Over Dries van Agt en De witte prins van Koos van Zomeren

In 1977 trad Dries van Agt ongewild toe tot de wereld van de punkmuziek. Een zekere Paul Tornado – zijn echte naam is Paul Hajenius – lanceerde zijn liedje ‘Van Agt Casanova’, waarin de zanger het met grote verbetenheid op het ‘mondje’ van Van Agt voorzien had: ‘Zuinig mondje gaat van kwek kwek kwek…’ Mij staat bij dat ik er destijds wel om moest lachen, maar me ook wel ergerde aan de zelftevredenheid van de afkeer.
Over dit liedje en over andere optredens van Van Agt in literatuur, film en muziek wilde ik schrijven in een naslagwerk met lemmata over Nederlandse helden en hun ‘Nachleben’. Dat naslagwerk zou het werk van vrienden zijn. Een titel hadden we al – Van Gijsbrecht van Aemstel tot Belle van Zuylen -, ook een uitgever, maar het boek is in de fase van losse notities blijven steken. Op het Van Agt-lijstje stonden Paul Tornado en Koos van Zomeren broederlijk naast elkaar. Van Zomeren had de omstreden premier enkele keren geportretteerd, onder meer in de roman De witte prins (1985). Daarover had ik gelezen, maar de roman zelf niet.
Los eindje
De aansporing daartoe vond ik in We gaan zo, Van Zomerens journaal over de periode april 2023-augustus 2024: op bladzijde 224 staat Van Zomeren stil bij het overlijden van Van Agt, ‘samen met Eugenie, zijn meisje, hand in hand naar het schijnt’. Iris, de vrouw van de schrijver, vindt dat een mooie dood. Voor Van Zomeren is dat overlijden aanleiding om te belijden dat hij over Van Agt anders is gaan denken: ‘alles wat me ooit aan deze man tegenstond, bezie ik nu met warmte, genegenheid’. Die ommekeer was ‘bespoedigd door een briefwisseling, tien, misschien vijftien jaar geleden’, waarvan de aanleiding Van Agts inzet voor de Palestijnse zaak was. In die correspondentie volhardde Van Agt in zelfverwijt over wat hij destijds als minister-president over Israël gezegd had. Van Zomeren had in die dagen zijn vader eens een briefje van Van Agt laten lezen, met als aanhef ‘Amice!’. In de verbijstering daarover mengde zich waardering voor de deugdzaamheid van Van Agt.
Enige tijd later, eveneens in We gaan zo, gaat het gesprek andermaal over Van Agt, maar intussen was mijn nieuwsgierigheid gewekt en mijn begeerte meer te weten over de correspondentie. Een van de Van Agtbiografen herinnerde zich dat Van Zomeren sinds 2013 betrokken was bij The Rights Forum en in dat verband kwam hij ter sprake in de gesprekken met Van Agt, maar wat Van Agt bij die gelegenheid vertelde over de schrijver was niet duidelijk. Navraag bij twee van de drie Van Agt-biografen leverde verder verwijzingen naar de nazaten op. Zoals ik de schrijver niet lastig wil vallen, wil ik dat de kinderen-Van Agt evenmin. Los eindje dus. Komt misschien nog wel eens.
Ressentiment
Op naar De witte prins. Ruim veertig jaar geleden geschreven. Al na enkele bladzijden nam ik afscheid van mijn vooroordeel dat de roman aan Van Agt-bashing zou doen. Nee, het is een intelligente, intrigerende roman over dubbelgangerschap, waarbij het personage Bufo, dat grote gelijkenis vertoont met de Van Agt van toen, op de achtergrond aanwezig is en zeker niet karikaturaal getekend is.
Zoals vaker in romans van Van Zomeren bepaalt een tweetal mannen het verhaal: Richard Mos, een metaaldraaier uit de Arnhemse wijk Geitenkamp en tevens Bufo-lookalike, en de journalist Chris Fiege. Zoals ook in deze roman (net als in Sterk water en enigszins in Meisje in het veen) gaat het duo op reis, een expeditie.
Mos – in 1985 dacht niemand nog aan de Haagse politicus Richard de Mos – en Fiege trekken van Arnhem naar Maastricht, in een auto. Het idee was om in Maastricht Bufo, de minister-president, te ontmaskeren, door zijn dubbelganger in een compromitterende situatie te loodsen, hem te fotograferen en zo de indruk te wekken dat Bufo gelogen had en niet deugde. Een duivels plan, waarbij Fiege, intussen in cynisme geschoold, de Mefisto van dienst is en Richard een onnozelaar met in zijn rugzak wat ressentiment. Fiege koopt Richard voor 1500 gulden.
Fabelachtige draai
Bufo’s positie wankelde al vele malen – onder meer in de affaire M. (bedoeld is de zaak- Menten) – en nu andermaal, nu als gevolg van zijn mogelijke betrokkenheid bij een politiek gevoelige affaire, ‘de affaire F.’. In de media heeft Bufo verklaard F. niet te kennen en Fiege heeft er zin in om de onjuistheid van die bewering aan het licht te brengen. Fiege, die in een grijs verleden Bufo in een weekblad langdurig, van week tot week, volgde om hem ten val te brengen, heeft er zin in om de premier deze keer te laten struikelen. Gek genoeg heeft Fiege in de loop van de tijd helemaal geen hekel aan Bufo opgelopen, sterker nog: hij was ‘onder zijn bekoring’ geraakt. In wat hij zich in de auto herinnert, komt Bufo naar voren als een hartelijke, charmante man. Maar nu heeft hij een toneelstukje bedacht om de premier alsnog te ontmaskeren, met behulp van een dubbelganger.
Het duo arriveert in Maastricht, waar in een randgemeente de confrontatie met F. plaats moet vinden: Bufo 2.0 moet op afstand bij huize F. gefotografeerd worden om zo de leugen van de premier zichtbaar te maken. Het loopt geheel anders, in scènes die om verfilming smeken. De fabelachtige draai aan het slot van de roman zal ik niet verraden: lees verdorie zelf maar!
Adem
Veel belangrijker zijn de levensverhalen van Richard en Chris die onderweg verteld worden. Richard heeft veel last gehad van zijn dubbelganger: in de fabriek werd hij bespot om de gelijkenis, zijn politiek actieve echtgenote schaamde zich voor haar man die zo sterk leek op de verachte premier. Zijn dubbelganger veroordeelde Richard tot schaamte, in de fabriek waar hij werkt wordt hij ongegeneerd gepest. Schaamte én toch ook identificatie. Als hij van zijn punkdochter hoort dat ze van plan is om de tuin van Bufo om te spitten, schrijft hij de premier een brief om hem te waarschuwen.
Chris, de journalist, vertelt onderweg over zijn loopbaan in de linkse pers, terwijl Richard de droeve geschiedenis van zijn jeugd en huwelijksjaren ophaalt. De reis en de beoogde strafexpeditie zijn bijzaak. En terwijl ze vertellen zijn lokkende bossen en schetterende eksters steeds nabij, zijn er kauwen die over het akkerland vliegen. De natuur biedt een verhaal waar geen plaats is voor schaamte en bedrog. Geen ruimte voor menselijke kleinzieligheid of handel in onwaarheid. Misschien is de beschouwing van de natuur niet per se troostrijk, maar het brengt wel een andere, hogere orde in beeld. Het gezelschap van de hond Jack is voor Richard geluk, al is dat geluk niet voor altijd. Onvergankelijk is de natuur net zo min als de levens van de mensen, maar er is bij het observeren van vogels en het wandelen in bossen altijd wel de adem van de eeuwigheid.

Dank aan Ger Loeffen, Johan van Merriënboer, Peter Bootsma
Laat een reactie achter