
Dat jongeren de taal veranderen, dat is duidelijk. Maar de Jonge Akademie stuwt een en ander met haar nieuwste rapport tot een nieuwe hoogte. Profkip heet het rapport, een woord dat uitstekend illustratiemateriaal biedt voor iedere nieuwe les in de Nederlandse woordvorming.Volgens het rapport zelf gaat het om promotoren die “zoveel promovendi tegelijk [begeleiden], dat dit tot ongezond hoge werkdruk leidt en ten koste gaat van de kwaliteit van de begeleiding.” Er zitten in het huidige academische systeem prikkels om zoveel mogelijk promovendi te begeleiden – het maakt het bijvoorbeeld gemakkelijker om onderzoeksgeld te krijgen – en dat leidt dus tot een profkippenindustrie. (Overigens lijkt het fenomeen me in de geesteswetenschappen zeldzaam, het is al lastig om voor één promovendus geld te vinden.)
Het bijzondere van het woord is dat die betekenis veel lezers meteen duidelijk zal zijn, terwijl hij op het eerste gezicht maar voor een heel klein deeltje kan worden teruggevoerd op de samenstellende delen: prof is natuurlijk een afkorting van professor, en een professor is de prototypische begeleider van promovendi. Maar kip?
Ingewikkeld
De betekenis komt in dit geval eerder uit een klankgelijkenis met het woord plofkip: een kip die in de bioindustrie binnen korte tijd heel dik wordt gemaakt, zodat er een goedkope manier is om heel veel kippenvlees te produceren. Dat woord is zelf natuurlijk van oorsprong een beeldende metafoor: het is doorgaans niet zo dat de kip echt ploft, maar dat het lijkt alsof ze dat bijna doet. Plof- is daarop een sporadisch voorkomend eigen leven gaan leiden. In een column uit 2012 of 2013 is bijvoorbeeld sprake van een plofstudent als een student die ‘meer moet kunnen scharrelen’. Hier heeft plof dus de betekenis gekregen van ‘als een plofkip’, een metafoor over een metafoor heen: een plofstudent is een student die lijkt op een kip waarvan het net lijkt of ze ontploft. In hetzelfde stuk is ook sprake van plofhoogleraren als docenten die overladen raken met werk. Dat je die mensen ook plofproffen kunt noemen, daaraan dacht de columnist van dienst indertijd nog niet.
Maar in profkip heeft ineens juist het deel kip de betekenis van plofkip gekregen. Het kan dat denk ik alleen maar doordat het woord als geheel zoveel op plofkip lijkt. Een studentkip zou geloof ik geen duidelijk beeld oproepen. Het beeld is trouwens ook ongemerkt veranderd of vervaagd: waar het bij de klassieke plofklip om het eigen vlees te doen is, zegt de metafoor hier eerder dat die kip zoveel mogelijk eieren (in de vorm van goedgekeurde proefschriften) moet opleveren. Het gaat dus eerder om een legbatterijkip, zoals de bovenstaande afbeelding – uit het rapport van de Jonge Akademie – duidelijk maakt. Dat is overigens allemaal een normale gang van zaken in de ontwikkeling van woorden.
Intrigerend is dat de associatie met de allerletterlijkste betekenis van kip ook nog blijft bestaan. Je denkt bij profkip, ondanks al die metaforenlagen toch ook nog steeds een beetje aan een hoen, zoals het plaatje hierboven óók laat zien. Profkip is kortom een vreselijk ingewikkeld woord. Er zou best eens iemand op kunnen promoveren.
Laat een reactie achter