Over generatietaal die verrast en verbindt

Help, de skinny jeans komt terug. We hadden toch gezworen hem nooit meer te dragen?! Waarom zouden we ook – met de wide leg, straight en barrel fit is er genoeg te kiezen. Maar de modetrends zijn grillig en de internationale catwalks, van Dior tot Céline, voorspellen weinig goeds voor wie dacht dat slanke pijpen voorgoed passé zouden zijn. De veilige slim fit wordt alweer omarmd en dat zou zomaar eens de opmars kunnen zijn naar smal, smaller, smalst. Had je moeder toch gelijk toen ze zei dat je kleding die ‘uit’ is gewoon moet bewaren; die komt later vanzelf weer ‘in’.
Tijdreizen
Hoewel we kledingtrends gemakkelijk kunnen recyclen, gebeurt dat met taal minder vaak. Sommige taal blijft in het verleden. Wie gebruikt nog woorden die honderd jaar geleden het taalgebruik van tienermeiden (bakvissen) kleurden? Dolletjes! Beeldig! Kostelijk! En wie zegt nog (zoals de jeugd in de jaren zestig-zeventig) dat iets blits is, of (zoals in de jaren tachtig-negentig) gers? Als je met een tijdmachine naar het verleden zou kunnen reizen, een paar van zulke woorden in een koffertje zou stoppen, en dat koffertje vervolgens aan een willekeurige puber van nu zou overhandigen, laat de uitkomst zich niet moeilijk raden. Cringe!!! ‘Vroeger praatten mensen echt raar, man.’
Juist daarom is het thema ‘Mijn generatie’ van de Boekenweek 2026 zo vet, cool, gaaf. Na het thema ‘Moerstaal’ in 2025 kunnen taalliefhebbers van alle leeftijden opnieuw hun hart ophalen. Elke generatie heeft immers haar eigen gewoontes, mode én taalgebruik. Logisch ook, want de tijdgeest verandert. In opdracht van de CPNB inventariseerde het genootschap Onze Taal woorden die verschillende generaties typeren. Denk aan vetkuif, nozem en buikschuiver, die woorden schreeuwen gewoon jaren vijftig. Of aan fatbike, labubu en brainrot, die juist de huidige generatie jongeren kenmerken.
Modewoorden
Een specifieke groep woorden lijkt bijzonder modegevoelig te zijn: bijvoeglijke naamwoorden die aanduiden dat iets leuk, fijn, goed of mooi is. Met een grootschalige enquête bracht Onze Taal in kaart hoe deze woorden met de tijd mee gaan, van de Stille Generatie (geboren tussen 1928 en 1945) tot de Babyboomgeneratie (geboren tussen 1946 en 1964), Generatie X (geboren tussen 1965 en 1980), Millennials (geboren tussen 1981 en 1996), Gen Z (geboren tussen 1997 en 2012) en Gen Alpha (geboren tussen 2013 en nu). Per generatie was er één absolute topper: mieters, te gek, gaaf, cool, nice, clock it. De CPNB maakte uit alle veelgenoemde generatiewoorden een eigen selectie en zette die in als promotiemateriaal in de vorm van posters en stickers. Zo zijn modewoorden tijdens de Boekenweek óveral en kan elke generatie lezers wel iets herkenbaars spotten. Mieters! Jottum! Kicken! OMG! Slay! Lit!
Aan mij was de eer om daar een verhaal bij te schrijven dat de verschillende generaties aan elkaar verbindt en zo een bredere context schetst. Hoe veranderde jongerentaal in de afgelopen eeuw? En wat zijn de belangrijkste oorzaken van die veranderingen? Ik ga dat verder niet spoilen, dus als je benieuwd bent naar het antwoord op deze vragen kun je terecht in de nieuwste uitgave van het tijdschrift Onze Taal (2026-2). Ter gelegenheid van de Boekenweek kun je een papieren exemplaar aanschaffen voor een heel zacht prijsje (alleen via de webwinkel van Onze Taal), of je kunt terecht op een speciale webpagina over generatietaal.
Mieters-vibe
Het allerleukste aan het onderwerp ‘generatietaal’ vind ik dat het enerzijds nadrukkelijk laat zien hoe taal meebeweegt met de tijd, maar dat het anderzijds ook de ‘taalkloof’ tussen generaties kleiner kan maken. Boomers die zich zorgen maken over het hippe taalgebruik van hun (klein)kinderen worden even met hun neus op de feiten gedrukt: ‘Oh ja, wij hadden vroeger ook onze eigen omgangstaal en spraken heus niet altijd ABN (en daar klaagden (want kloegen is ouderwets) onze ouders ook al over).’ En de jeugd heeft een argument om mopperende ouders en docenten de mond te snoeren: ‘Jullie hadden vroeger toch óók jullie eigen taal, en dat is ook (nou ja…) goedgekomen.’ Al is de kans misschien groter dat jongeren zich bij het horen van zo’n modewoordje van weleer verslikken in hun poma of esma: wtf, mieters?!
Tja, wie zegt er nog mieters? Bijna niemand natuurlijk, tenzij het ironisch is. Toch is het een heel cool woord. Het was misschien wel het eerste jeugdtaalwoord dat écht doorbrak als een talig herkenningsteken waarmee jongeren zich konden onderscheiden van hun ouders en docenten. Het onderging ook een betekenisverandering, want het komt van sodemieter en was oorspronkelijk negatief en grof (een beetje zoals gruwelijk en ziek om aan te geven dat iets vet is). Je zou kunnen zeggen dat mieters, samen met de opkomst van jeugdculturen (denk aan provo’s, hippies, punk, skaters), de toon zette voor de speelsheid en rebelsheid waar jongeren nu ook naar streven als ze een eigen groepstaaltje uitvinden.
Wil je een beetje in de mieters-vibe komen, luister dan bijvoorbeeld eens naar zangeres Anja (van Avoort), die in 1972 haar oog liet vallen op een zongebruinde hunk op het strand van Cadzand:
“Op het strand van Cadzand, liep je daar bruin verbrand, in de zon. Wat was je mieters! Ik was meteen stapeldol, mijn hoofd sloeg toen op hol, als een ballon. Wat was je mieters!” (Anja – Op het strand van Cadzand, 1972)
Campagne
De CPNB maakte voor haar Boekenweekcampagne toffe (ja, dat woord gaat al meerdere generaties mee) video’s waarin een Gen-Z’er en een (vroege) Babyboomer typische Gen-Z- en boomeractiviteiten doen, namelijk een GRWM-video opnemen en bingo spelen. Tijdens het make-uppen en bingoën gebruiken ze de taal van de andere generatie en dat zorgt voor een komisch effect. Omdat spreker, taal en activiteit niet bij elkaar passen, springen bepaalde woorden eruit (ze klinken geforceerd), van immer, keuze der kledij en uitnemend bij de Gen-Z’er tot nice, main character energy en 6-7 bij de boomer.
Tijdens de eerste dagen van (en in aanloop naar) de Boekenweek mocht ik bijdragen aan de generatietaalcampagne en in verschillende radioprogramma’s vertellen over het fenomeen generatietaal. In De Taalstaat op NPO Radio 1, De ochtend op NPO Klassiek, Jan-Willem Start Op! op NPO Radio 2, Vandaag de Dag op NH Radio en Nieuwe Feiten op VRT Radio 1 lichtte ik verschillende modewoorden en taaltrends toe. Sommige trends zijn heel vluchtig, maar wat nieuw lijkt, kan soms ook al decennialang aan een opmars bezig zijn. Neem de populaire afko’s in studententaal of Marie-Clairetaal. In de jaren tachtig, toen Turbotaal (de taal van young urban professionals in grote steden) alomtegenwoordig werd, zeiden yuppies nog geen kladiladi en dronken ze nog geen havercappu’s, maar ze gedroegen zich wel al popi of irri. In de podcast Over taal gesproken yappen Laura van Eerten, Raymond Noë en ik een hele aflevering lang over zulke generatietaal.
Nostalgie
De Boekenweek 2026 nodigt uit om eens een woord uit een andere generatie te gebruiken. Ik betrap mezelf er ook op. Het begint vaak met een knipoog, maar als ik niet oppas ga ik straks écht dolletjes zeggen. Net als kleding (die je heel bewust kiest) is taal een modeverschijnsel, alleen zijn mensen zich daar soms minder bewust van. Praten gaat natuurlijk heel snel en grotendeels automatisch. Hoewel je niet stilstaat bij elk woord dat je gebruikt, is taal tot op zekere hoogte wel een stijlmiddel dat je kunt inzetten om jezelf een identiteit aan te meten.
Dat de taal van alle generaties nu zo in de schijnwerpers staat, kan helpen om mensen te laten inzien dat ze eigenlijk heel veel taallenigheid in zich hebben. Het is ook een mooie geheugentraining: weet jij nog hoe de taal op het schoolplein vroeger klonk? En last but not least werkt het relativerend: je moet je niet ergeren aan taaltrends, maar er juist plezier aan beleven. Met alle generatiewoorden komt een behoorlijke portie nostalgie: de woorden roepen allerlei jeugdherinneringen op. Da’s niet alleen verdomd mieters, maar ook vet kicken en onwijs gers.
Aurapunten
Als je swag hebt, gebruik je vooral de taal die bij jou past. Maar yolo (jep, Millennial hier), dus volgens mij is dit dé week om ook wat oude of nieuwe taaltrends uit te proberen – en wat mij betreft gaan we er ook na de Boekenweek gewoon mee door (verslaggever Max Terpstra nam tijdens het Boekenbal al even de proef op de som). Misschien kunnen we er ook aurapunten aan koppelen. Elke keer dat je experimenteert met een generatiewoord oogst je coolheid of charisma. +5000 aura!
Misschien voelt het eerst een beetje alsof je weer een skinny jeans aantrekt: onwennig. Maar geloof me: het went snel. Voor je het weet vind je alles weer tof of te gek (en ja, da’s iets anders dan cray cray). Juist die souplesse en nonchalance zijn uiteindelijk ook nodig om de plank niet mis te slaan: trendy taal klinkt altijd effortless.
(Sorry (not sorry) voor al die Engelse modetaal.)
PS
Wil je meer weten over mijn onderzoek naar jongerentaal en taaltrends? Ik schrijf er via deze Substack en via Faces of Science regelmatig over (voor mijn wetenschappelijke publicaties kun je hier terecht). En omdat ook schrijven en wetenschap best gepaard kunnen gaan met een beetje glitter en glamour, kan ik het natuurlijk niet laten om nog even een kiekje te delen van het Boekenbal (samen met schrijfster Eva Posthuma de Boer, die net haar nieuwe roman Omdat ik je zie heeft uitgebracht).
Dit stuk verscheen eerder op de substack van Kristel Doreleijers

Laat een reactie achter