• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Het was een schoone tijd

4 april 2026 door Marc van Oostendorp 5 Reacties

Vorig jaar schreef ik op Neerlandistiek een stuk over de verkoop van het Engelstalige boekenprogramma van Amsterdam University Press aan Taylor & Francis. Ik maakte me zorgen over die transactie, maar vooral over wat ik erachter vermoedde. AUP was in 2019 stilletjes geprivatiseerd, een onderneming geworden die wel de naam mocht blijven voeren die aan de UvA verwant is. Nu werden de Engelstalige boeken doorverkocht aan een commercieel conglomeraat met een winstmarge van 36 procent. Dertig reeksredacteuren namen collectief ontslag. Ik schreef erover, en haalde het stuk de volgende dag weer weg, want de directeur van AUP had me opgebeld. en bezwoer me dat het juist allemaal was om het Nederlandstalige fonds te behouden. Ik maakte, zei hij, met mijn schrijven te veel mensen ongerust. Ik dacht dat ik hem niet in de wielen moest rijden en deed iets wat ik zelden doe – het stukje verwijdere.

(Ik word vaker opgebeld door mensen die willen dat ik iets weghaal. Maar in totaal heb ik in de afgelopen vijftien jaar maar drie keer iets weggehaald, en altijd op verzoek van de auteur.)

Het nieuwe dubbelnummer van het prachtige, liefde voor het vak spetterende, tijdschrift Zacht Lawijd is het laatste dat onder de vlag van AUP verschijnt. De redactie zoekt een nieuwe uitgever en nieuwe financiën, schrijft ze in dat nieuwe nummer. AUP vindt dat er te weinig clicks zijn.

Dat is geen detail in een voetnoot. Het is een symptoom van iets wat al jaren aan de gang is en waar we in het vak veel te lang veel te weinig over hebben gezegd.

Infrastructuur

AUP geeft een indrukwekkende reeks Nederlandstalige tijdschriften uit: Nederlandse Letterkunde, Nederlandse Taalkunde, Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, De Boekenwereld, Queeste, De Moderne Tijd, en tot voor kort dus Zacht Lawijd. Wie de neerlandistiek in het Nederlands wil beoefenen, komt vroeg of laat bij AUP terecht. Dat is infrastructuur, voor het vak minstens even vitaal als de spoorlijnen tussen Amsterdam, Leiden, Nijmegen, Utrecht en Groningen. (En net zo kwetsbaar wanneer het onderhoud aan de markt wordt overgelaten; maar dat is een ander verhaal).

Ik geloof nog altijd niet dat AUP noodzakelijkerwijs van kwade wil is. Het probleem is dat een geprivatiseerd bedrijf, ook als de eigenaar het beste voorheeft, uiteindelijk zakelijke beslissingen moet nemen. In 2022 nam AUP Zacht Lawijd, De Boekenwereld en Scheepshistorie in zijn fonds op, met de belofte dat de toekomst van deze tijdschriften nu verzekerd was. Vier jaar later stopt de samenwerking met Zacht Lawijd, . Beloftes van bedrijven zijn altijd voorwaardelijk aan de volgende strategische heroriëntatie. Zelfs als AUP zou willen dat deze tijdschriften blijven bestaan, kan het dat niet garanderen. Niemand kan dat, behalve de gemeenschap die ze nodig heeft.

Liefde

En dat die gemeenschap ze nodig heeft, kun je aan iedere bladzijde van dit laatste nummer van Zacht Lawijd af lezen. Het dubbelnummer gaat over vondsten — boeken, manuscripten en objecten die ergens op een veiling of in een archief opdoken en ons beeld van de literatuurgeschiedenis verschuiven. De nadruk ligt op de minder spectaculaire vondst, want als onderzoeker kun je natuurlijk om een niet-spectaculaire vondst al heel blij zijn.

Neem het artikel van Kris Steyaert, hoogleraar Nederlandse literatuur in Luik. Op een veiling kocht hij een album uit voormalig Nederlands-Indië met daarin handgeschreven poëzie van een tot dusver volkomen onbekende dichteres. Niemand had haar ooit opgemerkt. Steyaert groef verder, probeerde de herkomst te achterhalen en een naam bij de verzen te vinden. Dat is geen type onderzoek dat miljoenengrants aantrekt of krantenkoppen genereert. Het is het soort werk dat ontstaat uit nieuwsgierigheid en toewijding, en dat een plek nodig heeft om gepubliceerd te worden. Een plek als Zacht Lawijd.

Of neem het essay van Lieke von Berg over de drukgeschiedenis van Anna Blamans Eenzaam avontuur — een roman die in veertig drukken meer dan honderdvijftigduizend exemplaren bereikte, maar van wie steeds weer beweerd wordt dat de auteur ‘vergeten’ is. Von Berg stelt een voor de hand liggende vraag die desalniettemin nog niemand had gesteld: wat bedoelen we eigenlijk met vergeten? Meten we het aan verkrijgbaarheid in de boekhandel, aan academische aandacht, aan quizvragen in De slimste mens? Het is precies het soort genuanceerde analyse dat nergens anders meer een plek vindt: te lang voor de krant, te essayistisch voor een academisch tijdschrift. Dat tussengebied was het domein van Zacht Lawijd.

Erosie

We leven in een tijd waarin de infrastructuur van de geesteswetenschappen – de tijdschriften, de universitaire uitgeverijen, de bibliotheken, de vakgroepen — stuk voor stuk wordt afgebroken, niet door één daad van vandalisme maar door een langzame erosie van het vanzelfsprekende. Niemand besluit op een kwaaie ochtend: laten we de letterkundige geschiedschrijving om zeep helpen. Het gaat sluipend. Een privatisering hier, een verkoop daar. Een tijdschrift dat zijn uitgever verliest. Een redactie die doorgaat op eigen kracht, met de geestdrift van vrijwilligers en de middelen van niemand.

Dat is het patroon: de gemeenschap levert het werk, de instelling trekt zich terug, en een commerciële partij springt in het gat, tot het gat niet meer rendabel genoeg is. Bij de Engelstalige boeken ging het zo. Bij Zacht Lawijd gaat het nu zo. Bij de andere tijdschriften in het AUP-fonds — Nederlandse Letterkunde, Nederlandse Taalkunde, TNTL, al die onmisbare organen van ons vak — kan het morgen zo gaan.

Zacht Lawijd is vernoemd naar een gedicht van Richard Minne.

Ik floot een zacht lawijd
op een gespleten blaere:
Het was een schoone tijd,
mijn hart kan niet bedaren.

Het was inderdaad een schoone tijd. De redactie zoekt een nieuwe uitgever. Laten we hopen dat ze die vinden. Maar ondertussen mag ons hart niet bedaren.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: commercie, tijdschriften, uitgeverij

Lees Interacties

Reacties

  1. Hans Broekhuis zegt

    4 april 2026 om 21:18

    Het wordt misschien tijd voor een PLOS-NL. Met de toenemende erkenning van het belang van het Nederlands als taal voor de wetenschap zou het geen slecht idee zijn als overheid en wetenschappelijke instellingen daar geld in zouden steken.

    Beantwoorden
  2. freek van de velde zegt

    5 april 2026 om 11:17

    Het dieperliggende probleem is dat onderzoekers met hun grote onderzoek vaak Engelstalige, algemene tijdschriften opzoeken en hun neus ophalen voor kleinere. Een erfenis van een periode met doorgeschoten bibliometrie. Ik heb de indruk dat het nu wat beter is, althans in mijn thuisinstelling. Academische renommee kan nu ook verworven worden door outreach, tentoonstellingen, specialistisch onderzoek in kleinere tijdschriften. Fondsenverstrekkers vragen een narratief cv. Toch zie je nog steeds dat sommige neerlandici hun stuk liever verloren laten lopen in een groot Engelstalig tijdschrift dan in een kleiner. Vooral de taalkundigen denk ik. Als redactielid van TNTL heb ik in al de jaren dat ik er mee de dienst mocht uitmaken gezien hoe lastig het was om goeie kopij te werven. De oplossing is bij aanwervingen van docenten tot hoogleraren diversiteit van publicatie te waarderen.

    Beantwoorden
    • Marc van Oostendorp zegt

      5 april 2026 om 11:49

      Toch is een deel van dit probleem het feit dat voor uitgevers de tijdschriften handelswaar zijn, en dat probleem is bij Engelstalige tijdschriften, alleen al vanwege de schaal, nog groter. Elsevier of Kluwer zijn natuurlijk pas de echte rovers.

      Beantwoorden
      • Freek Van de Velde zegt

        5 april 2026 om 21:48

        Ja dat klopt. Je ziet eigenlijk ook veel minder kleine boekpublicaties zoals je die vroeger had – en ik kijk nu snel even in m’n boekenkast – bij uitgevers als Van Gorcum (allerlei handzame werkjes van Weijnen met een sobere witte kaft), Thieme, Martinus Nijhoff, Foris, of Servire (een paar dunne boekje van Van Haeringen). Als je nu met Weijnen/VanHaeringen/…-achtig manuscript komt, moet je ook een zak geld meebrengen voor de uitgever overweegt het te gaan drukken. En dan is het meestal nog ingelijmd. Want innaaien en een harde kaft, ho maar. En je moet het liefst ook zo goed als camera-ready afgeven. Het is me een raadsel dat dit vroeger allemaal wel kon.

        Beantwoorden
  3. adrianus martinus groos zegt

    6 april 2026 om 00:27

    Tsja beste Marc: tijdschriften zijn voor uitgevers handelswaar. Maar dan moet je voor Zacht Lawijd niet bij AUP zijn. Ooit een specifiek tijdschriftnummer van Zacht Lawijd opgevraagd? Heb ik gedaan. Werd verwezen naar abonnement nemen.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Marc van OostendorpReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johan van Heemskerck • Gedicht, dat de meisjes hun tijd niet moeten laten verloren gaan

Verharde Herderinnen,
Die noch het smeken noch de klacht,
Van uw getrouwe Herders acht,
Afkerig van het zoete minnen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Ik vind, elke dag heeft genoeg
aan zijn eigen kwaad. Wie zijn dag
niet mint, gaat mokkend ten onder.

Bron: Anton Korteweg

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

25 april 2026

➔ Lees meer
16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

22 april 2026

➔ Lees meer
15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

21 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1877 Arie de Jager
2018 Steven ten Brinke
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Joke van Vliet

In gesprek met auteur Joke van Vliet

20 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d