En waarom dat niet helemaal het juiste woord is
Vorige week schreef ik over Ferdinand de Saussure, die op zijn achttiende drie nieuwe medeklinkers voorspelde – en postuum zijn gelijk haalde toen in 1916 het Hettitisch ontcijferd werd.
Eigenlijk is ontcijferd niet het juiste woord, want het spijkerschrift (Engels: cuneiform) waarmee het Hettitisch geschreven werd, konden de wetenschappers van de twintigste eeuw allang lezen.
Het spijkerschrift was een logo-syllabisch schrijfsysteem. Dat ‘logo’-gedeelte wil zeggen dat er in dit systeem tekens bestonden die bepaalde concepten vertegenwoordigden:

Het ‘syllabisch’-gedeelte wil zeggen dat er óók tekens waren die lettergrepen vertegenwoordigden. Zo heb je een teken voor de lettergreep ba en een ander teken voor de lettergreep ek. Het is wat minder efficiënt dan een alfabet met 26 letters, maar het werkt prima. Het spijkerschrift werd van 3000 voor tot 100 na Christus gebruikt om verschillende talen, voornamelijk van de Semitische taalfamilie, mee op te schrijven.
En dat wisten de moderne geleerden allemaal dus al. Het lezen van de tekens op de Hettitische kleitabletten was geen probleem, het ontdekken van een systeem in deze klankenbrij des te meer. Zijn er werkwoordsuitgangen te herkennen? Of naamvalsuitgangen? Eigennamen? Een vaste woordvolgorde?
Die speurtocht verloopt stukken gemakkelijker als je weet tot welke taalfamilie de taal in kwestie behoort. Maar de teksten op deze kleitabletten waren overduidelijk niet Semitisch. Ook met het Soemerisch of het Egyptisch hadden ze niets te maken.
Dat brengt ons bij de Tsjechische oriëntalist en taalkundige Bedřich Hrozný. In oktober van het jaar 1915 presenteerde hij zijn doorbraak aan de leden van het Deutsche Orient-Gesellschaft in Berlijn. Hrozný had in het spijkerschrift de volgende regel gelezen:

nu NINDA-an e-ez-za-at-te-ni wa-a-tar-ma e-ku-ut-te-ni.
Dat NINDA in hoofdletters is een logogram, waarvan bekend was dat het ‘brood’ betekende.
Met dat brood in zijn achterhoofd dacht Hrozný in ezzatteni misschien wel het Duitse essen (= het Nederlandse eten) te herkennen. Dat –teni zou dan een werkwoordsuitgang kunnen zijn, volgens Hrozný die van de tweede persoon meervoud (‘jullie’).
Het volgende woord, watarma, is vrijwel identiek aan het Duitse Wasser (of nog beter: het Nedrlandse water) met een soort achtervoegsel -ma.
En als het klopt dat deze mysterieuze spijkerschrifttaal verwant is aan het Duits, zo redeneerde Hrozný, dan is het dus een Indo-Europese taal, en kunnen we ekutteni vergelijken met het Latijnse aqua (‘water’), wederom gevolgd door die werkwoordsuitgang -teni.

Hrozný vertaalde: ‘Dan zullen jullie brood eten en water drinken.’
Hoewel de verbinding van ekutteni met het Latijnse aqua etymologisch onzinnig is, klopte zijn vertaling. Het Hettitisch bleek tegen alle verwachting in een Indo-Europese taal te zijn – de volledige ontcijfering was nu een kwestie van tijd. Hrozný moest zich in een gedeelte vergissen om het geheel te kunnen begrijpen.
Dit stuk stond in een betere versie (meer uitleg van spijkschrifttekens) op Gevleugelde woorden
Laat een reactie achter