Vaders De vader zegt: wat ga je doen? De dochter zegt: 'k ga rijen, De vader zegt: met wie, met Koen? Gaan jullie met z'n beien? De dochter zegt: jawel, allicht, En dan houdt Paps z'n wafel dicht. Daar gaat ze dan, ze zegt: so long, En paps bijt liever op zijn tong Dan nog te vragen hoe of waar. Het lieve kind is zestien jaar, Ze heeft gezegd wat ze gaat doen. Ze … [Lees meer...] overGedicht: Annie M.G. Schmidt – Vaders
20e eeuw
Gedicht: Lizzy Sara May – Twee foto’s uit het hoofd geciteerd
Twee foto’s uit het hoofd geciteerd 1. Rechtop staat zij met naast haar zittend op een stoel haar broertje onder haar rokje dalen pijpjes van een linnen broek met kant tijd 1870 mijn moeder's moeder tien jaar oud Zij huwde een nietsnut kreeg zeven kinderen stierf in 1925 aan anemie en de inflatie … [Lees meer...] overGedicht: Lizzy Sara May – Twee foto’s uit het hoofd geciteerd
De meesterlijke ironie van Harry Mulisch
Door Marc van Oostendorp In de novelle Het beeld en de klok van Harry Mulisch vindt een personage dat 'de meester' wordt genoemd en in wie de lezer vrij gemakkelijk de contouren van de schrijver kan onderscheiden een ironieteken uit: Dat nieuwe leesteken had hij ingevoerd omdat hij voortdurend verkeerd werd begrepen. Omdat het uitroepteken gezien kon worden als het cijfer één … [Lees meer...] overDe meesterlijke ironie van Harry Mulisch
Gedicht: Freek van Leeuwen – Explosie
Explosie Hallo! Hallo! Hallo! Dit boek is niet geschreven voor hem of voor haar: Dit boek is geschreven voor het proletariaat. Schreef ik het? Schreef jij het? Schreef hij het? Neen! WIJ hebben het geschreven: Ik, jij, hij, wij, zij: Allemaal! Naar de duivel met alle dichters Corrupte inktkoelies Minstreels van de gezeten rentenier En de sentimentele … [Lees meer...] overGedicht: Freek van Leeuwen – Explosie
Gedicht: Hendrik de Vries – Zie mij niet aan
Zie mij niet aan Zie mij niet aan, doe mij geen vragen, Toon mij voor troost geen medelij: 't Ongeluk, dat mij altijd heeft geslagen, Gaat met het eind van 't leven voorbij. Steeds bleef ik eenzaam, nooit kende ik mijn vader, Ik had een moeder die vroeg mij ontviel. Ik had een vriend, hij werd mijn verrader; Liefde vermoordde de rust van mijn ziel. … [Lees meer...] overGedicht: Hendrik de Vries – Zie mij niet aan
Gedicht: Urbain Van de Voorde – Toen na veel zwervens…
Toen na veel zwervens... Toen, na veel zwervens op een donkre baan, raapte ik, wat nog aan kracht me bleef, te gader: ‘Hij woont toch hier, Hij, die zich noemt mijn Vader?’ - en 'k ben den klopper op zijn poort gaan slaan. En luistrend bleef ik lang te wachten staan, en luider sloeg ik, immer kwaad en kwader; soms hoorde ik iets als kwamen stappen nader, maar 't was … [Lees meer...] overGedicht: Urbain Van de Voorde – Toen na veel zwervens…
De wind, de hitte en regen hieuwen zijn stam
Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (179) Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan? Door Marc van Oostendorp Grote beuk Hij is het zwijgen rechtop de hemel in; de wind, de hitte en regen hieuwen zijn stam en takken, zijn wortels als houten fonteinen wellend uit de bronnen. Alle seizoenen krijgen kwartier, … [Lees meer...] overDe wind, de hitte en regen hieuwen zijn stam
Gedicht: G.J. Resink – Djangir
Djangir Zij dansen. Duizend dromen in één nacht. De dromen van een licht bewogen leven: Hoe men lief kan hebben; hoe men best zacht Mag zijn, maar niet half-zacht; hoe men zich geven Moet, maar nooit helemaal; hoe men wel beven Kan van ontroering, doch, op vorm bedacht, De hartstocht door een gouden huid moet zeven Tot zweetglans, oogopslag en pradadracht. … [Lees meer...] overGedicht: G.J. Resink – Djangir
Gedicht: Wanda Koopman — Zooals de dotterbloem
Zooals de dotterbloem Hart in het bosch van de nacht Is bij een vijver gebracht Zag in de donkere poel Schijnsel van gouden bloem Schijnsel van gouden bloem Dof als een dotterbloem Schaduw die schaduw neemt Jij die in leven bleef … [Lees meer...] overGedicht: Wanda Koopman — Zooals de dotterbloem
Gedicht: I.K. Bonset – 9 x B
9 × B 1 De bomen zijn de benen van het landschap. B. 2 De mens is goed, wanneer hij er geen belang bij heeft slecht te zijn. Hij is slecht wanneer het niet in zijn belang is goed te zijn. B. 3 De antimakassar is de graadmeter onzer cultuur, het sentimentalisme, de speen. B. 4 Ziet ge? B. 5 Ten einde raad bracht ik … [Lees meer...] overGedicht: I.K. Bonset – 9 x B
Gedicht: Petra Kottman – Bot
Bot Ik heb het koud. Jij doet er alles aan om mij weer warm te maken. Je masseert mijn voeten. Veel te zacht, want je bezeert toch niet mijn harde bot, van vlees ontdaan: beenderen voelen niet. Ik zie het aan, je goedbedoelend strelen. Is 't verkeerd als ik vertel: ik heb allang geleerd dat niemand helpt, dat kou scherp blijft bestaan? … [Lees meer...] overGedicht: Petra Kottman – Bot
Gedicht: Willem ten Berge – Liftboy
Liftboy De deur viel schokkend uit de wand: en op de drempel van zijn sombre kooi stond de liftboy klein en kinderlijk mooi - zwijgend kwam ik bij hem staan, de motor zette zwoegend aan - … [Lees meer...] overGedicht: Willem ten Berge – Liftboy
Ze is na zessen vrij
Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (178) Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan? Door Marc van Oostendorp Lopende band Ze zegt: ‘Ik laat mijn haar knippen vanavond.’ (Ze is na zessen vrij.) In de cadans van mijn verslaafde handen, in de dans van bitterkoek en band, knik ik beamend. Ik vraag: ‘Door … [Lees meer...] overZe is na zessen vrij
Gedicht: Hein Boeken – 31 mei ’33
31 mei '33 Weer is voorbij der nachtegalen maand, Der meerelen, die van het leven zingen Toch in hun tongval tot beseffen dwingen Dat niets van al dit schoone is stille-staand, Dat alles is in gauwen gang vergaand. En bij het zien van al Mei's lieve dingen Was het mij niet of heen mijn krachten gingen? Heb 'k niet dees Mei mijn laatste maand gewaand? … [Lees meer...] overGedicht: Hein Boeken – 31 mei ’33
Ein Gedicht als ein Ding
Door Marc van Oostendorp Het is treurig dat jullie niet weten wie Ludwig Kunz (1900-1976) was. Zijn leven lang was hij bezig aandacht te vragen voor dichters voor wie er te weinig aandacht was. Nu is hij zelf vergeten. Het is daarom een daad van historische rechtvaardigheid dat er nu een bundel over hem verschenen is, onder redactie van de germaniste Els Andringa. Kunz, … [Lees meer...] overEin Gedicht als ein Ding
Gedicht: Jacob Israël de Haan – De jonge vogel
De jonge vogel Ik sliep niet meer: een jonge vogel floot, Mijn hart doordringend, en ontwakend zag Ik 't kalme kleuren van den klaren dag En vagen van het verre morgenrood. Wijl sterren bleekten zilverzacht en bleeker, Blies warme wind de morgennevels over, Luid juichend zong en hoog en klaar en zeker De jonge vogel in het wiegend loover. … [Lees meer...] overGedicht: Jacob Israël de Haan – De jonge vogel
Gedicht: Saul van Messel – Presumptief & Jodenhoek
presumptief een onvermoede dageraad had plotseling mijn droom gestaakt ik droomde dat ik sterven ging maar was uiteindelijk ontwaakt of droom ik nu dat ik nog leef terwijl ik stervend dromen bleef mij niet bewust van vroeg of laat in onvermoede dageraad … [Lees meer...] overGedicht: Saul van Messel – Presumptief & Jodenhoek
Gedicht: Margot Vos – Wie de pijnen mijdt…
• Margot Vos was een socialistische dichteres. Wie de pijnen mijdt... Wie de pijnen mijdt zal niet de liefde kennen; Waak op, blinde vrind, en verman uw vrees! Als een reiger zet uit met gestrekte pennen; Aan de levenswaat'ren uw ziel genees! Hadt ge licht noch leider? Zijn de wilde vogels Van het groot verlangen langs u heen gegaan? Hebt ge neergezeten in het … [Lees meer...] overGedicht: Margot Vos – Wie de pijnen mijdt…
Hoe zij een steentje uit haar schoenen haalt
Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (177) Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan? Door Marc van Oostendorp Mei Een avond waarop oude mensen wandelen gaan, een heimwee achterna: hoe alles nu jong lijkt- terwijl hij naar zijn grote voeten kijkt, ziet zij een wolk boven de bomen staan en overweegt dat zij … [Lees meer...] overHoe zij een steentje uit haar schoenen haalt
Gedicht: Annie M.G. Schmidt – Aan een klein meisje
• Vandaag is het de sterfdag van Annie M.G. Schmidt. Aan een klein meisje Dit is het land, waar grote mensen wonen. Je hoeft er nog niet in: het is er boos. Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen, en altijd is er weer wat anders loos. En in dit land zijn alle avonturen hetzelfde, van een man en van een vrouw. En achter elke muur zijn an'dre muren en nooit een … [Lees meer...] overGedicht: Annie M.G. Schmidt – Aan een klein meisje
All-round onpraktischheid. Het leven en werk van Johan Andreas Dèr Mouw
Door Marc van Oostendorp De ik-persoon in het beroemdste sonnet van Johan Andreas dèr Mouw (1863-1919) is heel onhandig: hij kan niks in huis, hij moet alles aan 'haar' overlaten en als hij dan een keer wat doet zegt zij "dat dat geen werk is voor een man". Gelukkig maar, denkt de lezer, dat hij die "onpraktischheid" compenseert met grote liefde voor die 'zij', fijn dat hij in … [Lees meer...] overAll-round onpraktischheid. Het leven en werk van Johan Andreas Dèr Mouw
Gedicht: Annie M.G. Schmidt – Op een mooie pinksterdag
• Vandaag is het de verjaardag van Annie M.G. Schmidt. • Oeruitvoering 'Op een mooie pinksterdag' Op een mooie Pinksterdag Op een mooie Pinksterdag Als het even kon Liep ik met mijn dochter aan het handje in het parrekie Te kuieren in de zon Gingen madeliefjes plukken Eendjes voeren Eindeloos Kijk nou toch, je jurk wordt nat Je handjes vuil En papa boos … [Lees meer...] overGedicht: Annie M.G. Schmidt – Op een mooie pinksterdag
Dat ‘k tot op heden door blijf otteren.
Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (176) Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan? Door Marc van Oostendorp Zo zwalkt Nog steeds ben 'k er op 't kantje af doorgerold. Oorlog. Tb. Darmabces. Longontsteking. Als 'k maar tien jaar eerder geboren was lag ik al lang onder de groene zoden. Maar nee: … [Lees meer...] overDat ‘k tot op heden door blijf otteren.
Gedicht: Hendrik Marsman – Paul Robeson zingt
Paul Robeson zingt (vier stemmen en de stem van Christus) mijn hart is zwart mijn hart is rood mijn hart is hard mijn hart is dood maar ieder hart... mijn hart is dood! maar ieder hart... mijn hart is rood... maar ieder hart 't zij hard of … [Lees meer...] overGedicht: Hendrik Marsman – Paul Robeson zingt
Gedicht: Jaap Harten – De koffergrammofoon uit de hongerwinter
De koffergrammofoon uit de hongerwinter was het enige wapen dat ik had tegen het calvinisme van mijn inwonende tante die ouderwets zat te treuren of bladerde in haar krakende bijbel om ons jongens te troosten met een stichtelijk woord. Zij las: ‘Niets hebbende, alles bezittende’ (2 Cor. 6:10) en gluurde ondertussen naar de stamppot die mijn moeder van bieten had … [Lees meer...] overGedicht: Jaap Harten – De koffergrammofoon uit de hongerwinter






