De top-7 van Nederlandse woorden die op de hele wereld verder niemand heeft

Er bestaat een genre op het internet dat je de onvertaalbare-woordenlijst zou kunnen noemen. Het werkt zo: iemand verzamelt een stuk of wat woorden uit diverse talen waar geen equivalent voor bestaat in de taal aller talen, het Engels, zet er een foto van een aquarel bij als illustratie. Het Japanse komorebi (zonlicht dat door bladeren valt), het Deense hygge (een soort gezelligheid, maar dan op zijn Deens), het Portugese saudade (een soort weemoed, maar dan op zijn Portugees). Het zijn als je genoeg van dit soort woordenlijsten leest altijd dezelfde woorden, en trouwens ook altijd dezelfde aquarellen.
Het Nederlands komt in zulke lijstjes weinig voor, en dat is een schandvlek voor de mensheid. Wij hebben namelijk ook een aardig arsenaal aan woorden waarmee vertalers worstelen. Hieronder een poging tot inventarisatie; met de kanttekening dat ‘onvertaalbaar’ natuurlijk flauwekul is. Mededelingen in iedere taal kunnen worden omgezet in iedere andere taal. Maar we moeten iets doen voor onze language marketing.
Hier zijn er alvast zeven, het lijstje valt natuurlijk uit te breiden. Deze zijn er op geselecteerd om mensen te laten denken dat sprekers van het Nederlands een bijna net zo unieke kijk op de wereld hebben als Japanners, Denen en Portugezen.
1. Uitwaaien
Mijn persoonlijke favoriet. Uitwaaien verwijst naar een positief effect van de harde wind: dat je je zorgen erdoor vergeet. Renske Jonkman schreef er in 2023 een boek over. Het is makkelijk te verkopen als een typisch laaglandse wijsheid, een die de bewoners van het vlakke land hebben geleerd en waardoor ze nu zo gezond en optimistisch en wat niet al zijn: de overtuiging dat slecht weer geen reden is om binnen te blijven, maar juist om naar buiten te gaan. Het woord suggereert dat wind een reinigende werking heeft op de geest. Kijk, daar kan men wereldwijd wat van leren. Probeer dat maar eens in één Japans woord te vatten.
2. Gezellig
Ik denk dat dit het woord is dat de doorsnee Nederlandstalige het eerst zal noemen. Het gevoel is dat gezelligheid een sfeer behelst die niemand kent die geen speculaasjes eet, en die dus ook niet aan de nietspeculaasetenden valt uit te leggen. Cozy komt in de buurt, maar dekt de lading niet, bijvoorbeeld omdat het ook gezellig maar niet cosy kan zijn tijdens het uitwaaien. En het woord is dan ook nog eens op van alles en nog wat van toepassing: je verjaardag kan gezellig zijn, maar ook een afgeladen kroeg, een oude huisvader, en zelfs een net gekochte lamp. Het Deense hygge wordt vaak als equivalent opgevoerd, maar daar zit (geloof ik, wat weet ik van Denen) een knusheid in die bij het Nederlandse woord niet per se hoort. Gezellig kan ook luidruchtig zijn, rommelig zelfs.
3. Niksen
Een paar jaar geleden riep het Amerikaanse Time dit uit tot een ‘Dutch lifestyle concept‘: niksen, ‘niets doen’. Het werd in het buitenland gepresenteerd als een Nederlands mindfulness-alternatief, ook weer een teken van de oeroude wijsheid die er in de Nederlandstalige volkeren verborgen zit. Toeristen, kom na het uitwaien heerlijk niksen in de Lage Landen! Tot dat artikel in Time associeerde geloof ik niemand niksen met spirituele verlichting. Het is in ieder geval waar dat het Nederlands een apart werkwoord heeft voor deze curieuze activiteit, het is lastig te bedenken welke andere talen dat ook hebben. Het Engelse to do nothing is in ieder geval wel zo omslachtig dat men er geen hogere staat van zijn aan ontleend.
4. Gedogen
Een woord dat buitenlandse journalisten decennia hoofdpijn bezorgde, althans voor zover hen er iets aan gelegen was de Nederlandse politieke cultuur uit te leggen aan hun lezers. Gedogen is weten dat iets onoirbaars gebeurt en besluiten er niet tegen op te treden. Het woord was onlosmakelijk verbonden met het Nederlandse drugsbeleid, maar het veronderstelde een pragmatisme dat in veel andere culturen geen naam heeft. Het is natuurlijk inmiddels ook bij ons vervangen door stoere praatjes over zero tolerance, want zoals bekend is geen enkele Nederlandse traditie nog heilig!
5. Overigens
Minder spectaculair, op het oog, maar overigens heeft geen bondig equivalent in bijvoorbeeld het Engels of Frans. ‘By the way’ komt in de buurt, maar is te informeel. ‘Incidentally’ juist te formeel. ‘Moreover’ betekent volgens mij niet precies hetzelfde. Overigens introduceert informatie die relevant is, maar waarvan de spreker aangeeft dat die op een ander niveau ligt dan wat ervoor kwam. Het is die karakteristieke manier van met informatie omgaan die ons volk tekent.
6. Aanstelleritis
Het achtervoegsel -itis wordt in onze taal gebruikt om een neiging of kwaal aan te duiden die niet per se medisch is. Aanstelleritis, de neiging tot aanstellen, gepresenteerd als een soort aandoening, is in geen enkele andere taal zo bondig uit te drukken. Het combineert een diagnose met een oordeel, en dat in vijf lettergrepen.
7. Dropping
Dit woord klinkt Engels, en het zal ook zijn afgeleid van het Engelse to drop, maar ook dit heeft enkele jaren tot grote verbazing in het buitenland geleid over de eigenaardige cultuur waarin zoiets gebeurt: waarin mensen kinderen zomaar ergens midden in het bos afzetten en die kinderen daarna maar moeten zien hoe ze thuis zien te komen. Wat een dropping in de Nederlandse zin is, daar hebben Engelstaligen nog nooit van gehoord, en wie ze het concept probeert uit te leggen, stuit op verbazing. “The Dutch — it is fair to say — do childhood differently”, schreef The New York Times over het fenomeen. Kijk, dat moeten we hebben: lekker exotisch!
Het zou voor de PR van het Nederlands goed zijn als we konden beweren dat het bestaan van zulke woorden iets dieps zegt over onze volksaard. Dat we uitwaaien hebben omdat we een windvolk zijn, gedogen omdat we zo tolerant zijn, gezellig omdat we zo, nou ja, gezellig zijn. Eerlijk gezegd staat die gedachte taalkundig ze op wankele benen. Talen ontwikkelen woorden om allerlei redenen, en lang niet altijd omdat de cultuur het concept vaker nodig heeft. Andere culturen kennen geen bondig woord voor uitwaaien, maar ook in Engeland gaan vermoedelijk sommige mensen ook weleens in de wind waaien om hun gedachten te verzetten. Maar ik wilde ook wel weer eens een stukje schrijven dat viral ging.
En nu deze post zelf maar vertalen in het in ’t maleisch, javaansch, soendasch, al-foersch, boegineesch, battaksch… Engels! En op stoten we eindelijk onze taal in de vaart der volkeren als eindeloze bron van levenswijsheid en onvermoed inzicht.
Gaston Dorren schreef in 2014 over ‘onvertaalbaar Nederlands‘ voor Onze Taal.
Het woord ‘kneuterig’ was 45 jaar geleden onvertaalbaar volgens een scriptie.
Een ander onverstaanbaar woord, in ieder geval naar het Engels, is ” gunnen”, als ik ” ik gun hem wel die promotie”