• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Martinus Nijhoff over Bruckners grote verdriet en strijd

4 maart 2026 door Maarten Klein Reageer

Nijhoff was twee jaar toen de componist Anton Bruckner (1824-1896) stierf. We kunnen via Delpher gemakkelijk vaststellen, dat Bruckner in zijn sterfjaar ook in Nederland al enige bekendheid had. Een aantal jaren later, in de periode 1910-1916, de jaren waarin Nijhoff begint te dichten, staan Bruckners symfonieën regelmatig op het programma van het Concertgebouworkest. Willem Mengelberg, de toenmalige hoofddirigent van dit Amsterdamse orkest, had niet zoveel op met Bruckners werk: slechts twee maal heeft hij in die periode werken van Bruckner op het programma gezet, en wel de tweede symfonie (9 januari 1913) en de derde symfonie (9 oktober 1913). Het is vooral aan de tweede dirigent, Evert Cornelis, te danken dat het Nederlandse concertpubliek Bruckners symfonieën regelmatig in Amsterdam kon beluisteren. Van 1911 tot 1916 heeft hij de tweede, derde, vierde, zevende en negende symfonie uitgevoerd, sommige meerdere malen.

Nijhoff heeft een aantal van deze uitvoeringen zeker gehoord. Zijn vrouw, Netty Windt, herinnerde zich dat Nijhoff zo vaak mogelijk de Mengelberg-concerten bijwoonde (zie Slijper: 91). Daar zullen naar ik aanneem ook de Bruckner-uitvoeringen onder leiding van Evert Cornelis bij geweest zijn. De figuur van Bruckner heeft Nijhoff tot onderwerp gemaakt van het volgende gedicht, geschreven begin 1916.

Bruckner

1 Een groot verdriet in ’t ernstige profiel
Dat neerwaarts kijkt, en machtelooze handen.
Maar als hij riep, dan daverden de landen,
En was ’t alsof een vuist op aarde viel.

5 Wij moeten met den brand der wereld verbranden,
Leven moet ondergaan naar ’t God geviel –
De breede vleugels van een menschenziel
Vliegen zich stuk tegen de harde wanden.


’s Nachts kijken oogen waar het donker scheurt,
10 Stemmen verwaaien wirwar door de boomen.
Een man ligt plat in ’t gras en schreit,


Maar glimlacht als de horizon weer kleurt:
Hij ziet een dag over zijn moeheid komen,
14 Een nieuwen dag, een nieuwen dag van strijd.

Een groot verdriet in ’t ernstige profiel/ Dat neerwaarts kijkt

Vanaf de eerste regel stelt dit gedicht de lezer voor raadsels. Waarom ziet Nijhoff ‘een groot verdriet’ in Bruckners ‘ernstige profiel’? Waarom dicht hij de componist van negen machtige symfonieën, drie missen, een strijkkwintet enzovoort in de tweede regel ‘machtelooze handen’ toe? Waarom horen we in het tweede kwatrijn dat de wereld moet ondergaan ‘naar ’t God geviel’? En waarom staan de derde en vierde regel van het eerste kwatrijn in de verleden tijd en de rest van het gedicht in de tegenwoordige tijd?

Om met de laatste vraag te beginnen: het grootste deel van het gedicht gaat over Bruckner zoals hij ‘nu’ is. Het ‘groot verdriet’ in de eerste regel is iets van het heden, maar er is een tijd geweest, dat hij zijn stem verhief (‘riep’) en bij een componist betekent dat roepen ongetwijfeld dat zijn muziek uitgevoerd werd. En die muziek van Bruckner, met af en toe veel trompet- en hoorngeschal, ‘daverde’ in veel landen en dan ‘was ’t alsof een vuist op aarde viel.’ (regel 3 en 4) Het grote verdriet in het heden moet dus te maken hebben met het werk waar Bruckner ‘nu’ aan werkt. Het gaat kennelijk niet zoals hij zou willen. Er komt weinig uit zijn ‘machtelooze’ handen, handen die in het verleden muziek creëerden die landen deed daveren en als ‘een vuist op aarde viel’.

Het natte gras

Het tweede kwatrijn maakt Bruckners verdriet duidelijk: hij is bang te sterven en hij denkt aan Openbaring 8: 7 waarin onder veel bazuingeschal van engelen delen van de aarde vergaan en mensen te gronde gaan, zoals God het wil (regel 5 en 6). Een mensenziel probeert aan de dood, aan Gods wil te ontkomen, maar er is geen ontsnappen mogelijk, want de brede vleugels van elke mensenziel ‘vliegen zich stuk tegen de harde wanden.’ (regel 7 en 8) Dit zegt natuurlijk ook veel over het diepe geloof van de zeer katholieke Bruckner, en over zijn godvrezendheid. De angst nu te moeten sterven, veroorzaakt kennelijk het ‘groot verdriet in ’t ernstige profiel’ en maakt zijn handen machteloos.

In het eerste terzine wordt Bruckners nachtelijke angst beschreven, angst die hem echt gek maakt: hij slaapt niet, zijn ogen proberen iets van licht te vinden (‘waar het donker scheurt’, regel 9) en hij hoort stemmen die wirwar door de bomen verwaaien (regel 10). Hij legt zich kennelijk stervensbereid, plat op de grond, in het natte gras en huilt. Een beeld dat Nijhoff ook gebruikt heeft in het gedicht ‘Na een jaar’, het derde gedicht in de bundel De wandelaar.

Bladeren van een boom

In het tweede terzine leeft hij bij het kleuren van de horizon weer op. Een nieuwe dag breekt aan, hij is moe natuurlijk, maar een nieuwe dag maakt het mogelijk te strijden om het werk waar hij mee bezig is, te voltooien. Het ‘groot verdriet’ in de eerste regel, zijn angst het werk waar hij in het nu mee bezig is van God niet te mogen voltooien, blijft voor de lezer voelbaar, maar er is weer een nieuwe dag met hoop, een nieuwe dag om te strijden voor de voltooiing van het werk dat hij onder handen heeft.

Toen Nijhoff dit gedicht schreef, begin 1916, kon hij gebruik maken van de beschrijving van Bruckners leven en werk van Rudolf Louis, verschenen in 1904 in München bij Georg Müller. Louis is duidelijk een groot bewonderaar van Bruckner, noemt hem steeds ‘der Meister’, acht hem geniaal, maar is toch ook openhartig over Bruckners zwakke psyche. Hij lijdt van tijd tot tijd aan ‘Psychische Verstimmungen’ en ‘religiöse Wahnerscheinungen’, en hij heeft een ‘Manie des Zählens’, een manie om alles te tellen: de ramen van een huis, de bladeren van een boom en wat niet al. Zie Louis (1918: 177-178).

Uitgeput

In Louis’ biografie vond Nijhoff onder veel meer de volgende informatie over Bruckners laatste jaren. In 1891 begon Bruckner aan zijn negende symfonie. Zijn gezondheid was toen al uiterst fragiel. Met heel zijn hart verlangde hij deze symfonie te voltooien, maar er was een grote, pijnlijke angst in hem zijn negende onvoltooid te moeten laten. Bruckners religieuze gevoel was diep doordrongen van de dreiging die Christus tot uitdrukking bracht in de gelijkenis van de toevertrouwde talenten (Mattheus 25: 14-30, Lucas 19: 12-27). Ook zijn eigen talenten, zo meende hij, waren een aan hem toevertrouwde taak, door God, zijn Heer, aan hem gegeven om ermee te ‘woekeren’. Hij was ervan overtuigd dat hij verantwoording zou moeten afleggen over het beheer en de vermeerdering van dit goddelijke bezit. En zijn geweten werd nooit volledig bevrijd van de angst dat het hem op een dag zou vergaan als de luie dienaar in de gelijkenis, die door zijn heer in de uiterste duisternis geworpen werd, waar hij zou jammeren en zijn tanden zouden knarsen. Ondanks alle moeite die Bruckner deed om zijn terminale ziekte te overwinnen, is zijn laatste grote wens niet in vervulling gegaan. Zijn negende symfonie bleef onvoltooid: Bruckners leven moest ‘ondergaan naar ’t God geviel’ (regel 6). In het Duits van Louis klinkt Bruckners vergeefse strijd als volgt: 

Kämpfen, Ringen, Streben, nimmerermattende Arbeit um den höchsten Preis des irdischen Daseins mit voller Einsetzung höchster Kräfte und ausserordentlicher Fähigkeiten – und schliesslich doch ein Zusammenbrechen kurz vor dem Ziele, ein vorzeitiges Ermatten, noch ehe die zitternde Hand den Siegenkranz hatte fassen können: das war Bruckners Los. (Louis: 179-180)

Strijdend, worstelend, onvermoeibaar streefde hij, met volledige inzet van al zijn krachten en buitengewone gaven, naar het hoogst haalbare in dit aardse bestaan, maar hij stortte vlak voor het bereiken van dit hoge doel volledig in. Nog voordat zijn trillende hand de overwinningskrans had kunnen grijpen, raakte hij totaal uitgeput: dat was Bruckners lot.

Herlevingen

Dit bittere, voortijdige einde vinden we niet in Nijhoffs gedicht, waarin we de dood wel voelen (‘leven moet ondergaan naar ’t God geviel’ (regel 6), maar waarin Bruckner aan het einde toch ‘Een nieuwen dag’ toebedeeld wordt, om verder te vechten om zijn werk te voltooien. Bruckner heeft in dit gedicht een groot verdriet, maar Nijhoff heeft dat verdriet niet ingevuld. De lezer weet uit regel 3 en 4 dat Bruckner daverende werken geschreven heeft, die veel indruk gemaakt hebben (‘als een vuist op aarde viel’), en hij kan slechts vermoeden dat de machteloze handen te maken hebben met de onmacht van de componist om zijn huidige werk te voltooien. Elke nieuwe dag die hem door de strenge God gegeven wordt, doet hem herleven (hij ‘glimlacht als de horizon weer kleurt’) en geeft hem de gelegenheid verder te strijden om het werk af te maken.

‘Herleven’, ‘herboren worden’ is een belangrijk thema in de vijftien gedichten die het eerste deel van de bundel De wandelaar vormen.

Helaas: ondanks deze dagelijkse herlevingen is Bruckners negende symfonie onvoltooid gebleven.

Geraadpleegde literatuur

Boer, Ronald de, e.a. (1997) Bruckner en het Koninklijk Concertgebouworkest. Bussum: Uitgeverij Thoth, Amsterdam: Koninklijk Concertgebouworkest

Louis, Rudolf (1918, eerste druk 1904) Anton Bruckner. München: Georg Müller

Klein, Maarten (2025) ‘Eerst “Het licht”, dan “De wandelaar” ’. In: Neerlandistiek (14 februari 2025)

Nijhoff, Martinus (2019) Verzamelde gedichten. Vierde druk. Amsterdam: Prometheus

Schrijvers, Piet H. (1984) ‘Nijhoff en Bruckner’, in De Revisor 11, 50-53

Slijper, Bart (2023) Elk woord ging ademhalen. Het leven van de dichter Martinus Nijhoff. Amsterdam: Prometheus

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel, Uitgelicht Tags: 20e euw, Anton Bruckner, letterkunde, Martinus Nijhoff, muziek, poëzie

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Luuk Gruwez • Gelovig gebed

Bovendien, lieve God, begin ik te geloven dat U
amper in Uzelf gelooft. Zo eindeloos bent U
dat U op een baaldag, verdwaald in wat U
zelf geschapen heeft, niets meer onthouden kunt

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

NAAR EEN BRETONS VOLKSLIEDJE

We hebben een winterkoninkje gevangen,
We hebben het vetgemest,
We hebben het naar de slager gebracht,
We hebben de veertjes op de markt verkocht.

Bron: Barbarber, september 1964

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

13 maart 2026: Promotie Gerda van de Haar over Marcel Möring

13 maart 2026: Promotie Gerda van de Haar over Marcel Möring

4 maart 2026

➔ Lees meer
20 maart 2026: Landjuweel

20 maart 2026: Landjuweel

3 maart 2026

➔ Lees meer
10 maart 2026: Marjoleine de Vos over Ik ben hier liever niet alleen

10 maart 2026: Marjoleine de Vos over Ik ben hier liever niet alleen

2 maart 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1938 Frank van Gestel
➔ Neerlandicikalender

Media

Wat als de Nederlandse taal verdwijnt?

Wat als de Nederlandse taal verdwijnt?

3 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Bonusauteurs: Cornelia Teellinck, Maria Petyt en Sibylle van Griethuysen

Bonusauteurs: Cornelia Teellinck, Maria Petyt en Sibylle van Griethuysen

3 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Annelies Verbeke over Charmolypi

Annelies Verbeke over Charmolypi

2 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d