Juryrapport Everwinus Wassenbergh Penning 2026

Er zijn wetenschappers die één ding heel goed doen. Ze schrijven het definitieve proefschrift over een afgebakend onderwerp, ze worden er beroemd mee in hun vakgebied, en daarna onderhouden ze die reputatie tot hun emeritaat. Maaike Meijer is niet zo iemand. Maaike Meijer is iemand die de neerlandistiek keer op keer heeft opengebroken: na een baanbrekend proefschrift volgden een theoretisch boek, biografieën die honderdduizend lezers vonden, een bloemlezing die een hele traditie zichtbaar maakte, en het meest recent met een studie over mannelijkheid die liet zien dat haar blik in veertig jaar tijd alleen maar scherper is geworden.
De jury kent de Everwinus Wassenbergh Penning 2026 daarom toe aan Maaike Meijer.
De dichteressen van de jaren vijftig
Wie nu genderstudies en letterkunde in één adem noemt, vergeet soms dat die combinatie in de Nederlandse context grotendeels door één persoon is uitgevonden. In 1988 promoveerde Meijer cum laude op De lust tot lezen: Nederlandse dichteressen en het literaire systeem. Het was een boek dat iets deed wat achteraf vanzelfsprekend lijkt maar dat op dat moment niemand had gedaan: het maakte de dichteressen van de jaren vijftig – Vasalis, Herzberg, Min, De Waard – zichtbaar als een literaire traditie die in de conventionele geschiedschrijving was weggeschreven achter de mannelijke Vijftigers.
Dat klinkt als een correctie, een aanvulling op een bestaand verhaal. Maar De lust tot lezen was meer dan dat. Het introduceerde een heel nieuw perspectief, gender als analytische categorie, in de Nederlandse letterkunde. Het liet zien dat de manier waarop we lezen, en wie we lezen, en wat we als literatuur beschouwen, niet neutraal is. Dat klinkt nu als een gemeenplaats, maar in 1988 was het een aardverschuiving.
Tekst, beeld, drinklied
Acht jaar later, in 1996, verscheen In tekst gevat: Inleiding tot een kritiek van representatie. Waar De lust tot lezen binnen de letterkunde bleef, verruimde Meijer het speelveld radicaal. Niet alleen canonieke literatuur, maar ook kinderboeken, foto’s, drinkliederen en advertenties werden onderworpen aan een analyse van hoe gender- en etniciteitshiërarchieën in representatie werken. Het begrip van wat een tekst was, werd opengebroken, en daarmee het vak zelf.
In 1998 volgde The Defiant Muse: Dutch and Flemish Feminist Poems from the Middle Ages to the Present, een tweetalige bloemlezing die de feministische poëzietraditie in de Lage Landen voor een internationaal publiek toegankelijk maakte. En in 2005 was Meijer hoofdredacteur van de vijfdelige reeks Cultuur en Migratie in Nederland: pionierswerk op het snijvlak van neerlandistiek en migratiestudies, in een tijd waarin dat snijvlak nog geslepen moest worden.
De biografe
Daarna werd Meijer biograaf. Zes jaar werkte ze aan M. Vasalis: Een biografie (2011), met volledige toegang tot het archief van een van de meest gelezen en minst gekende dichters van Nederland. Het resultaat was een boek waarin de wetenschapper en de schrijver in Meijer samenkwamen — nauwgezet archiefonderzoek, een scherp oog voor sociale en culturele context, en een stijl die het leven van Vasalis niet alleen documenteerde maar voelbaar maakte.
Zeven jaar later verscheen Hemelse mevrouw Frederike: Biografie van F. Harmsen van Beek (2018). Het werd derde in de Volkskrant-lijst van beste boeken van dat jaar en haalde de shortlist Bookspot Literatuurprijs non-fictie. Het ontrafelde de mythe rond een raadselachtige dichteres en liet tegelijkertijd zien hoe het leven van een kunstenaar – de armoede, de vriendschappen, de zelfdestructie – verweven is met het werk.
Twee grote biografieën over twee grote dichteressen. Ze waren de voortzetting, met andere middelen, van Meijers project: vrouwen in de Nederlandse letteren hun rechtmatige plaats geven. Naar haar biografie over Doeschka Meijsing wordt met spanning uitgekeken.
Ondertussen bleef ze buiten de tekst in eigenlijke zin kijken, blijkens, onder veel meer, haar bijdrage aan een boek over André Rieu.
De blik omgekeerd
Meijer is niet iemand die vasthoudt aan één perspectief; zelfs niet aan haar eigen perspectief. In 2023 verscheen Radeloze helden: De verbeelding van mannelijkheid in literatuur en film. Na decennia over vrouwelijke representatie keerde ze de blik om en las ze Melville, Wolkers, Hermans en Houellebecq, en keek ze naar Casablanca, The Big Lebowski en The Power of the Dog. Ze vond er iets dat het publieke debat over mannelijkheid zelden vindt: nuance, tragiek, en een verrassende kwetsbaarheid in verhalen die op het eerste gezicht over hardheid gaan. Ze schreef het naar eigen zeggen trouwens ook vanuit de eigen mannelijkheid.
Het is kenmerkend voor Meijer dat een onderzoeker die haar carrière is begonnen met het zichtbaar maken van vrouwelijke dichters, veertig jaar later een van de scherpzinnigste boeken schrijft over mannelijkheid. Ze heeft op onnavolgbare manier onvermoeibaar laten zien dat het ging om de manier waarop gender ons lezen, ons kijken én ons denken stuurt.
Een ongebruikelijke combinatie
De neerlandistiek is een klein vak, en het is zeldzaam dat iemand tegelijk vernieuwende diepe inzichten biedt, én boeken schrijft die leesbaar zijn voor een groot publiek. Maaike Meijer kan dat allebei. Ze heeft het vak niet alleen nieuwe vragen geschonken maar ook heel veel lezers. Ze heeft laten zien dat de neerlandistiek er niet alleen is voor vakgenoten maar voor iedereen die wil begrijpen hoe cultuur en taal en macht in elkaar grijpen, en die wil nadenken hoe gender in elkaar zit.
De jury kent daarom met groot genoegen de Everwinus Wassenbergh Penning 2026 toe aan Maaike Meijer.
Laat een reactie achter