• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Gulliver met driehonderd: ongedierte

15 april 2026 door Robbert-Jan Henkes Reageer

Tot de meest geciteerde passages uit Gulliver’s Travels behoren de paar regels waarmee de koning van Brobdingnag de soortgenoten van Gulliver afschildert, wanneer Gulliver tegenover de koning in gloedrijke en lofvolle bewoordingen hoog opgeeft over de staatsinstellingen in Europa. Daarop stelt de koning hem nog allerlei vragen, die Gulliver niet bij machte is zodanig te beantwoorden dat de koning er een beter oordeel over het mensenras aan overhoudt. De koning, nochtans de kwaadste niet, pakt Gulliver op en streelt hem zachtjes, en zegt dat hij hoopt, aaanneemt dat Gulliver door zijn lange jaren op zee de meeste ondeugden van zijn soort ontlopen is, en dan volgt deze fameuze passus:

But, by what I have gathered from your own Relation, and the Answers I have with much Pains wringed and extorted from you; I cannot but conclude the Bulk of your Natives to be the most pernicious Race of little odious Vermin that Nature ever suffered to crawl upon the Surface of the Earth.

Zo, die zit! Een pernicious race of little odious vermin – een sluitender, beknopter, juistere definitie heeft de mens niet gekregen, of het moest de kenschets van Nietzsche zijn in Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben (geloof ik) als een schimmel op het aardoppervlak – een definitie waar ik nog altijd aan moet denken als ik steden en dorpen en de wegen ertussen vanuit de lucht zie.

Daar moet in vertaling toch iets even hards en waars en moois van te maken zijn, dunkt me. We slaan onze vertalende soortgenoten er hoopvol op na.

1727: Maar uit het geen ik uit uw eigen verhaal by een gezamelt, en uit de antwoorden, welke ik met veel moeite u uit de keel gehaalt en afgedwongen heb, kan ik niet anders dan besluiten, dat ’t geheel gros van uwe Landsgenoten, het allervernielenste slag van klein, haatelyk en schadelyk gedierte is, dat de Natuur ooit gedult heeft over de oppervlakte van den aardbodem te kruipen.

Heel mooi, het allervernielenste slag van klein, haatelyk en schadelyk gedierte, klopt als een bus. Ik zou er ongedierte van maken en misschien zijn er klinkender woorden te verzinnen, maar het komt wel aan, zo.

1792: Dan, alles wat ik uit uw vertellingen en uit uwe antwoorden, op myne vraagen, met veel moeite, opmaaken kan, is, dat het grootste gedeelte van uwe landslieden de afschuwelykste klomp boosaartige wurmen is, welke de Natuur ooit op de Aarde heeft laaten rond kruipen.

Ook mooi, de afschuwelijkste klomp boosaartige wurmen! Je zou ze allebei zo willen overnemen.

1862: Doch uit hetgeen ik uit uw eigen verhaal heb opgemaakt, en uit de antwoorden die ik u met veel moeite heb afgedwongen, moet ik tot de slotsom komen, dat het gros uwer landgenooten het schadelijkste ras is van klein, leelijk ongedierte, dat de natuur ooit op den aardbodem liet rondkruipen.

Hier wordt het al wat doorsneïger, het schadelijkste ras van klein, leelijk ongedierte, en komt in mijn oren niet meer zo mokerend hard aan, misschien omdat klein te veel lijkt of misschien te weinig, een te klein woord, een beetje denigrerend bedoeld zonder de spijker op zijn kop te slaan.

1940: Maar uit datgene, wat ik door je beschrijvingen heb vernomen en uit de antwoorden, die ik met veel moeite uit je mond heb kunnen loswringen, kan ik slechts de gevolgtrekking maken, dat de meesten van je soortgenooten behooren tot het meest verfoeilijk en kwaadaardig klein gedierte, dat de natuur ooit op de aarde liet rondkruipen.

Grijpt weer terug op het gedierte van 1727. De komma’s doen af aan de kracht van de zin, maar dat kan eenvoudig verholpen worden. Ook datgene, wat en de meesten van je soortgenooten werken in mijn oren vertragend.

1974: Maar uit wat ik heb opgestoken van uw eigen relaas en van de antwoorden die ik met veel moeite uit u heb kunnen persen en wringen, kan ik alleen maar concluderen, dat het gros van uw landgenoten uit het schadelijkst ras van weerzinwekkend klein ongedierte bestaat, dat de natuur ooit op de aardbodem heeft laten rondkruipen.

Het woord gros is bruikbaar, schadelijk is verleidelijk, als ongedierte dat niet al inhield. Ik zou bestaat voor de kracht ook naar voren halen. Het is het nog niet…

1979: Maar na wat ik heb opgemaakt uit je eigen relaas en uit de antwoorden die ik met veel pijn en moeite uit je gewrongen heb, kan ik niet anders concluderen dan dat het grootste deel van je landgenoten het schadelijkste soort klein ongedierte is dat de Natuur ooit heeft toegestaan op de aardbodem rond te kruipen.

Het woord eigen in je eigen relaas maakt het slap. Cliché: pijn en moeite. Ook lijkt me kan ik niet anders concluderen dan dat slapper is dan kan ik niet anders dan concluderen dat. We raken steeds verder af van de kragt der uytdrukselen!

2004: Maar te oordelen naar wat ik uit je eigen verhaal heb begrepen en de antwoorden die ik je met veel moeite heb ontwrongen en ontfutseld, kan ik slechts concluderen dat de overgrote meerderheid van je landgenoten het schadelijkste ras van klein weerzinwekkend ongedierte is dat ooit van de Natuur op het oppervlak van de aarde heeft mogen rondkruipen.

Het woord weerzinwekkend is hier niet slecht, en de hele frase, het schadelijkste ras van klein weerzinwekkend ongedierte heeft zeker zijn charme, alleen is klein, hier ook, een beetje flauw en slap. Kan het niet zonder? In het Engels staat het ook, little, maar daar spreekt het meer. Mijn eerste poging:

2026: Maar naar wat ik heb opgestoken van je relaas en de antwoorden die ik met zoveel moeite aan je ontwrocht en ontwrongen heb, moet ik wel tot de slotsom komen dat het gros van je landgenoten het meest funeste ras verfoeilijk klein ongedierte is dat de natuur ooit geduld heeft op het aardoppervlak rond te kruipen.

Logischerwijze moeten de woorden verfoeilijk en funest omgedraaid worden. Er wat kan ik met klein uitspoken? Iets als funest klein, funest nietig, funest min, funest futiel? Het woord nefast is trouwens ook een optie – ook met felle f-klank: nefast klein ras etc.

Waarom little vermin? Vermin is ongedierte, maar de OED specificeert: Animals of a noxious or objectionable kind: a. Originally applied to reptiles, stealthy or slinking animals, and various wild beasts. – vandaar dat 1727 gedierte heeft en 1792 wurmen. Maar er is ook een betekenis 1.b: Applied to creeping or wingless insects (and other minute animals) of a loathsome or offensive appearance or character, esp. those which infest or are parasitic on living beings and plants; also occasionally applied to winged insects of a troublesome nature. – en dan zitten we meer in de regio van het kruipend ongedierte. Natuurlijk noemt de OED ook het figuurlijke gebruik, onder 3. Applied to persons of a noxious, vile, objectionable, or offensive character or type – en de koning van Brobdingnag zal het mensenras in beide betekenissen vermin hebben genoemd, groot als wurmen en insecten als ze in zijn ogen waren en even pernicieus en odieus.

Als ik van kruipen nu eens krioelen maak? Dan hoef ik niet meer te zeggen dat het ongedierte klein is, feitelijk. En als ik van ras, een niet heel gelukkig begrip, nu eens slag maak? Tweede poging, met nefast en slag en rondkrioelen, en zonder klein:

2026: Afgaand evenwel op wat ik heb opgestoken van je relaas en de antwoorden die ik met zoveel moeite aan je ontwrocht en ontwrongen heb, moet ik wel tot de slotsom komen dat het gros van je landgenoten het meest verfoeilijke slag nefast ongedierte is dat de natuur ooit op het aardoppervlak toestond rond te krioelen.

Dat klinkt in elk geval wel alsof het uit de grond van zijn hart komt, en daar gaat het toch om.

1727: anoniem [Dr. Cornelis van Blankesteijn]; 1792: anoniem; 1862: J.W.N. Mosselmans; 1940: G. Blom; 1974: Mr. S[em] Davids; 1979: Arjaan van Nimwegen; 2004: Paul Syrier. Zie ook blog 565 en 566 voor een inleiding op deze serie vertaalproblemen. Illustratie: Lemuel Gulliver in zijn bibliotheek, voor de wand met schilderijen van zijn lotgevallen.
Dit stuk verscheen eerder op VandaagsVertaalProblemen. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Jonathan Swift, vertalen

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Christine D’haen • Hortus conclusus

’t Gebaardhaard aartsvader-seringenhout dringt
met bronshartig blad in het blonde geblaarte
der esch waar de eschdoorn door wast
bekropen door hedera en hooge kornoelje
gepaard aan liguster en vlier.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Morgen
van acht tot negen uur ’s ochtends
zal ik de mensheid bewenen

Bron: Rodaan al Galidi

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

23 en 24 april 2026: De neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: De neerlandistiekdagen

14 april 2026

➔ Lees meer
2 mei 2026: voorjaarsbijeenkomst E. du Perrongenootschap

2 mei 2026: voorjaarsbijeenkomst E. du Perrongenootschap

13 april 2026

➔ Lees meer
19 juni 2026: Tiende Indische Letteren-lezing

19 juni 2026: Tiende Indische Letteren-lezing

13 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1910 Saskia Ferwerda
1933 Jos Wilmots
➔ Neerlandicikalender

Media

Ted van Lieshout | Het Grote Gebeuren 2026

Ted van Lieshout | Het Grote Gebeuren 2026

12 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met dichter Sophia Blyden

In gesprek met dichter Sophia Blyden

12 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Abdelkader Benali en Marita Mathijsen over Aagje Deken en Betje Wolff

Abdelkader Benali en Marita Mathijsen over Aagje Deken en Betje Wolff

11 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d