• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Moortje, Sterre en Sultan

2 april 2026 door Nicoline van der Sijs 1 Reactie

Eigennamen voor huisdieren rond 1950

Bron: Wikimedia

In 1949 vroeg het Meertens Instituut aan dialectsprekers uit heel Nederland welke roepnamen en liefkozende namen ze voor verschillende huisdiersoorten gebruikten. Dat leverde interessant materiaal op, waaraan ik een drieluik zal wijden.* In dit eerste stuk komen de eigennamen aan de orde die men rond 1950 aan huisdieren gaf. Daar werd weliswaar niet expliciet naar gevraagd, maar het blijkt dat veel informanten de vraag naar roepnamen persoonlijke invulling gaven en de namen van huisdieren uit hun directe omgeving opschreven.

Kwaojong

Uit de enquête blijkt dat niet álle huisdieren een eigennaam kregen of met een eigennaam werden aangesproken: dat voorrecht viel alleen katten, honden, koeien en paarden ten deel. Voor varkens, schapen, geiten en konijnen gold het niet. Die dieren werden rond 1950 kennelijk door de mens nog niet als individuën gezien of aangesproken.

En lang niet álle katten, honden, koeien en paarden kregen een eigennaam: veel informanten vermeldden dat ze deze dieren lokten met een algemene aanspreekvorm als hallo, hop, hier, kom jong (ook uitgesproken als kwaojong, koi jong, kojoing) of kom ouwe. Om de dieren op hun gemak te stellen sprak men ze toe als mijn beestje, mijn diertje, mijn jongen, of met de soortnaam mijn hond(je), katje, koei, koetje, koebeestje, poes(je), paardje, of voegde men een liefkozend bijvoeglijk naamwoord toe: aardig poesje, beste koe, brave jongen, brave koe, lief poesje of ouwe jongen. Een Groningse informant met kennelijk wat minder geduld riep: “Hier doe bliksende hond!!”

Een deel van deze dieren werd echter aangesproken met een eigennaam. Welke eigennamen kende men rond 1950 toe aan katten, honden, koeien en paarden? En zijn er verschillen en overeenkomsten tussen de eigennamen voor de verschillende diersoorten?

Mies en Lappie versus Hekkie en Turk

Dat honden en katten al langere tijd individuele namen kregen, en dat die namen onderhevig waren aan mode, bleek al in een eerder stuk: sinds 1770 worden vermiste honden in krantenadvertenties met toenaam genoemd, terwijl dat voor poezen pas geldt vanaf 1896. Ook bleek uit dat stuk dat honden in de krantenadvertenties veel meer verschillende namen kregen dan katten. Die conclusie wordt door de enquête uit 1949 bevestigd: er worden slechts ongeveer 15 verschillende individuele kattennamen genoemd, tegen ruim 70 verschillende hondennamen.

De katten van de informanten heetten Lappie, Moortje en Zwartje, uiteraard naar hun vachtkleur, of ze kregen een jongens- of meisjesnaam. Informanten noemden Krelis, Mieke, Mien, Mies, Mimi, Minet(te) ofMinetje, Minou, Molly, Noortje, Piet(je), Pieternel en Fransie, die door zijn baasje werd toegesproken baasje met: “Zoo, Fransie, ben je d’r ok nag, goed in ’t skik?” Ontroerend is ook wat een Noord-Hollandse informant opschreef: “alleen als ze wat ondeugend zijn Moppertje [stouterd] als vleinaam”.

Overigens zijn enkele van deze namen, zoals Mieke, Mies enPiet, tevens een dialectbenaming voor een kat in het algemeen; daarop kom ik in een volgend stuk terug. Mies was bovendien algemeen bekend van het leesplankje Aap Noot Mies, dat in 1906 in het lager onderwijs werd ingevoerd. In de krantenadvertenties kwamen Krelis, Mieke, Mien, Pieternel en Fransje niet voor als kattennaam.

Voor honden was het namenarsenaal als gezegd aanzienlijk groter dan voor katten en daarmee ook het aantal benoemingsmotieven, dat bij katten beperkt was tot een kleurnaam of persoonsnaam. Tabel 1 geeft een overzicht van hondennamen, ingedeeld per benoemingsmotief, en tevens is vermeld welke hondennamen ook in krantenadvertenties voorkwamen (kleine spelvarianten heb ik daarbij genegeerd). Does en Kees, die beide verkortingen zijn van de soortnaam, stonden net als de kattennaam Mies op het leesplankje Aap Noot Mies.

BenoemingsmotiefAlleen genoemd in de enquêteGenoemd in enquête en kranten
SoortnaamDoes/Doeske (een doeshond)Kees/Keesie (een keeshond); Fikkie/Fik (een fikshond, langharige keeshond); Fok, Fokkie of Fox (een foxterriër); Wolf (een wolfshond of wolfachtige hond)
Kleur Blac(k), Bruin, Moortje
FunctieDrager en Wachter; Filax (Grieks voor ‘wachter’); Nimrod (‘jager’ uit het Oude Testament) 
DialectnaamBijke, Bijs; Piek; Taks; Turk; Soek, Soekske, Soekie; Wouw, Wouw wouw 
PersoonsnaamJannie, Juul, Sam, VeraLoekie, Nora, Trix
FantasienaamPlousje (spelvariant van Pluisje?);
Spils (een spaniël/spiljoen, o.i.v. speels?)
Pollo, Sjennie
TitelHertogPrins, Sultan
Klassieke oudheidAmor, QuintaCaesar/Cesar, Castor, Hector/Hekkie/Hek, Juno, Nero, Pluto
Engelse naam Fanny/Vannie, Freddie, Mollie, Nellie, Pollie, Pu(c)k, Tilly, Tommie/Tom
Duitse naam Herta, Max, Wald (verkorting van Waldo), Wanda
Italiaanse naam Bello (‘mooi’), Caro/Karo (‘geliefd’)
Spaanse naamFidel (‘trouw’) 
Arabische naam Has(s)an (‘mooi’)
Media Tarzan
Tabel 1. Hondennamen, genoemd in de enquête uit 1949 ingedeeld naar benoemingsmotief

Hoe moeten we het kwantitatieve verschil tussen katten- en hondennamen duiden? Dit zal te maken hebben met de positie van de dieren. Op ieder boerenerf liepen een of meer katten vrij rond; ze werden verondersteld muizen en ratten te bestrijden maar konden daarbij geheel hun eigen gang gaan. Honden daarentegen kregen in de dagelijkse boerenpraktijk vaak taken toebedeeld, bijvoorbeeld om de wacht te houden, schapen bijeen te drijven of jachtprooien te dragen, en werden voor die taken geroepen door hun baasjes: daarvoor was een naam noodzakelijk. Minder fantasierijke boeren gaven hun hond dan ook een naam naar zijn functie, zoals blijkt uit Drager en Wachter (door één informant genoemd), de deftige naam Filax (Grieks voor ‘wachter’) en de oudtestamentische naam Nimrod (‘jager’).

De status van honden was, gezien de vele deftige klassieke namen en geleende namen met soms een diepere betekenis (‘mooi, geliefd, trouw’) waarschijnlijk ook hoger dan die van de katten. Die katten kregen huiselijkere meisjesnamen.

Verschil tussen stad en land

Uit Tabel 1 blijkt dat 25 hondennamen wel genoemd werden in de enquête maar niet in de krantenadvertenties. Die krantenadvertenties betreffen voornamelijk vermiste dieren in de grote steden (en over een wat langere periode), terwijl de antwoorden op de enquête uit het platteland afkomstig zijn. Zo komen we een (mogelijk) verschil in naamgeving tussen het platteland en de steden op het spoor. Dat verschil is evident voor wat betreft de dialectnamen voor honden: die worden in geen enkele krantenadvertentie genoemd.

Die dialectnamen zijn verbonden aan bepaalde regio’s. Zo is Bijke vanaf ongeveer 1900 in het Fries de naam voor een Friese stabijhond; ik neem aan dat Bijs daarvan is afgeleid. Taks wordt in Nedersaksische dialecten gebruikt als soortnaam en soms als eigennaam voor een takshond, dashond of tekkel. Piek is volgens het WNT (Piek VIII) in Friesland en Groningen de benaming voor een kuiken en vandaar ook een liefkozende benaming voor een klein kind; kennelijk gebruikten sommigen het woord ook als roepnaam voor een hond. Turk is in o.a. het Drents en Fries de naam voor een grote, sterke hond, misschien afgeleid van een uitdrukking als werken als een Turk ‘hard werken’. De benamingen Soek, Soekske en Soekie worden alleen in het Brabants en Limburgs vermeld en zijn afgeleid van zoeken. Het WNT noemt soek, soekske onder Zoek I als gewestelijke vleinaam en kinderwoord voor een hond. De naam Wouw of Wouw wouw tot slot is beperkt tot het Limburgs. Het WNT beschrijft dit onder Wouwou als aanduiding van het geblaf van een hond en in de Limburgse kindertaal als aanduiding van de hond zelf.

Ook de hondennamen die naar hun functie op de boerderij verwijzen, zijn uiteraard typisch voor het platteland. Voor de overige namen, zoals Does, Jannie, Juul, Sam, Vera, Hertog, Amor, Quinta enFidel, lijkt het mij toeval dat ze beperkt zijn tot de enquête.

Om nog wat meer inzicht te krijgen in het verschil tussen stad en platteland heb ik in Tabel 2 de tien frequentste honden- en kattennamen uit krantenadvertenties vermeld, en toegevoegd of die in de enquête voorkomen (kleine spelvarianten daargelaten).

Frequentste hondennamen in advertentiesWel/niet in enquête Frequentste kattennamen in advertentiesWel/niet in enquête
Bobby– Peter–
Maxx Micky–
Teddy– Moortjex
Tommyx Kees–
Blackyx Jopie–
Bellox Hansje–
Pollyx Bobby–
Boy– Polly–
Hectorx Loekie–
Bijou– Maupie–
Tabel 2. Honden- en kattennamen in krantenadvertenties en in de enquête uit 1949

Uit Tabel 2 blijkt dat van de kattennamen alleen Moortje zowel op het platteland als in de steden voorkwam. De andere namen zijn beperkt tot de steden. Het zijn allemaal persoonsnamen (Peter, Kees, Jopie, Hansje, Loekie), waarvan sommige zijn ontleend aan een andere taal: uit het Engels (Micky, Bobby, Polly) of Jiddisch (Maupie, kenmerkend voor een grote stad als Amsterdam, al zal de associatie met m(i)auwen ook wel een rol hebben gespeeld).

Van de hondennamen zijn alleen Bobby, Teddy, Boy en Bijou beperkt tot de krantenadvertenties en dus waarschijnlijk stads: de eerste drie zijn ontleend aan het Engels en de laatste, Bijou, aan het Frans. Die laatste naam lijkt, ook gezien de letterlijke betekenis ‘juweel, schatje’, een deftige naam voor een schoothondje.

Het verschil tussen stad en platteland is dus bij de frequente namen vooral zichtbaar bij kattennamen. Het lijkt mij dat dat komt doordat katten op het platteland over het algemeen niet in huis verbleven of alleen in de keuken mochten komen, terwijl stadskatten juist altijd of grotendeels binnen bij hun baasjes woonden, die ze daardoor ook meer als individu zagen en toepasselijke, mooie namen voor ze bedachten. Met honden hadden mensen rond 1950 een vastere band, ongeacht of ze op het platteland of in de stad woonden.

Claartje en Berta versus Corrie en Vossie

En hoe zit het met de namen voor koeien en paarden? Rond 1950 waren gemengde bedrijven normaal, met enkele melkkoeien en paarden voor zware taken. Die koeien en paarden kregen echter lang niet altijd een naam. Paarden werden gefloten of gelokt met een klakkend geluid of een klap in de handen, of ze werden gehaald. Een Overijsselse informant vertelt: “Ik ken wel een boer, die een uitzondering op deze regel vormt, deze is namelijk gewend te ‘ronneken’ (hinneken) als hij zijn paard roept!” Koeien werden gejaagd of “ze komen uit zichzelf als ze zien dat er lijnkoeken gebracht worden en als de melkers (-sters) komen.”

Als koeien en paarden namen kregen, waren die aanvankelijk informeel. Maar daarin bracht de invoering van stamboeken in de tweede helft van negentiende eeuw verandering. In 1874 werd het Nederlandsche Rundvee-Stamboek (NRS) opgericht, in 1879 gevolgd door het Friesch Rundvee Stamboek (FRS) en het Friesch Paarden-Stamboek (FPS). Later kwamen er nog meer stamboeken. Bij een inschrijving in een stamboek krijgen koeien en paarden een naam, maar zo’n inschrijving was en is niet verplicht. Wel moeten sinds de jaren negentig alle runderen worden geregistreerd en sinds 2021 alle paarden en pony’s, maar bij een registratie krijgen de dieren slechts een uniek diernummer en geen naam.

Terwijl aanvankelijk voor koeien en paarden veelal informele omschrijvende namen gebruikt werden als Blaar of Vos, wijzen diverse informanten erop dat ze sinds de invoering van de stamboeken kozen voor een meisjes- of jongensnaam die ook als stamboeknaam gold. In Tabel 3 geef ik een overzicht van de door informanten genoemde paarden- en koeiennamen. Er zijn iets meer koeiennamen (71) dan paardennamen (60). Voor paarden worden bovendien vaker kleurnamen dan persoonsnamen genoemd. Sommige namen worden voor beide diersoorten gebruikt, andere zijn beperkt tot een van beide.

BenoemingsmotiefPaarden en koeienAlleen koeienAlleen paarden
Uiterlijk/eigenschapBles, Blesman, Kol, Witte, ZwarteBlaar, Blaarkop, Blauwtje, Bonte, Juffrouw, Kleine, Roodbonte, Rooie, Rossig, Snuit, Starre/Sterre (naar de stervormige vlek op de kop), Sul, Vale, Vlek, Witkop, Zwartbonte, ZwartkopBlessie, Bruin(e), Grijze, Moor, Rooie, Ruin, Schimmel, Snel, Vos(ke)/Vossie, Witvoet
Jongens- of meisjesnaamDora, Els, Emma, Flora, Jan, Jet, Lies, Liza, RosaAafie, Aaltje, Anneke, Bella, Berta, Bet(je), Betsy, Claartje/Klaar, Daatje, Dina, Driesje, Flooske, Geertje, Greta, Griet(je), Hanna, Irma, Jaantje, Jaane, Jana, Janneke, Jannetje, Jans(je), Jantje, Kee, Marietje, Mia, Mieke, Mientje, Mina, Saar, Sara, Sul, TruidaAnnie, Bas, Cato/Kato, Cor, Cora, Corrie, Elly, Fannie, Frans, Frits, Garret, Hans, Holly, Koos, Lydda, Marrie/Marie, Max, Molly, Nel, Nellie, Nora, Pauline, Petra, Piet, Roos, Trui, Wieske
Titel  Baron, Nobels, Pharo, Prins, Sultan

Tabel 3. Namen voor koeien en paarden

Grappig zijn de eenmalig genoemde koeiennamenJuffrouw en Sul, die wel naar een wat nukkige of dommige koe zullen verwijzen. Voor koeien waren met name populair Berta, Bet(je), Dina, Grietje, varianten van Jan of Jans (Jaantje, Jaane, Jan, Jana, Janneke, Jannetje, Jansje, Jantje), Lies, Marietje, Mieke en Mina. Voor paarden noemen meerdere informanten Corrie, Emma, Flora, Hans, Koos, Lies, Mar(r)ie, Max, Nel, Nellie en Piet.

Ik heb geen regionale verschillen in de naamgeving gevonden, en ook geen dialectnamen (anders dan uitspraakverschillen). Wel valt op dat het aantal gemeenschappelijke namen beperkt is, zowel wat betreft de namen die gebaseerd zijn op uiterlijke kenmerken als op de persoonsnamen. Bij die persoonsnamen kregen koeiennamen vaak een vertrouwelijk verkleiningsachtervoegsel –je , dat in paardennamen ontbreekt. Daarentegen kregen paarden dan soms een deftige titel: Baron, Pharo (varant van farao), Prins enSultan. Nobles zal een verbastering zijn van het Franse noblesse, ‘adel, edele’. Dit alles wijst op een statusverschil tussen koeien en paarden.

Enkele paardennamen zijn wellicht afgeleid van een soortnaam. Zo is de naam Hans (vooral genoemd voor een veulen, dat ook wel Hanneke of Hannie heet) volgens Van Bakel oorspronkelijk waarschijnlijk afgeleid van hengst, en is de associatie met de persoonsnaam Hans secundair. Eén informant legt een relatie tussen de naam Marrie en merrie, en dat zal dan wellicht ook gelden voor de paardennaam Marie. Piet zou een aanpassing kunnen zijn van een dialectuitspraak peerd.

Concluderend

De overlap in katten-, honden-, koeien- en paardennamen was vroeger heel beperkt. Op basis van de naam kon men vrij gemakkelijk concluderen welke diersoort was bedoeld: Corrie is een paard, Betje een koe. De grootste overlap bestond er tussen koeien en paarden, maar die overlap was nog steeds heel klein. Verder kon zowel een hond als een paard de persoonsnaam Max en Nel of de titel Prins en Sultan dragen. Uit de naamgeving valt voorts af te leiden dat honden en paarden in het verleden een hogere status hadden dan katten en koeien. Tot slot kregen honden en katten op het platteland andere namen dan in de stad.

* Het Meertens Instituut heeft mij scans ter beschikking gesteld van de antwoorden op vragenlijst 14 uit 1949, waarvoor dank. Ik heb niet kunnen achterhalen of deze vraag ook in Vlaanderen is gesteld. Een deel van de Nederlandse data, namelijk die betreffende de lokwoorden voor vee en het konijn, is in 1996 eerder geanalyseerd door Jan van Bakel in Lokwoorden voor huisdieren in Nederland.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel, Naamkunde, Uitgelicht Tags: 20e eeuw, dierennamen

Lees Interacties

Reacties

  1. Ton van der Wouden zegt

    2 april 2026 om 20:03

    In De Biezenstekker (hartverscheurend verhaal van de vlaming Cijriel Buijsse, gepubliceerd in De Nieuwe Gids 5, 1890, zie DBNL) heet het hondje van de tragische hoofdpersoon Sieske. (Het loopt slecht met het beestje af.)

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Bertus Aafjes • De Christusdoorn

Maar naarmate, hoger in de hemel,
Klimmend, kleiner wordend, klauterende
Ik hem volg, verschraalt geheel, verschrompelt
’t Wapenarsenaal en ‘k zie de bloem

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Agenda

12 juni 2026: LitLab jubileumdag 2026

12 juni 2026: LitLab jubileumdag 2026

1 april 2026

➔ Lees meer
8 april 2026: Symposium Japanse literatuur in vertaling

8 april 2026: Symposium Japanse literatuur in vertaling

1 april 2026

➔ Lees meer
4 april 2026: Finissage-lezingen over Jan Walravens

4 april 2026: Finissage-lezingen over Jan Walravens

31 maart 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

Geen neerlandici geboren of gestorven

➔ Neerlandicikalender

Media

Bonusauteurs Adriana van Rijnsdorp, Anna van der Aar en Petronella de Timmerman

Bonusauteurs Adriana van Rijnsdorp, Anna van der Aar en Petronella de Timmerman

2 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Historische Klassiekers: Juliana de Lannoy

Historische Klassiekers: Juliana de Lannoy

1 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
SteedsDink met LitNet Akademies: Marni Bonthuys oor haar akademiese navorsing

SteedsDink met LitNet Akademies: Marni Bonthuys oor haar akademiese navorsing

30 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d