
Een van de erebaantjes die ik in Nijmegen heb, is dat ik de Open Dagen mag doen, de voorlichting aan scholieren in de bovenbouw van het vwo die, meestal samen met hun ouders, zich oriënteren op een studie. Ik vertel ze dan over onze opleiding Nederlandse Taal en Cultuur, altijd in het gezelschap van twee van onze huidige studenten.
Natuurlijk vertellen we ze dan van oze prachtige opleiding, de mooie en interessante vakken die er gedoceerd worden, het feit dat je bij ons op zoveel manieren leert kijken naar taal en tekst, en – op verzoek meestal van de meegekomen ouders – over de ruime keuze aan banen die je hebt als neerlandicus, niet alleen in het onderwijs (slechts een derde van onze studenten komt daar terecht, helaas), maar ook in de werelden van het onderzoek, de voorlichting, de culturele festivals en wat niet al.
Maar altijd zeg ik dat misschien wel de grootste kracht van onze opleiding onze studenten zijn, die bijna allemaal verenigd zijn in de vereniging SVN (Studievereniging Nederlands Nijmegen). Onder andere doordat Nijmegen een campusuniversiteit is, trekken onze studenten veel met elkaar op. Ik zie bijna altijd als ik door de Refter loop, de kantine van onze universiteit, we een groepje zitten, pratend, samen studerend (hoop ik dan maar), en lol makend (hoop ik eigenlijk ook). Alle studenten kennen elkaar en doordat de opleiding een hanteerbare omvang heeft, kennen wij docenten hen binnen de kortste keren ook allemaal. (Terwijl ik dit schrijf reizen de studenten samen met twee van mijn collega’s naar Berlijn voor een studiebezoek, je zou kunnen zeggen dat ik dit schrijf uit gemis. Wat zal het stil zijn in de Refter.)
Op dit moment hebben we een bijzonder veelzijdig getalenteerde generatie studenten, die zich al, sommigen voorzichtig en anderen heel openlijk, aan het manifesteren zijn als schrijvers en als theatermakers. Ze wonnen de afgelopen twee edities van het Landjuweel, een wedstrijd waar studenten Nederlands uit Nederland en Vlaanderen strijden om het beste voorgedragen eigen werk. Dat ze wonnen komt geloof ik door de individuele talenten, maar vooral ook door de manier waarop ze die weten te coördineren, om iets gezamelijks te maken waar het beste uit voortkomt.
Het op één na mooiste in de wereld lijkt me, kortom, om student Nederlands in Nijmegen te zijn. Het mooiste is natuurlijk om daar hoogleraar te zijn.
Laat een reactie achter