
Van Evi Aarens kunnen we nog veel verwachten. Dat blijkt uit haar nieuwe bundel Fausta, een epos in 34 canto’s over een reis, niet door het inferno, maar door de Middelnederlandse literatuur, waarbij Beatrijs haar vergezelt en ze verder figuren tegenkomt als Reinaert, Elegast, Walewein en Mariken, in een poging om voldoende van onze literatuur te leren kennen om zelf een groot lied te kunnen schrijven.
Net als in haar debuutbundel, Disoriëntaties, verkent Aarens manieren om klassieke vormen op te rekken om er een nieuw verhaal in te vertellen. Waar Disoriëntaties de zelden in de Nederlandse letteren vertoonde vorm van de sonnettenkransenkrans gebruikte – 211 sonnetten die op een ingenieuze manier in en aan en door mekaar gevlochten zijn –, daar bestaat Fausta dus uit canto’s, die Dante uit elkaar trekken. Op de versificatie van Aarens zal in de 22e eeuw een groep enthousiaste jonge letterkundigen promoveren, maar ook nu valt er wel het een en ander over op te merken. In januari 2022 deed de toen nog volslagen onbekende Clovis van Wijk (later zou hij een roman over Evi schrijven) dat al op Neerlandistiek, in een korte discussie met Gert de Jager in het commentaardeel, onder een voorpublicatien van Reinaerts canto:
Ik kan niet voor de dichter spreken, maar voor mij is de canto vorm ideaal voor [wat] zij (denk ik) wil bereiken. Van oudsher is de canto de vorm om dan wel ‘verhaaltjes’ te vertellen (Dante) dan wel om commentaar op epische verhalen te leveren (Bijv. E Pound). Evi doet hier allebei en lijkt ook qua rijm Dante te volgen: Terza rima, zo te zien, maar dan verborgen in de zinnen: plas, gewas, gras etc. Er is dus voldoende om bij ‘stil’ te staan ook al lijkt het verhaal zelf simpel. Ik ben benieuwd naar het vervolg (morgen?/). Dis-orient-aties heb ik (nog) niet gelezen maar de sonnettenkrans in Het Liegend Konijn vond ik knap. Hetzelfde idee: een verhaal dat al bekende verhalen becommentarieert. Helpt dit u van de narcolepsie af?
Dat verborgen terza rima zit ook in een groot deel van de andere canto’s. Het is een mooie vorm van wat S. Vestdijk ‘rijmverdoezeling’ noemde: je merkt de meeste tijd eigenlijk niet dat er sprake is van rijm, omdat de rijmwoorden op willekeurige plaatsen in de regels staan, en die regels nooit onmiddellijk naast elkaar staan. Maar je voelt, geloof ik, uiteindelijk wel dat hier regels in elkaar verknoopt worden. De allereerste canto begint zo:
Het is nog vroeg als ik mijn huid opraap, de trap
Af wentel en de deur uit gaap. Het voorjaar heet mij welkom
Met een welbekend geluid. De wind ruist westzuidwest.Ik hoor het treurig luiden van de verre kardinaal.
Beschonken belt de aarzeling, de weifeling,
De sleur van tijdeloosheid zeur in natte kopertaal.
Ik ben geen held, want ik geloof dat iets of iemand
Mij vandaag een teken gunt, een oosterlicht
Dat mij met absolute zekerheid vertelt
De rijmen zijn huid – deur – geluid – treur(ig) – belt – zeur – held – gunt – vertelt. Dat schema aba bcb cdc…. is precies wat Dante gebruikte in zijn Divina Commedia, mar bij Dante ware de regels allemaal precies even lang en stonden de rijmwoorden aan het einde. Bij Aarens moet je, als zulke dingen je interesseren, soms echt even zoeken. Belt in regel vijf heeft geen klemtoon en dat held erop rijmt, dat valt iemand denk ik niet op. Vooral omdat er ook og allerlei binnenruimen en assonanties zijn.
Techniek
Ook anderszins is het commentaar van Van Wijk interessant: het idee is ‘een verhaal dat andere verhalen becommentarieert’. Allebei de bundels van Evi Aarens bestaan uit puur maakwerk, maakwerk dat er trots op is om maakwerk te zijn: fictie die naar andere fictie verwijst in een dichtvorm die extreem ingewikkeld in elkaar zit. Niet voor niets gaat het tegen het eind van Fausta uitvoerig over het schaakspel – een kunstmatige wereld vol regels –, niet voor niets speelt alles zich af in tuinen – kunstmatig ingeperkte natuur – en is de laatste regel van het epos zelfs:
Kom mee naar buiten om de tuin te zien
Dat is een verwijzing naar de titel Van Wijks roman (Ik ga naar buiten om de tuin te zien), die zelf weer een verwijzing is naar Disoriëntaties.
Er was een tijdje geleden discussie over de vraag of Evi Aarens iemands pseudoniem was. Mij heeft het altijd het meest logisch geleken dat het een posthuum pseudoniem was van Gerrit – ‘Het is maar beter – als je vrij wilt zijn – /Om sierlijk door een labyrint te dwalen’ – Komrij. Aarens opereert in ieder geval duidelijk met een poëtica die verwant is aan die van Komrij: dezelfde nadruk op het kunstmatige, dezelfde weigering om zichzelf bloot te geven. Aarens heeft de techniek alleen beter in de vingers dan Komrij had.
Diagonaal
Intrigerend genoeg is haar werk op het oog heel anders dan de gedichten van Lodewijk van Oord. Hij heeft zich bekend gemaakt als de schrijver van Evi, maar zijn eigen poëzie zit veel meer in de poëtica van Lucebert (als beeldend kunstenaar een favoriet van Aarens, weet haar volger op de sociale media). Een uitzondering is canto 20 dat zelf een intermezzo noemt en strofes bevat zonder interpunctie of hoofdletters zoals:
t is gegaan ik hou niet erg van volksmuziek geef mij het
zoete lied van monteverdi maar dat op paaszondagmorgen wordt
gebracht de terugkeer van ulixes heet t en t is n oceaanvan klankentaal alleen t slot is niet te pruimen ja mn
hart jaja t is alsof t leven uit mn wufte boezem valt
mn hart jaja mn leven ja het is n onoprecht verdriet
Toch heeft ook dit terza rima: gegaan – lied – oceaan – niet – wufte – verdriet.
Maar als ik de laatste bladzijde van Fausta goed begrijp, zijn we voorlopig nog niet van haar af. Op de allerlaatste bladzijde van Fausta staat:
| 16 | 3 | 2 | 13 |
| 5 | 10 | 11 | 8 |
| 9 | 6 | 7 | 12 |
| 4 | 15 | 14 | 1 |
Dit is een magisch vierkant, dat precies uit de getallen 1 t/m 16 bestaat; iedere kolom en rij telt op tot 34, net als de twee diagonalen (dus 16+3+2+13=34, 16+10+7+1=34,enz.) 34 is ook het aantal canto’s in Fausta en dat van Inferno van Dante. De andere twee boeken van de Divina Commedia hebben er ieder 33, zodat het totaal aantal canto’s van dat boek 100 is. Maar Fausta is ambitieuzer. Het gedicht is opgedeeld in vier delen, die getiteld zijn ‘Het getal 5’, ‘Het getal 10’, ‘Het getal 11’ en ‘Het getal 8’. Die delen bestaan ook inderdaad uit respectievelijk 5,10, 11 en 8 gedichten.
Dat is een rij in het magisch vierkant. Het is logisch om te verwachten dat Evi Aarens nu nog met drie bundels komt, die ook uit ieder 34 canto’s bestaan, maar dan met delen als ‘Het getal 9’, ‘Het getal 6’, ‘Het getal 7’ en ‘Het getal 12′. En dat je vervolgens die vier bundels ook horizontaal kunt lezen, met bijvoorbeeld het eerste deel van ieder van die canto’s (16. 5, 9, 4) achter elkaar. En dat er ook nog twee diagonale epossen zijn: 10 epossen van ieder 34 canto’s die allemaal in elkaar gevlochten zijn.
Dat zal de volmaakte tuin zijn om als taalliefhebber eindeloos in te dwalen.
Laat een reactie achter