Spelonk Het hol, waar binnen 't licht Voor tastbaar duister zwicht; Dat diep, naar 't hart der aard, In bogten nedervaart; Daar 't piepend nachtgespuis, De vale vledermuis, Aan wand en bogen kleeft; De pad haar gangen heeft; De kille hagedis Bij d' ingang wachter is. … [Lees meer...] overGedicht: A.C.W. Staring – Spelonk & Avondval
19e eeuw
Gedicht: Edmond van Offel – De landschapschilder
De landschapschilder Om hem het looverkoor ruischt door 't getwijg, en de geurzoelt' die slapen wilde in 't zomerzongeblik, moet dragen 't lachgeluid door 't kruid en 't gras gestrik, door 't slingren van de winde om 't riet, het nijgende. Hoor! boven 't veld, alleen in 't ijle stijgende verrijst in zijn gezang de zanger leeuwerik... - Uit boomen hooggekruind die … [Lees meer...] overGedicht: Edmond van Offel – De landschapschilder
Gedicht: Edmond van Offel – Lofzang
Lofzang Ik heb mijn groot schoon Lief zo lief Met al mijn jonge krachten, Met heel mijn wil, met heel de pracht van 't schoonst mijner gedachten. Ik heb mijn Lief zo innig lief Met heel mijn ernstig leven; Zij woont gekroond van al mijn hoop In 't duurbaarst van mijn streven. … [Lees meer...] overGedicht: Edmond van Offel – Lofzang
Gedicht: Isaäc da Costa – God met ons
God met ons (fragment) In diepten verzonken van leed en ellende, het hart in bedwelmde droomen verward, door prikkels van onrust, wier bron ik niet kende, gedreven, gefolterd tot eindelooze smart, heeft de aarde my lang in mijn dorheid gedragen, in morrende wanhoop aan wereld en lot: een knagend verlangen verteerde mijn dagen, een woede van honger naar … [Lees meer...] overGedicht: Isaäc da Costa – God met ons
Gedicht: Joannes Reddingius – Regen
Regen Regen, regen valt aldoor Kletter, tik en tik ik hoor Op de ruiten, buiten, buiten, Regen zing uw zang en zing In de vale schemering. Tik eentonig liedje mij Span een klein verdrietje mij In het duister, fluister, fluister Spin mij in uw toverkring In de grijze schemering. … [Lees meer...] overGedicht: Joannes Reddingius – Regen
Kwam Woutertje Pieterse ooit in Haarlem aan?
Door Martijn Suurenbroek Willem Frederik Hermans schijnt gezegd te hebben dat als men Multatuli misschien een ding kwalijk mag nemen het is dat hij Woutertje Pieterse niet heeft afgemaakt. Men zou kunnen aannemen dat Hermans gelijk heeft. Het verhaal eindigt op het moment dat Wouter in gezelschap van zijn vriend pater Jansen de trekschuit naar Haarlem betreedt, om daar … [Lees meer...] overKwam Woutertje Pieterse ooit in Haarlem aan?
Gedicht: Soera Rana – Persische legende
Persische legende Aftoonende op de donker blauwe lucht, Een slanke palm, wien niet de flauwste zucht De bladerkroon beroert; in de uchtendgloed Der zonne een witte muur; aan zijnen voet, Een doode hond. Dan uit, dan in de poort, Ging steeds de stroom der menschen heen en weer; En dwaalde op 't vormloos lijk een blik soms neer, Zoo volgde ras een bits en hoonend … [Lees meer...] overGedicht: Soera Rana – Persische legende
Gedicht: Soera Rana – De karavane
De karavane In de woestenij der tijden Trekt de menschheid langzaam verder, Als de karavane voorthijgt Door de dorre zandwoestijnen. Boven de eindelooze vlakte Vlamt en blaakt de koopren hemel Hier en daar een groene oase Met wat lauwe lommerkoelte! … [Lees meer...] overGedicht: Soera Rana – De karavane
Gedicht: Willem Kloos – O, ’t guitje in uw ziel is een oolijk guitje
O, 't guitje in uw ziel is een oolijk guitje, En danst soms in kleed van sleepend fluweel, Met sierlijk beweeg, maar fiertjes de keel In 't strotje rondend tot een bruusk geluidje, Waar 'k zoet van schrik, tot ik roep : „O, wat muit je, Mijn Lief, toch zoo, of lief-welige veel, Midden in diep-harmonieus gespeel, Pots op ging kaboutren als hoog-klaar fluitje?" … [Lees meer...] overGedicht: Willem Kloos – O, ’t guitje in uw ziel is een oolijk guitje
Gedicht: Prudens van Duyse – Vroeger en nu
Vroeger en nu Die vroeger zeide, of schreef, of prenten liet, Wat ieder dacht, die dacht, werd, zonder sagen, Na kort proces, het paste hem of niet, Gehangen of verbrand, of doodgeslagen. Men leeft nu slimmer met zoo'n stouten gast, Men laat hem zonder brood of broodambt loopen, Verduikt zijn schrift, waar niemand tegen bast, En laat hem met den dood zijn moed … [Lees meer...] overGedicht: Prudens van Duyse – Vroeger en nu
Gedicht: N.J. Storm van ‘s-Gravesande – De waarheid & De sterveling
De waarheid De waarheid is een brood, slechts goed voor scherpe tanden; Een spijs, die aan den disch liefst elk voorbij laat gaan; Een boek, dat menig slechts gedwongen neemt in handen; Een bruid, waarnaast geen mensch als bruigom graag wil staan. … [Lees meer...] overGedicht: N.J. Storm van ‘s-Gravesande – De waarheid & De sterveling
5 oktober 2017: Achtste Jacob van Lenneplezing door Robert Verhoogt
Werkgroep De Moderne Tijd in samenwerking met de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA De negentiende eeuw onder de grond. Over de fascinatie voor de aardbodem en de verbeelding ervan De verwoestende aardbeving op 1 november 1755 in Lissabon leek het einde van de wereld, maar al snel bleek het een nieuw begin. Nadat het stof gedaald was ontstond onder geleerden en het … [Lees meer...] over5 oktober 2017: Achtste Jacob van Lenneplezing door Robert Verhoogt
Gedicht: Prudens van Duyse – De graankorrel
De graankorrel Drie duizend jaren zijn vervlogen. Den nacht der pyramide onttogen, Herziet de momie 't licht: een wenk! Geen windsels, die ze meer omprangen, Heur hand ontsluit: wat houdt ze omvangen? Een korrel, heilig grafgeschenk. De onschatbre schat, dien zij bewaarde, Vertrouwt men aan de moederaarde: Uit haren schoot ontkiemt, en schiet Omhoog, met milde … [Lees meer...] overGedicht: Prudens van Duyse – De graankorrel
Gedicht: Johannes Immerzeel – Grafschrift van een filosoof
Grafschrift van een filosoof Naakt was ik, toen ik werd geboren; Naakt lig ik onder dezen steen; 'k Heb, sedert ik op aard verscheen, Dus niets gewonnen of verloren. Is 't wonder, dat de mensch in 't leven Het beste spoor zoo moeilijk vindt ? Twee gidsen, die hem voort doen streven, En beurtlings wenk en spoorslag geven, Fortuin en Min zijn beiden … [Lees meer...] overGedicht: Johannes Immerzeel – Grafschrift van een filosoof
Gedicht: Frederik L. Hemkes – Slaap en dood
Slaap en dood Twee broeders heersen over 't wereldrond; 't Zijn Slaap en Dood, de zonen van den Nacht; De een droomrig schoon, met trekken vriendlijk zacht En de ander somber; nooit verried zijn mond 't Geheim, dat zelfs de broeder niet doorgrondt, Hem 't meest gelijk in wezen en in macht. En de een spreekt 's morgens : “Frisse lust en kracht Schonk ik wat leeft. Maar … [Lees meer...] overGedicht: Frederik L. Hemkes – Slaap en dood
Cursus: Het Amsterdam van Jacob van Lennep
Door Marita Mathijsen Jacob van Lennep was een Amsterdammer in hart en nieren. Hij zou het goed hebben kunnen vinden met Eberhard van der Laan en hij zou hem nog een paar suggesties hebben gedaan om de stad nog liever te maken: een zwembad in een van de grachten, het Paleis op de Dam terug aan de Amsterdammers, een veiliger verkeer bij de kruising van de Elandsgracht en de … [Lees meer...] overCursus: Het Amsterdam van Jacob van Lennep
Pas verschenen: Jozef en Isaäc Israëls – In Spanje, met Frans Erens
Mei 1894. In Den Haag treurt Jozef Israëls (1824-1911), schilder uit de Haagse School, om het heengaan van zijn echtgenote Aleida. In Keulen kwijnt Tachtiger Frans Erens (1857-1935): zijn loopbaan in de advocatuur is mislukt, zijn debuutbundel Dansen en Ritmen slecht ontvangen en zijn verloving met de uit de Duitse Rijnstad afkomstige Sofie Bourens verbroken. De schilderende … [Lees meer...] overPas verschenen: Jozef en Isaäc Israëls – In Spanje, met Frans Erens
Gedicht: Carel Vosmaer – Caradrius
Caradrius Er leefde in oude tijden Een vogel, Caradrius, Wiens wondre gaaf verhaald is In 't boek Physiologus. Hij zweefde in hooge wolken Des nachts over d'aarde heen; Maar streek op breede vlerken Soms onbemerkt naar beneên. Hij wist verborgen dingen, Waar zelfs geen klerk van las, En of den doodlijk kranke Genezing nog mooglijk was. Was 't lot den mensch … [Lees meer...] overGedicht: Carel Vosmaer – Caradrius
Gedicht: Johannes B. Schepers – Uit Brabant
Uit Brabant Melancholiek is 't klinken van de bellen Aan 't haam* van 't paard, dat stapvoets sloft in 't zand, Het opgeschoffeld stof zweeft naar de kant En gansche zwermen vliegen vergezellen Het beest, dat scheukt* en kopschudt van hun kwellen. De kop omlaag, door 't kwastig net omrand, Zo trekt het dier langs 't hooge dorre land De tweewielskar en blijft eentonig … [Lees meer...] overGedicht: Johannes B. Schepers – Uit Brabant
Gedicht: G.C. van ’t Hoog — Toen kwam ik in een groote stille stad
Toen kwam ik in een groote stille stad. De huizen-oogen waren zwart en dom En zonder glans. Zij keken droef en mat ... De lucht was vol van somber klokgebrom. Daar kwam een stoet. Vóóraan een man, die bad; En dan veel mannen, zwart, de ruggen krom, Of 't leed ze allen kromgebogen had Met centnaars* last. Zij weenden stil en stom. En elk van hen had in de droeve … [Lees meer...] overGedicht: G.C. van ’t Hoog — Toen kwam ik in een groote stille stad
Inwondig leven
Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (134) Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan? Door Marc van Oostendorp Over de heldere gedachte Woorden zijn de oogen van de gedachte en doen ons haar inwondig leven kond; zij ontsluiten haar aard en of er grond bestaat diens gebrekkigheid te verachten dan of zij … [Lees meer...] overInwondig leven
Gedicht: Willem Bilderdijk – Nietigheid
Nietigheid Ach! al des stervlings roem is niet Dan blinkend ijs en ruischend riet. Het ijs versmelt, het rietjen knikt, Als zon of wind het tegen blikt. Waar blijft dan 't schitterschoon kristal? Waar 't oorbehagend pijpgeschal? Eén rukjen luchts, één zonnestraal! Daar ligt des hoogmoeds flonkerpraal. Willem Bilderdijk (1756-1831) Willem … [Lees meer...] overGedicht: Willem Bilderdijk – Nietigheid
Gedicht: J.F. Helmers – De Elyzese velden
De Elyzese velden (fragment uit: De Hollandsche natie) Een zuivre lucht kleedt hier met purperglans de velden, Een zachte rozengeur golft over 't jeugdig land, Met lauwerbossen en gewijde mirth beplant. Hier groeit onsterflijk ooft aan dikgezwollen trossen, Het zilver beekje glijdt door eeuwig groene bossen, Omzoomd met bloemen, die zich spieglen in 't kristal: Een … [Lees meer...] overGedicht: J.F. Helmers – De Elyzese velden
O, makkers, ’t pad gaat stijgend
Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (133) Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan? Door Marc van Oostendorp Hoe de menschen samengaan in de dagen der jeugd, en waardoor zij scheiden. Opgetogen gingen de jongelingen al wier gedachten in hun oogen welden, eendrachtig, met harten, die niet ontstelden over de … [Lees meer...] overO, makkers, ’t pad gaat stijgend
Gedicht: René de Clercq — België bovenal
• Vandaag Nationale feestdag in België. België bovenal Midden groote landen ligt ons kleine land, als in gouden randen echte diamant. Hooge boomen, blijde stroomen, duin en zee, en berg en dal; werklijkheid der zoetste droomen: België, België bovenal! Over vlas en koren, hoeve en lindetop, schiet een spitse toren scherp ten hemel op: Bijlen, … [Lees meer...] overGedicht: René de Clercq — België bovenal



