Confuc (26)

– Confucius, wat zou u doen als u geroepen werd om een land te besturen?
– De taal goed gebruiken. Als de taal niet goed gebruikt wordt, zeggen de woorden niet wat ze moeten zeggen. Dan blijven de dingen die gedaan moeten worden ongedaan.
Een coalitieakkoord. Aan de slag! Een nieuw kabinet. Bouwen aan een beter Nederland! De tekst van het coalitieakkoord begint zo:
Het is tijd om aan de slag te gaan voor een beter Nederland.
Zo’n eerste zin roept direct de vraag op: Waarom is het nu tijd? Je mag dan in de volgende zin een verwijzing verwachten naar een lange tijd van niets doen. Bijvoorbeeld: Te lang is er niets gedaan aan de stikstofproblematiek, de woningnood, enz. Maar nee, de tekst gaat zo verder:
D66, VVD en CDA willen daar de komende jaren werk van maken, samen met anderen en op de manier die past bij ons land.
Mooie vraag voor een havo 4-klas. Waarnaar verwijst ‘daar … van’? Daarom is het vak tekstverklaring ook zo saai, omdat teksten zo saai zijn. Dus, deze drie partijen willen er werk van maken om aan de slag te gaan. Zo lijkt het alsof je eerst nog een aanloop moet nemen. Nee, het zal wel verwijzen naar ‘een beter Nederland’. Maar kun je werk maken van bijvoorbeeld een mooier huis? Dat wringt toch een beetje. Je kunt werk maken (veel zorg besteden) aan iets, om iets beter te maken. Maar zorg besteden aan een ‘beter iets’?
En dan ‘samen met anderen’. Wie zijn die anderen? Alle Nederlanders, andere partijen, vertegenwoordigers van woningbouwverenigingen, statushouders, stakeholders misschien? De zin eindigt heel spannend: Dat ‘werk maken van’ wil men ‘op de manier die past bij ons land’. Waarom staat hier ‘de manier’? Is er maar één manier? Dat kan toch niet met al die ‘anderen’. Hier zal wel bedoeld zijn ‘op een manier’. Maar dan blijft er nog een belangrijke vraag over: Welke manieren passen dan níét bij ons land? Dat de rijken steeds rijker worden? Dat politici steeds grovere taal gebruiken? De verwoesting van openbare waarheid’? Daar zou je dan in de volgende zin iets over verwachten.
In de volgende zin staat dat er al veel goeds is opgebouwd, maar er staat niets over ‘de manier’. Wel komt daana deze zin:
Er zit enorm veel kracht en initiatief in de samenleving zelf.
Goed om te horen natuurlijk, dat deze drie partijen dat vinden. Maar als wij als samenleving al zoveel kracht en initiatief hebben, waarom dan daar niet meer aandacht aan geven? De eerste alinea van het coalitieakkoord besluit als volgt:
Zo is ons land gevormd en zo kunnen we het met elkaar verder brengen.
Ik zie weer de havo 4-leerling, met die vervelende vragen over verwijswoorden. Na de lastige vraag ‘Waarnaar verwijst het tweede woordje ‘zo’? roept de tekst nog een vraag op: Waarnaar verwijst het woordje ‘het’? Dat moet wel verwijzen naar ‘land’. Maar je kunt een land toch niet verder brengen? Ja, je kunt de samenleving uit de zin daarvoor verder brengen. Maar ‘het’ kan toch niet verwijzen naar een de-woord?
De openingsalinea eindigt met ‘verder brengen’. Je zou dan in de tweede alinea een antwoord verwachten op de vraag: ‘Verder … waar naar toe?’ Maar nee, de tweede alinea begint over een heel ander onderwerp!
De drie politieke stromingen die dit akkoord presenteren, hebben elk een eigen geschiedenis en een eigen mens- en wereldbeeld.
De zin lijkt afkomstig uit een rapport van een wetenschappelijk bureau van een politieke partij. En dan deze zin laten verdwalen naar de tweede alinea van een ‘aan-de-slag-tekst’! Zo jammer. Terwijl de tweede alinea toch de mooie formulering bevat dat mét elkaar meer oplevert dan tegen elkaar. Met direct daarna een zin waarin een woord staat dat passie, hartstocht en overtuiging uitstraalt.
Juist daarom zijn we erop gebrand te laten zien dat het anders kan.
Tekstschrijvers, aan de slag!
Laat een reactie achter