terwijl antisemitisch, dat logisch gezien het zelfde betekent, als bijvoeglijk naamwoord natuurlijk ook beschikbaar is. Die omslachtigheid is op zich al betekenisvol: het benadrukt dat niet gaat om een persoonlijke houding, maar om een positie ten opzichte van een ideologie.
Het extra, ‘overbodige’ voorvoegsel schept afstand. De accounts die door Van Peperstraten geblokkeerd worden, zijn volgens de pastoor niet per se zelf antisemitisch — ze zijn niet tegen Joden, maar vóór antisemitisme. Daarmee wordt de beschuldiging ingepakt in crepepapier van voorvoegsels.
Even terzijde. Semieten, zijn dat behalve Joden niet ook de Arabieren?
Absoluut! Eigenlijk ‘foute’ term wegens niet correct.