
Stel dat je vraagt ‘Komt Marieke vanavond naar het feestje?’ en ik antwoord: ‘Jeff Bezos heeft een ontzettende hekel aan Bill Gates.’ Wat is dan het probleem? We zeggen dat het antwoord niet ter zake doet, niet relevant is. Maar wat is precies relevantie? Daarover bestaat inmiddels een uitgebreide taalkundige literatuur. De Poolse taalkundige Diego Feinmann voegde daaraan een nieuwe artikel toe.
Waarom maakt men zich zo druk om die relevantie? Een reden is dat veel gesprekken niet goed begrepen kunnen worden zonder dat bericht. Neem de volgende dialoog:
- A: Komt Marieke vanavond naar het feestje?
- B: Ze heeft morgen rijexamen.
Hoe kunnen we het tweede antwoord begrijpen? Strikt genomen begint B ineens te spreken over een ander onderwerp. Alleen door aan te nemen dat sprekers altijd hun best doen om relevant te zijn, kunnen we dit dialoogje begrijpen. Kennelijk wil B met die opmerking toch iets bijdragen aan het gesprek. Enige kennis van hoe de wereld werkt (mensen houden er niet van om met een kater rijexamen te doen) en wat logica (als Marieke de voorkeur geeft aan een goed examen dan aan een feestje, zal ze niet naar het feestje komen). Het klinkt allemaal heel triviaal omdat het zo’n alledaagse redenering is, maar als je erover nadenkt, is er een ingewikkelde berekening voor nodig.
Handen in het haar
Min of meer de standaardtheorie van relevantie is dat een ter zake mededeling een deelantwoord geeft op de vraag die op dat moment ter discussie staat. In het dialoogje hierboven is dat zo: B geeft misschien niet het definitieve antwoord op de vraag van A, maar de informatie draagt wel bij aan het oplossen van de grote puzzel van Mariekes komst. Als B nu over Bezos’ haat tegens Bill Gates was begonnen, was A echter geen stap opgeschoten. Iedere poging om het antwoord zinnig te laten zijn, moet Bezos’ haat op de een of andere manier betrekken op de situatie in kwestie (Marieke is een grote fan van Bezos, en Bill Gates komt ook naar het feestje).
Dat klopt echter niet precies, schrijft Feinmann. Neem het volgende dialoogje:
- A: Komt Marieke vanavond naar het feestje?
- B: Haar vader zegt van wel, haar moeder zegt van niet.
Stel dat Mariekes vader en moeder allebei als even betrouwbare informanten over Mariekes gedrag worden beschouwd, dan draagt ook dit niets bij aan de kwestie die ter discussie staat. Het is zelfs minder informatief dan een antwoord als ‘Ik weet het niet’, omdat dit laatste in ieder geval een antwoord geeft op wat A natuurlijk eigenlijk vraagt: niet of Marieke daadwerkelijk vanavond komt (misschien valt er een meteoriet op haar hoofd, dat valt nog niet te zeggen), maar of B weet of denkt dat Marieke vanavond komt.
Met het antwoord over die vader en die moeder zegt B alleen dat ze tegenstrijdige informatie heeft, niet of ze daar een conclusie uit getrokken heeft. Toch is dit een minder onzinnig antwoord dan dat over Bezos, omdat het op de een of andere manier wel over de vraag gaat. Maar hoe bepalen we dat? Feinmann haalt er allerlei bestaande theorieën bij, maar de conclusie is: we weten het niet precies. Wat is relevant? De wetenschap zit met de handen in het haar.
Laat een reactie achter