• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Gender en literatuur

28 april 2026 door Maaike Meijer Reageer

Lezing bij de uitreiking van de Everwinus Wassenberg penning

Tijdens de Neerlandistiekdagen, Leiden 24 april 2026

Maaike Meijer met de Wassenbergh Penning, vrijdag 24 april 2026

Geachte aanwezigen, beste collega’s, vriendinnen en vrienden,

Ik ben heel blij met het eerbewijs dat ik uit uw handen mag ontvangen, want hoewel ik vier decennia lang buiten de universitaire neerlandistiek heb gewerkt is het vak mij zeer dierbaar. Ik weet dat mijn werk ook gewaardeerd is door de vakgenoten, door U. En ja het vak, wat is dat eigenlijk? Voor mij is het inzicht in levende taal en kennis van literatuur – allereerst die in je moedertaal – maar al heel gauw ook de literatuur van de omringende talen en de wereldliteratuur, want er staat geen hek om de literatuur. Hoe werkt intertekstualiteit, wat doet een tekst met je, wat is het mechaniek van de ontroering om met Kopland te spreken, hoe werkt de acrobatiek, het vuurwerk van de woorden, het geluk dat een tekst kan brengen? En hoe ook werkt het geweld van een tekst, de manier waarop die de wereld representeert en herschept, hoe werkt het worstelperk van macht en onmacht van wie mag spreken en wie waardig is en wie abject, en wat er niet gezegd mag worden. Hoe worstelt de tekst altijd rondom een leegte van wat ze niet wil of kan zeggen en tussen de regels door toch zegt. Ik heb literatuur ook altijd ruim gezien, met inbegrip van volkstaal, liederen en populaire teksten en steeds meer ook in interactie met film, beeldende kunst, media, reclame, cultuur in brede zin dus. Hoe bewerkt de wereld de tekst en hoe bewerkt de tekst de wereld, dat is de kortste samenvatting van de vraag die mij altijd heeft gedreven.

Vrouwen en literatuur

De titel van mijn voordracht vandaag is gender en literatuur. Dat cluster van vraagstukken heb ik op de kaart helpen zetten. Ik werkte altijd binnen Vrouwenstudies, eerst in Utrecht, daarna in Maastricht toen heette het inmiddels genderstudies. Ik hield me bezig met dat brede palet van samenhangende vragen: waarom zijn er relatief zo weinig schrijvende vrouwen geweest of bekend gebleven, hoe kunnen ze worden herontdekt en herlezen, hoe zat de literaire wereld in verschillende periodes elkaar, waarom vielen juist de vrouwen eruit, hoe werken de processen van canonvorming en hoe hangen die samen de voorsortering van de literaire kritiek en met het maatschappelijk geweld van een patriarchaal systeem. Hoe zit het met de representatie van vrouwen en het vrouwelijke in teksten, waarom is die vaak zo clichématig en zo negatief? Welk gezonken Atlantis krijg je te zien als je vrouwelijke auteurs écht leest en vrouwenwerelden ziet door de ogen van vrouwen zelf? (dezelfde vragen werden in de tijd dat ik ze stelde ook gesteld in de kunstgeschiedenis, de filmkunde, de muziekwetenschap de geschiedenis en tal van andere disciplines). Ik kan u vertellen dat ik tal van vrouwelijke auteurs heb herlezen en opnieuw gewaardeerd, dat ik heb ontrafeld van hoe het netwerk functioneert waarin mannelijke auteurs vooral elkaar lezen en navolgen: in een patriarchaat nemen mannen vooral elkaar serieus. Ik heb biografieën geschreven van M. Vasalis en Frederike Harmsen van Beek ‘Fritzi’ ,en ik heb geloof ik velen de ogen geopend voor de door sekse bepaalde patronen in de hindernissen die zij tegenkwamen in hun carrière. En nu is dit vakgebied geaccepteerd als legitiem, er liggen stapels proefschriften op dit terrein en er worden meer cultureel actieve vrouwen gebiografeerd dan ooit tevoren.

So far zo good.

En opeens had ik daar genoeg van. Of was het mij niet meer genoeg.

Mannen en literatuur

Vrouwen dit, vrouwen dat, vrouwen, achterstanden, problemen. Waarom wordt de genderkwestie altijd besproken in termen van de achterstand van vrouwen en zelden in termen van de privileges van mannen? Maar vrouwenproblemen, dames en heren, zíj́n vaak mannenproblemen. De posities van mannen, hun socialisatie, hun onderlinge relaties, hun relatieve voordelen, hun problematische gedrag wordt vanzelfsprekend gevonden en daarmee niet gezien. En niet besproken. Dat is maatschappelijk zo: voetbalgeweld is een puur mannenprobleem maar wordt niet in die termen benoemd. De hardnekkige plaag van seksueel geweld is grotendeels een mannenprobleem maar wordt gepresenteerd als een vrouwenprobleem. Ja als je in elkaar bent gemept door je echtgenoot heb je een probleem. Maar what about die echtgenoot? Moet die niet eens in behandeling worden genomen? Waarom verwoest die niet alleen de levens van zijn geliefden maar ook zijn eigen wereld?

En in de literatuur werkt dat precies zo. Dat ontdekte ik toen ik een heleboel mannelijke auteurs ging lezen. Die had ik naar de onderste planken van mijn boekenkast verbannen omdat ik steeds liever met vrouwen bezig was. Maar nu blies ik het stof eraf. De mannelijke schrijvers verbaasden mij. En omdat dat nu de laatste afslag is geweest die ik in de neerlandistiek heb genomen vertel ik daar graag wat meer over.

Lijden aan mannelijkheid

In 2023 publiceerde ik het boek Radeloze helden, verbeelding van mannelijkheid in literatuur en film. Wat mij aanzette tot het schrijven van dit boek was de merkwaardige kloof die er gaapt tussen de dominante maatschappelijke mannelijkheidsnormen en de wijze waarop mannen in de culturele verbeelding verschijnen. Waar man-zijn maatschappelijk nog altijd geassocieerd wordt met kracht, leiderschap, kostwinnerschap en superioriteit daar verschijnen mannen in literatuur én in de film vaak juist als zeer on-heroïsche figuren, die lijden, omdat die vorm van mannelijkheid onbereikbaar is: ze schieten tekort, ze kunnen het niet, zij gaan ten onder aan eigen onvermogen om te aanvaarden wie en wat ze zijn buiten die drukkende norm. Cultuur zegt dus eigenlijk: mannelijkheid is een leugen, een onmogelijke opgave. Dit is de boodschap van door mannen zélf gemaakte kunst, let wel, het zijn geen feministen die hier aan het woord zijn. In de literaire verbeelding zien we de antiheld veel meer dan de ouderwetse held. Die is in de sprookjes en in de populaire cultuur ondergedoken. En dat geldt ook voor de Nederlandstalige literatuur: die levert een doorlopende kritiek op gangbare mannelijkheidsbeelden; die biedt zelfs studies van mannenproblemen. En van de mogelijke oplossing daarvan.

De laatste jaren is er meer maatschappelijke aandacht voor mannelijkheid. De manosphere valt te volgen op sociale media, waar mannen teruggrijpen op een belegen vertoog over man-zijn: je moet de baas zijn, je hebt recht op seks, jij bent beter, daarom moet je spierbundels kweken, en een hele generatie jongens blijkt ontzaglijk vatbaar voor de verleiding van die vette haring die daarmee voor hun neus wordt gehangen: alles is van jou, vrouwen zijn voor jou. De wereldpolitiek van heden ten dage is een griezelige manosphere. Het recht van de sterkste, blufpoker, het ophangen van de illusie van almacht en grote woede wanneer er een strobreed in de weg wordt gelegd. Het is een destructief machismo waarvan we dachten dat het niet meer bestond, het is dan ook een paniekreactie een laatste stuiptrekking van een stervend patriarchaat, – dat hoop ik tenminste – maar het is ook een voortzetting van wat de meeste mannen impliciet of expliciet te horen krijgen als peuters: jij bent beter, jij bent een jongen.

Dat lijkt fijn en handig, zo’n privilege, maar het is een giftig geschenk, is mijn stelling. Het legt namelijk een zware last op de schouders van elke jongen: want het is niet genoeg om een mannenlichaam te hebben: je moet steeds weer bewijzen dat je het waard bent, op straffe van uitstoting, je bent een watje, een mietje als je het niet waarmaakt, je mag niet meedoen in de mannenhiërarchie en de meisjes wijzen je af. Ik heb hier een heel boek aan gewijd, dus vergeef mij deze korte samenvatting: omdat mannen die last op hun schouders dragen hebben ze vaak zo’n moeite met het nemen van verlies, met de realiteit.  Niemand kan alles hebben en alles zijn, maar de boodschap waarmee jongens het leven – het bos – in worden gestuurd bereidt hen heel slecht op het echte leven voor, op liefde, relaties, op werken en politiek bedrijven. Ze staan onder een enorme druk: je zin niet krijgen of kunnen doordrukken is dan onverdraaglijk. Gezichtsverlies is een schande. Liever slaan dan incasseren. En er gaapt een verbeeldingstekort op het vlak van nieuwe, andere, meer leefbare mannelijkheden. Er is nieuw soort moed voor nodig om de macho-mannelijkheid af te wijzen.

Blind

Wat heeft dit nu met literatuur te maken? Wat moeten neerlandici hiermee? Ik denk: ons met zo’n prangend maatschappelijk probleem verbinden! Literatuur is de manosphere én de strijd daartegen.

Mannelijke schrijvers hebben veel te zeggen over de pressie die de mannelijke conditie op hen uitoefent. Maar wordt dat ook verstaan? Wordt het zo begrepen? Nee. Waarom niet? Omdat de vele klassieke verhalen over vrouwelijke helden die te gronde gaan – Eline Vere van Couperus, Van de koele meren des doods van Van Eeden, en talloze andere, ook buiten de Nederlandse literatuur, Tess d’Urberville van Thomas Hardy, Madame Bovary – omdat die altijd opgevat als handelend over de vrouwelijke conditie. Maar de vele verhalen over mannen die te gronde gaan – in Samuel Beckett, Franz Kafka, Joseph Conrad, J.M. Coetzee, Michel Houellebecq  en in de Nederlandse literatuur Thomas Roosenboom, W.F. Hermans, Willem Elsschot, Bordewijk, Wessel Te Gussinklo, Arnon Grunberg – die worden standaard gezien als ‘universeel’, als handelende over ‘de mens’.  Waarom zien we de mannenverhalen niet net zo specifiek, namelijk als mannenverhalen? Dat de auteurs die ik noemde steevast mannelijke personages opvoeren lijkt mij toeval noch bijzaak. Wat ík ze hoor zeggen is: ‘ik draai me vast in mijn mannelijkheidswaan’. ‘Ik ga kapot aan wat van me wordt verlangd, het is een onmogelijk programma, ik kan het niet waarmaken maar kom er ook niet van los’. Ik hoor er kortom een noodkreet in. Man in nood! We zien mannen lijden aan mannelijkheid. En waarom kunnen we dat niet lezen? Omdat we niet willen weten. Omdat we er blind voor zijn.

Klein mannetje

In mijn boek Radeloze helden illustreer ik met veel voorbeelden hoe mijn mede-lezers ernaast kunnen lezen. De personages van de debuterende Jan Wolkers – Serpentina’s petticoat was Wolkers’ debuut – zijn niet de seksuele bevrijders in de dop waarvoor ze vaak worden versleten. Het zijn fragiele, angstige, vernederde jongens, die zich tevergeefs wreken op meisjes voor iets waaraan die meisjes part noch deel hebben. De held van Turks Fruit is panisch bang voor de dood, projecteert die angst op zijn demonische schoonmoeder en zijn geliefde Olga die hij een gruwelijke dood aan de kanker laat sterven – en verstopt zijn eigen angst onder dwangmatige seks. Het is doorzichtig en na Onno Bloms Wolkersbiografie is het heel duidelijk hoe autobiografisch deze vorm van afweer voor Wolkers was. Maar het hele mechanisme van projectie wordt niet onderkend in de receptie. Daarom is interdisciplinair werken zo belangrijk: projectie is een kernbegrip in psychologie en psycho-analyse.

De donkere kamer van Damockes is in mijn lezing een boek over tragische mannelijkheidswaan: een man gaat te gronde aan het minderwaardigheidscomplex dat hem door zijn wrede tante Fietje is aangepraat in het pleeggezin waarin hij door zijn nicht seksueel misbruikt is. Wie weet dat eigenlijk nog? Het is die heel kaal vertelde voorgeschiedenis waar De donkere kamer mee opent. Maar De donkere kamer wordt herinnerd – niet vanwege die voorgeschiedenis, die wordt veelal eenvoudigweg genegeerd – maar vanwege zijn decor: een oorlogsroman. Hij wordt ook vaak teruggebracht tot het vage filosofische thema dat kenmerkend zou zijn voor Hermans: ‘de onkenbaarheid van de werkelijkheid’. Die sekseneutrale lezing ‘onkenbaarheid van de werkelijkheid’ haalt de hele tragedie waar dit boek écht om draait weg. Overigens kun je het hele oeuvre van Hermans lezen als een reeks gevechten met de mannelijkheidswaan. Maar behalve Saskia Pieterse en Sonja Pos zien de vele interpreten van Hermans dit niet. Ze zien nog wel dat Osewoudt het moeilijk vindt hij vrij klein is, een hoge stem heeft en blond haar, maar de omvang van zijn zelfhaat en de gevolgen daarvan lijkt niet echt door te dringen als een tragedie. Veel lezers lijken het eigenlijk normaal te vinden dat Osewoudt zichzelf haat. Ja, logisch, als je zo’n klein mannetje bent. Hier wordt de hele normativiteit rond ideologie van geslaagde mannelijkheid eenvoudigweg overgenomen, onderschreven.

Zelfdestructieve waan

U vindt in mijn Radeloze helden veel bekende werken uit de Nederlandse en de wereldliteratuur waarvoor ik andere lezingen voorstel. Don Quichotte is de allereerste Europese roman, daar begint het al. Dat verhaal wordt vaak gelezen als universeel. Maar Cervantes heeft het niet over ‘de mens’ die een onhaalbaar ideaal najaagt, maar over een man die gek gemaakt is door de mannelijkheidsmythe en daarin verdwaalt. Don Quichot is een oudere heer, die teveel achterhaalde ridderromans heeft gelezen met mannelijke helden die hij imiteren wil. Hij bestijgt een oud paard, neemt een boer op een ezel als knecht, kiest een boerenmeisje als zijn vrouwe Dulcinea, voor wie hij heldendaden gaat verrichten, trekt een blikken harnas aan en vervuld van hoge idealen gaat hij de wereld redden. Cervantes levert een langgerekte parodie op nodeloos geworden mannelijkheid en de eigendunk van een feodale elite. De roman is een reflectie op de mannelijke conditie van zijn tijd (hij dateert uit 1605). Don Quichotte leeft in een waan: hij wil zo graag held zijn dat hij overal vijanden ziet waar ze niet zijn, hij gaat windmolens en stofwolken te lijf alsof het vijandelijke legers zijn. Hij raakt gewond, verslagen, hij raakt al zijn tanden kwijt. Hij is meelijwekkend.

Maar, psychologisch interessant, hij ziet het op zeker moment zelf in: er is geen vijand. Dit hoeft allemaal niet. Hij moet meer naar Sancho Panza luisteren, die hem trouw blijft maar die naar huis wil. Don Quichot gaat dan ook naar huis, verbrandt al die ridderromans, de heldenverhalen die hem hebben opgefokt tot nutteloos heldendom. Hij verklaart ze tot gevaarlijke leugens. Hij legt zich neer bij zijn beperkingen en sterft als een tevreden man. Uiteindelijk gaat Don Quichotte dus over de man die afscheid neemt van dat achterhaalde heldendom, het gaat over de vermenselijking van de man. Maar wordt deze mannelijkheidskritiek wel gehoord? Nee want… al te vaak wordt in de interpretatie van deze tekst het einde eraf geknipt. Wie weet het nog, dat Don Quichot het najagen van mannelijheid afzweert? Don Quichotte blijft het beeld van de ‘mens’ die jaagt op het onmogelijke. Maar dat is dus maar een deel van het verhaal. Een van de vele bewerkingen van Don Quichotte is de Amerikaanse musical uit 1965, The man of La Mancha, zelf weer een bewerking van een gelijknamig toneelstuk. Daar kwam een lied in voor dat iconisch werd: The Impossible dream gezongen door Richard Kiley. Ook de befaamde Jacques Brel bracht die musical weer als een film in het Frans L’homme de la mancha, Brel speelde zelf de hoofdrol en vertaalde het lied The Impossible Dream als La quête. Luister ernaar op You Tube. Don Quichotte/Brel zingt: ik ga het onmogelijke doen, het onrecht bestrijden, de wereld redden. Al lijd ik honger en dorst, al ben ik gewond, al wordt het mijn dood, men zal aan mij blijven denken want tot uitputtens toe ging ik door, het zal me lukken etcetera: l’impossible étoile. Het is het beeld van Don Quichotte middenin zijn zelfdestructieve waan.

Kernmethode

Het is een prachtig lied, van iemand die op de rand van de afgrond staat. Brel beeft, zweet en spuugt erbij, in opperste concentratie. Hier is de Don Quichotte aan het woord die niet tot inkeer gekomen is en die zijn eigen verdwazing nog verheerlijkt. In dit lied wordt hij bevroren op een moment lang voor het einde van de film. En kijk, daar verrijst hij, de antiheld, weer teruggetoverd tot held, zijn roemloze ondergang moet nog komen. Die wordt in dit lied verdrongen, weggeschoven, uitgewist.

Ik zou u graag meer voorbeelden geven van dit soort herlezingen van canonieke teksten, bijvoorbeeld van de Reinaert, van het Lied der achttien doden maar ook van iconische films als One Flew over the Cuckoo’s Nest. Dit project is nog maar pas begonnen. Ik heb in mijn boek een programma voorgesteld om het onderzoeksgebied gender en literatuur uit te breiden en het een nieuwe maatschappelijke relevantie te geven. Ik geloof dat neerlandici er goed aan doen zich te bemoeien met wat er gaande is in de wereld vanuit het oogpunt van taal literatuur en culturele representatie. Want is het nu zo’n ramp dat literatuur nu op grote schaal verdrongen door andere media? Wij hebben ook heel veel te zeggen over die andere media omdat ze allemaal geheel of gedeeltelijk van taal zijn gemaakt. Van de Nederlandse taal. Van welke retorica bedienen zij zich, waarop berust hun effect? De oude Everwinus Wassenberg was een groot geleerde die zeer multidisciplinair te werk ging – hij kende zijn talen, was ook classicus en eigende zich het Nederlands toe als waardig object van onderzoek. Hij zag de retorica als een kernmethode. En hij had gelijk: retorica is overal. Niet alleen in de klassieke teksten maar ook in de literatuur in de volkstaal, op straat, in het politiek discours, in de spreektaal: geweld wordt ingeleid en begeleid door een taal van geweld, taal is macht. Taal is een wapen dat de wereld verschuift en verandert, ten goede of ten kwade. Hoe dat werkt, daar gaan de neerlandici helemaal over! Wij zijn geduldige lezers, geen complex gedicht is ons te moeilijk.

Everwinus was als achttiende-eeuwer waarschijnlijk van mening dat vrouwen niet in het openbaar mochten spreken, noch mochten studeren, ik maak me weinig illusies dat hij de ideeën van zijn tijdgenoot Betje Wolff heeft gedeeld. Maar in een ander opzicht heeft hij ons iets te zeggen. Retorica als kernmethode, daarmee sloeg hij de spijker op de kop. Dus veel dank voor deze naar hem genoemde penning. En dank voor jullie aandacht.

Externe inhoud van YouTube

Deze inhoud wordt geladen van YouTube en plaatst mogelijk cookies. Wil je deze inhoud bekijken?

Publicaties Maaike Meijer

Boeken:

Radeloze helden. De verbeelding van mannelijkheid in literatuur en film. Amsterdam, Atlas/Contact 2023

Hemelse mevrouw Frederike. Biografie van F. Harmsen van Beek, 1927-2009. Amsterdam, De Bezige Bij, 2018 [700 pgs]

[met Jac van den Boogard en Peter Peters] Rieu. Maestro zonder grenzen. Amsterdam: Thomas Rap 2015

M. Vasalis. Een biografie. Amsterdam: Van Oorschot, 2011

R. Buikema en M. Meijer (red) Cultuur en migratie in Nederland. Kunsten in beweging.

Deel I 1900-1980. Den Haag: SDU, 2003 476 pgs.

Deel II 1980-2000. Den Haag: SDU, 2004 473 pgs.

(met Anneke Smelik en Rosemarie Buikema) Effectief Beeldvormen. Theorie, analyse en praktijk van beeldvormingsprocessen. Assen: Van Gorcum, 1999

Machtige melodieën. Populaire teksten uit de jaren vijftig en zestig als bron voor cultuurgeschiedenis. Inaugurele rede. Maastricht: Centrum voor Gender en Diversiteit/ Unigraphic 1999

The Defiant Muse. Dutch and Flemish Feminist Poetry from the Middle Ages to the Present. Edited and with an introduction by Maaike Meijer. Coeditors Erica Eijsker, Ankie Peypers, Yopie Prins. New York: The Feminist Press, 1998.

Op poëtische wijze. Handleiding voor het lezen van poëzie. (met E. van Alphen, L. Duyvendak en B. Peperkamp). Muiderberg (Coutinho) 1996

In tekst gevat. Inleiding tot een kritiek van representatie. Amsterdam (Amsterdam University Press) 1996. (heruitgave 2005 in de AAA-serie (Print on Demand) van de Amsterdam University Press)

De canon onder vuur. Nederlandse literatuur tegendraads gelezen. Samenstelling, inleiding en redactie Ernst van Alphen en Maaike Meijer. Amsterdam (van Gennep) 1991.

De lust tot lezen. Nederlandse dichteressen en het literaire systeem. [Lust for Letters. Dutch women‑poets and the literary system. With a summary in English] Proefschrift. Amsterdam (van Gennep) december 1988.

Opgenomen in de DBNL- Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. www.dbnl.org

Keuze uit voor dit betoog relevante artikelen:

‘Verstarde mannen op weg naar niets. De kus (1977) van Jan Wolkers herlezen,’ Indische Letteren 36 nr 3, september 2021

‘De zon die zelf onzichtbaar blijft. Mannenstudies in het Tijdschrift voor Vrouwenstudies,’ in: Tijdschrift voor Genderstudies jrg 23 (2020) nr. 3, p. 245-256

‘”Opdat ik heenga als een man.” Oorlog en mannelijkheid,’ in: Nederlandse Letterkunde 2019, Vol. 24, No. 2, p 211-230. www.nederlandseletterkunde.nl

‘Een gezongen seksuele revolutie. Het Franse chanson en het debuut van de singer-songwriter Boudewijn de Groot’, in: Agnes Andeweg (red) Seks in de nationale verbeelding. Culturele dimensies van seksuele emancipatie. Amsterdam, Amsterdam University Press 2015 p. 97-114.

‘Het moMumentale kreng. Vijf visies op One flew over the Cuckoo’s Nest en de macht van de interpretatie.’ In: Het M-woord. Themanummer van het tijdschrift voor genderstudies, 16, 2013, nr. 3 p. 28-44.

‘Intertekstualiteit en culturele studies: een pleidooi,’ in: Yra van Dijk, Maarten de Pourcq en Carl de Strycker, Draden in het donker. Intertekstualiteit in theorie en praktijk. Nijmegen, Vantilt 2013 p 267-287.

‘Nieuwe mannen’ in: Jan de Roder (red) Ik woon in duizend kamers tegelijk. Opstellen voor Wiel Kusters. Nijmegen, Vantilt 2012 p.153-161

Essays over Anja Meulenbelt, Elly de Waard, Neeltje Maria Min, Judith Herzberg, Hanny Michaelis en M. Vasalis in: Jacqueline Bel en Thomas Vaessens (red) Schrijvende vrouwen. Een kleine literatuurgeschiedenis van de Lage Landen 1880-2010. Amsterdam, AUP 2010, passim; Vertaald in het Engels: Bel, Jacqueline and Thomas Vaessens (eds.) Women’s Writing from the Low Countries 1880-2010. An Anthology. Amsterdam/ Manchester: Amsterdam University Press/ Manchester University Press.

‘Oud en nieuw schrijven over seks. Wolkers’ Turks fruit en Pfeijffers’ Grand Hotel Europa,’ Vooys 40,1 (2022): 17-27

‘‘Genderstudies: een vruchtbaar perspectief voor de neerlandistiek’, in: Vooys, tijdschrift voor letteren, 30 nr 1, maart 2012 p. 82-88

‘De moord op het ei. Nieuwe beelden van mannelijkheid in liederen van Jaap Fischer.’ In: Groniek 190, Augustus 2011. Themanummer Mannelijkheid. Het beeld van de man in de populaire cultuur. Groningen, Stichting Groniek 2011 p. 491-507

‘Hélène Swarth en de constructie van mannelijkheid in de feministische literatuurbeschouwing.’ In: Rosemarie Buikema en Iris van der Tuin (red) Gender in Media, Kunst en Cultuur. Bussum, Coutinho 2007. p. 230-245; Vertaald in het Engels: ‘Hélène Swarth and the construction of masculinity in literary criticism.’ In: Rosemarie Buikema and Iris van der Tuin (eds) Doing Gender in Media, Art and Culture. London and New York, Routledge 2009. p. 223-237

(redactie) Zingen en dichten. Grensverkeer tussen lied, poëzie en muziek. Themanummer van Armada jrg 12 nr 42, maart 2006

‘Achterbergs autobiografie’. Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans (TNA) jrg. 12 nr. 2 (2005), p 184 -205

‘”Het huwelijk” van Willem Elsschot en de deconstructie van mannelijkheid’ in Amada M’charek, Agnes Andeweg en Barbara van Balen (red) Sporen en resonanties. De klassieken van de Nederlandstalige Genderstudies. Amsterdam, SWP, 2005, 73-87

‘Migrerende motieven, pratende poppen’ in: Jan Baetens & Ginette Verstraete (red) Cultural Studies. Een inleiding. Nijmegen, Vantilt, 2002: p. 55-71

‘Fragiele helden. Mannelijkheid in de Nederlandse literatuur’ in: Vaktaal. Tijdschrift van de landelijke vereniging van neerlandici jrg. 12, nr. 4 1999: 4-6

‘Inleiding’ tot themanummer ‘Vrouwen en de canon’. Nederlandse letterkunde 2 (1997) 3 (augustus): 199-207

‘De verschrikkelijke sneeuwman. Projectie, geweld en nieuwe mannelijkheid in het werk van Jan Wolkers.’ in: Renée Römkens, Sietske Dijkstra (red) Het omstreden slachtoffer. Geweld van vrouwen en mannen. Baarn (Ambo) 1996: 39-58

‘De schrijvende vrouw en de kritiek. 16 juni 1937: Annie Romein-Verschoor krijgt de Dr. Wijnaendts Francken-prijs voor Vrouwenspiegel’ in: M.A. Schenkeveld-van der Dussen (red) Nederlandse literatuur. Een geschiedenis. Groningen: Martinus Nijhoff 1993:682-689

‘Vrouw-en-literatuur’ In: W. van Peer en K. Dijkstra (red) Sleutelwoorden. Kernbegrippen uit de hedendaagse literatuurwetenschap. Leuven/Apeldoorn (Garant) 1991: 176-18

(met Ernst van Alphen) ‘Kritische retorica en de schaduwzijden van de cultuur. Een repliek.’ In De Gids 154 no. 11 november 1991: 926-934.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Everwinus Wassenbergh Penning, gender, letterkunde, mannelijkheid

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Piet Gerbrandy • Val

Op straat in de trein in de klas weet jij je gedurig
omringd van gewijde vulva’s geborgen
in diepe bosschages van mirre en muskus

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.

Bron: M. Vasalis

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

11 mei 2026: Promotie Bartie Thuis

11 mei 2026: Promotie Bartie Thuis

28 april 2026

➔ Lees meer
8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

26 april 2026

➔ Lees meer
30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

25 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1936 Wam de Moor
1940 Wim Hazeu
➔ Neerlandicikalender

Media

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

26 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d