
De Nederlandse poëzie heeft in 2026 nu al een klassieker voortgebracht: de vijftiendelige cyclus Voor de vervuiling van Anne Vegter, opgenomen in haar Projectmedewerkers. Het is, zoals vaker bij Vegter, spreektaal en filosofie, smerigheid en tederheid, en alles door elkaar, in vijftien sterke gedichten. Vervuiling verwijst nauwelijks naar smog, afval of CO₂ alléén, maar vooral naar een ontregeling van betekenislagen: godsdienst, taal, lichaam, natuur, technologie, gemeenschap, kennis, intimiteit, ze komen allemaal voorbij, en de vervuiling wordt van allemaal aangetoond.
Het wordt al duidelijk in het allereerste gedicht:
bokje zag hoe de ziel als een slet achteloos weggelegd
naast een minigraal het raadsel van dieren kon zijn
De ziel ligt niet in transcendent domein, maar ‘als een slet’, achteloos naast een miniatuur van een ooit heilig object, een graal. Betekenissferen zijn niet langer gescheiden, alles ligt op een grote vuilnisberg. Het sacrale is rommel. Bovendien kan de ziel – ooit hét onderscheidend kenmerk tussen mensen en andere dieren – nu dus misschien wel ‘het raadsel van dieren’.
Dat er nergens vaste grenzen zijn, dat alles in elkaar overvloeit, is beangstigend, maar ook onontkoombaar. De veranderingen in het klimaat zijn er alleen maar een aspect van.
Dat eerste gedicht begint ook met een op het eerste gezicht bucolische scene te schetsen, een plattelandstafereel van boeren die een bokje vangen, maar dat ontaardt al snel in bokjes die als volleerde consumenten sterren uitdelen aan producten, en in verwoestende preken van dominees. Hier is het gedicht als geheel:
voor de vervuiling 1
voor rob
de boeren haalden het bokje terug maar dat wilde
nog iets zeggen over de gezondheid van de ziel
ik was moe ik zei doe maar ik weet niet of ik luister
het zei neem brandnetelblad tussen je lippen dat helpt
bij de vertering het noemde voederbomen mineralen
zachte geitenkaas alles wat van een bok een ster verdient
kreeg zon kruiden regelmatig het raadde pastinaak aan
bij interne pijn de boeren wachtten of er nog iets van kwam
ik heette alle voorjaarsbokken jezus ik dacht bij elke
aan de vorige benige sjamanen zoals ik over jezus zong
die pagina’s doktertje speelde bij ons was vernoeming
een traditie die ruimte voor karakter afwees
bokje zag hoe de ziel als een slet achteloos weggelegd
naast een minigraal het raadsel van dieren kon zijn
een dominee had tot nu toe weinig gezegd
ik zei in mijn babytijd was liefde een werkwoord
de boeren startten hun trekkers rolden als koningen
maar de verwoestende preek van de dominee
dreef de bok tot kortsluiting over willekeur en toeval
als twee harten die niet zonder elkaar kloppen
meer over willekeur die op eigen kracht de kasten
openrukte waar onze namen (angstig) wachtten op gebruikof dit ooit een schriftelijke gelijkenis was
Van ‘voor de vervuiling’ in de zin van ‘aan de vervuiling voorafgaand’ is kortom nauwelijks spraken. In meerdere gedichten is sprake van de geboorte of, zoals hier, toch minstens van de babytijd, maar idyllisch was dat toch allemaal niet. Ook toen was ‘liefde een werkwoord’, een cliché – Vegter laat haar taal met opzet graag vervuilen door clichés – dat uitdrukt dat er voor die liefde kennelijk al door baby’s gewerkt moest worden.
Dan is er ook nog een profetisch voor – de dichter is een ziener die de toekomst voorspelt. Voor de vervuiling is af en toe Lucebertiaans, niet alleen in de typografie (alleen onderkast, vetgedrukt), maar ook in de vermenging van het hogere en het lagere – een bekende bundel van Lucebert heette val voor vliegengod, en in deze bundel komen we onder andere een klimaatgod en een klimaatheld tegen. In de cyclus staan regels als
veilingmeester klimaatgod giechelt o arme wereld
Wie kan raden dat dit niet van Lucebert is, kent het hele oeuvre uit zijn hoofd. Tegelijkertijd is ieder gedicht onmiskenbaar Vegter: veel concreter, lichamelijker, eenentwintigste-eeuwser dan Lucebert.
Nóg een betekenis van voor vinden we ook in dit eerste gedicht. Onmiddellijk na ‘voor de vervuiling’ staat ‘voor rob’. Voor betekent hier ‘opgedragen aan’, en misschien zijn deze gedichten dus eigenlijk net zo goed opgedragen aan de vervuiling als aan rob (misschien is rob wel de vervuiling, wie zal het zeggen).
Ik denk dat het niet de bedoeling is om te kiezen tussen al die verschillende betekenissen van voor. Het woord is zelf óók vervuild. Voor de vervuiling is een verwarrende bundel om nog heel lang gelezen te worden – een klassieker uit 2026.

Laat een reactie achter