Door Michiel de Vaanverleppen ww. ‘verwelken’Voor het eerst in 1602, waneer Jan van Hout in zijn vertaling van Petrarca’s sonnet Fontana di dolore de uitdrukking putta sfacciata met verlepte hoer vertaalt. Kort daarna wordt verleppen een gangbaar woord, bijv. in een schoon’ ontloocken Roos wiens bladers zijn terstondt verlept (Pers, Bellerophon, 1612) en Ay ziet het schoon … [Lees meer...] overAddenda EWN: verleppen
etymologie
Appelsien en djoeken
Door Leonie CornipsOver het woord appelsien (Venloos appelesien, Maastrichts appeleseen) heb ik me altijd verbaasd omdat het zo intrigerend ‘andersom’ is vergeleken met sinaasappel. De appel in het woord is prima te begrijpen. Maar sinas of sinaas, wat is de oorsprong van dat woord en waarom kan het voor of na ‘appel’ staan? Volgens het recent verschenen boekje Waar komt … [Lees meer...] overAppelsien en djoeken
Addenda EWN: tja
Door Michiel de Vaantja tw. uiting van weifelende toestemming, berusting, echovraagNnl. tja (1901), tja-tja (1901), sja (1903), tsja-tsja (1903), tsja (1908). De eerste attestaties komen uit Heijermans’ Op hoop van zegen. Naar alle waarschijnlijk is tja ontstaan door nadrukkelijke of bedachtzame uitspraak van de j-, waarbij extra frictie ontstaat (jjja) en de beginklank … [Lees meer...] overAddenda EWN: tja
Addenda EWN: spreeuw en spraaien
Door Michiel de Vaanspreeuw zn. ‘zangvogel’ (sturnus vulgaris)Middelnederlands sprewe (1287), Nnl. spreeuwe (1562), spreeu (1608). In de zeventiende eeuw komt daarnaast het ww. spreeuwen ‘bespotten’ voor, dat naar het geschetter van spreeuwen verwijst. Als spreeuw of een variant daarvan komt de vogelnaam voor in West- en Zuidnederlandse dialecten. Daarentegen vertonen het … [Lees meer...] overAddenda EWN: spreeuw en spraaien
Addenda EWN: proesten ww. ‘niezen, lachen’
Door Michiel de VaanMiddelnederlands pruysten ‘niezen; uitspuiten’ (1477), Vroegnieuwnederlands proessen of proesten ‘niezen’ (1573), pruysten ‘niezen’ (1599). Pas vanaf 1746 treffen we proesten ‘niezen, schuimbekken’ in literaire teksten aan, het eerst in Holland, en meermaals in combinatie met het rijmwoord hoesten. Na 1800 komt ook de uitdrukking proesten van het lachen … [Lees meer...] overAddenda EWN: proesten ww. ‘niezen, lachen’
Addenda EWN: nochtans
Door Michiel de Vaan nochtans bw. ‘evenwel’ Een samentrekking van nog en dan. Dat is nog duidelijk te zien aan de spelling en de betekenis van noghthanne ‘toen nog’ en nohthanne ‘nog steeds’ in de Leidse Willeramvertaling (ca. 1100). In de dertiende eeuw kan nochdan(ne), nochtan(ne) nog steeds ‘dan nog, verder nog, bovendien’ betekenen, maar krijgt het daarnaast de … [Lees meer...] overAddenda EWN: nochtans
Addenda EWN: Verorberen
Door Michiel de Vaanverorberen ww. ‘opeten’Middelnederlands verheurbeuren ‘aanwenden’ (Gent, 1419; met hypercorrecte h-), te veroerberne ‘te bewerken’ (1410–1430), veroorboort ‘gebruikt’ (1492). Vroegnieuwned. veroorboren (1500), verorbaren (1644) ‘gebruiken, gebruik maken van’, met reductie van de derde lettergreep ook veroorberen (1525), veroorbren(1648), veroirberen (1651), … [Lees meer...] overAddenda EWN: Verorberen
Addenda EWN: moei
Door Michiel de Vaanmoei zn. ‘tante’Middelnederlands muje (1240), moye (1268) ‘tante van moederszijde’, volmoie ‘volle tante’ (1296), oude(r)moye ‘oudtante’, Nieuwned. moeye (1522), moey (1640) ‘tante’, petemoey ‘peetmoeder’ (1564). Na 1600 komt het woord in Holland en Zeeland ook met de klinker eu voor, bijv. meuy (Coster, 1615), petemeuy (Bredero, 1613, Cats, 1635), verkleind … [Lees meer...] overAddenda EWN: moei
Addenda EWN: lob en lub
Door Michiel de Vaanlob zn. en lub zn. ‘geplooide halskraag’Middelnederlands lobben ‘plooien in hoofdkleding’ (1366, MNW s.v. ranse), lobben ‘stokvis’ (1477), Vroegnieuwnl. lobben mv. (1574), lobbe ev. (1599), lob (1635) ‘geplooide kanten kraag of manchet’, handlob (1691) ‘plooisel dat over de pols valt’. Bij Noordhollandse auteurs ook met u: lubben ‘plooien’ (Haarlem, … [Lees meer...] overAddenda EWN: lob en lub
Addenda EWN: dolage
Door Michiel de Vaandolage zn. ‘moerassig stuk grond’Middelnederlands doelage (1281), dolaghe (1326), doolaghe (1432), alle in Vlaamse herkomstnamen, verder dootlage (ca. 1450, Pelgrimage vander menscheliker creaturen), doelaghe, doeleghe (Grootloo, cijnsboek ca. 1450), dootlaghe, dolaghe (1477, Delftse Bijbel), Nieuwnl. do(o)laghe (1562), dootlaghe (1590). In huidige Vlaamse … [Lees meer...] overAddenda EWN: dolage
Addenda EWN: aling en alijk
Door Michiel de Vaanaling bn. ‛geheel’Middelnederlands aling ‘geheel’ (1294), bw. alinge ‘volkomen’, afl. alincklike bw. ‘geheel en al’ (1298 allingleke). Nieuwnederlands aling en alinck. Wordt voornamelijk in oorkonden, plaatselijke verordeningen, keurboeken, handvesten en andere niet-literaire bronnen gebruikt, en raakt na 1700 buiten gebruik. In moderne dialecten nog bekend … [Lees meer...] overAddenda EWN: aling en alijk
Addenda EWN: aanfluiting
Door Michiel de Vaanaanfluitingzn. ‘voorwerp van spot’Zeventiende-eeuwse afleiding van het ww. aanfluiten, een zestiende-eeuwse leenvertaling van Hoogduits anpfeiffen. Luther gebruikt in 2 Kronieken 29:8 das man sie anpfeifft‘dat men ze bespot’ en in Jeremia 51:37 zum anpfeiffen‘tot mikpunt van spot’.Als eerste heeft de Vorsterman Bijbel uit 1528 de combinatie van aan met … [Lees meer...] overAddenda EWN: aanfluiting
Addenda EWN: kwelen/kwedden/quethan
Door Michiel de Vaankwelen ww. ‘lieflijk zingen’Mnl. qwedelen‘op een bepaalde wijs zingen’ (1477), quelen (1440-1460), Vnnl. quelen, kwelen ‘zingen, opgewekt zingen’(1561), daarnaast ook ‘lieflijk’en vooral ‘weemoedig’of ‘klaaglijk zingen’. In de 16eeeuw in Vlaanderen ook quelen ‘druk praten, babbelen’. Verwante vormen: Middelnederduits quedelen ‘babbelen, zwetsen’, … [Lees meer...] overAddenda EWN: kwelen/kwedden/quethan
Addenda EWN: Kweepeer
Door Michiel de VaanMnl. quedeboem ‘kweeboom’ (1330), verder Mnl. que(e)de v. ‘kwee’ en quede appel ‘kweeappel’. Later valt de d tussen de klinkers weg, vandaar bij Kiliaan (1599) que en que-appel ‘malum cydonium’ naast o.a. que-peyre ‘malum strutheum’. Het verschil tussen beide samenstellingen wordt in 1554 als volgt door Dodoens beschreven: Queappelen sijn tweederleye / Die … [Lees meer...] overAddenda EWN: Kweepeer
Onbeschreven en ongepubliceerde boeken
Door Marc van Oostendorp Dat over het woord boek twee etymologische verhalen de ronde doen, dat komt goed uit. Volgens het ene verhaal heeft het te maken met het woord beuk: de Germanen zouden hun runen in beukenstaafjes hebben gekerfd, en het woord boek zou dus oorspronkelijk hebben verwezen naar een fysiek object – de tak van een boom. Deze etymologie, die ooit … [Lees meer...] overOnbeschreven en ongepubliceerde boeken
Addenda EWN: Keuvelen
Door Michiel de Vaankeuvelenww. ‘babbelen’Aangetroffen vanaf de achttiende eeuw, bijv. bij Van Hoven (De Gewaande Krygsman, 1715): Polyxena, die most daer sneuvlen / en Priam die noch wat wou keuvlen. Keuvelenis door ronding van ee tot eu ontstaan uit het slechts enkele malen aangetroffen ww. kevelen ‘langdurig kauwen, de kaken langdurig bewegen’ (1710, in het woordenboek van … [Lees meer...] overAddenda EWN: Keuvelen
Addenda EWN: zwoerd
Door Michiel de Vaanzwoerd zn. ‘spekrand’Mnl. swarde, swaerde v. (ca. 1300) ‘met haar begroeide huid, hoofdhuid’, groensuarde (ook -waerde, -werde) ‘het begroeide aardoppervlak’ (1265–70), speckswarde (1477) ‘de huidlaag boven het spek’. De huidige betekenis ‘van haren ontdane varkenshuid, rand van het spek’ wordt vanaf 1560 aangetroffen in teksten. De oorspronkelijk … [Lees meer...] overAddenda EWN: zwoerd
Addenda EWN: zult en zilt
Door Michiel de Vaanzult zn. ‘hoofdkaas’Oudnl. sulton [dat.sg.] ‘zoute grond’, Mnl. sulte, sult ‘pens, gepekeld vleesʼ, Nnl. zult ‘zoutwater, pekel; in zout geconserveerd vleesgerecht’. De huidige betekenis ‘hoofdkaas’ is vanaf 1639 in teksten geattesteerd. Er bestaat ook een afgeleid ww. zulten ‘inmaken, ter conservering inleggen in zout en kruiden’ (1560). In het Zeeuws luidt … [Lees meer...] overAddenda EWN: zult en zilt
Addenda EWN: Zode
Door Michiel de Vaanzodezn. ‘plag’ en zodde zn. ‘drassig land’Zode kent twee klinkervarianten, oo en aa. De oudste attestaties betreffen Noordhollandse plaatsnamen, Saden bij Zaandam (ca. 1180) en in Sadenhorne (1130–1161 kopie ca. 1420). In het Vroegmiddelnederlands staat in het Vlaams het mv. saden ‘graszoden’ (1260, 1287) naast eenmaal soeden (datief mv.) ‘weiland’ … [Lees meer...] overAddenda EWN: Zode
Addenda EWN: dra
Door Michiel de Vaandra, n. bw. van tijd, ‘spoedig’, benevens weldra bw. en zodra vw.Mnl. drade ‘gauw’ (1220–1240, Nederrijnse Aiol). Vnnl. zelden draey (Souterliedekens, Antwerpen, 1540; Het Offer des Heeren, 1570), normaal dra ‘snel, vlug; spoedig’ (1598), tot 1700 ook als drae gespeld. In de loop van de 20e eeuw verdwijnt dra uit de schrijftaal, behalve waar … [Lees meer...] overAddenda EWN: dra
Addenda EWN: inpalmen ww. ‘zich toe-eigenen’
Door Michiel de Vaan Samenstelling van in en palmen, ontstaan als scheepvaartterm. Het Vroegnieuwned. simplex palmen betekent ‘met de handpalm omvatten’ en ‘hand over hand naar zich toehalen’, bijv. om een lijn binnen te halen of langs een mast omhoog te klimmen. In die tweede betekenis lijkt palmen – gezien de oudste attestaties – aan de scheepvaart te zijn ontleend. Bij … [Lees meer...] overAddenda EWN: inpalmen ww. ‘zich toe-eigenen’
Addenda EWN: Blein en blaaien
Door Michiel de Vaanblein zn. ‘blaar’Mnl. bleine ‘blaar’ (1287, WVla.), Vnnl. bleyn (1561). MoWfri. blein. In veel moderne dialecten is het woord nog bekend als ‘blaar’ of in meer gespecialiseerde functies, bijv. ‘zoolzweer’ van een rund, in Vlaanderen. Verwante vormen: Oudengels blegen, MoE blain ‘blaar’, Ouddeens blen, blene, Oudzweeds blena ‘blaasje’.De Wgm. vormen … [Lees meer...] overAddenda EWN: Blein en blaaien
Addenda EWN: altoos bw. ‘altijd’
Door Michiel de VaanMnl. altos (Limburg,1200), altoes (Limburg,1240), alle /alto:s/, ‘voortdurend, elke keer weer; volstrekt’. Een lokale variant emmertoes wordt in de 15e eeuw in Antwerpen gevonden (MNW). Nnl. altoos,daarnaast ook Vlaams altoost (1598;WNTs.v.Uitb-). Vanaf de 17e eeuw als bw. ook ‘tenminste’.Verwante vormen: Middelnederduits … [Lees meer...] overAddenda EWN: altoos bw. ‘altijd’
Addenda EWN: waal en wiel
Door Michiel de Vaanwaal zn. v. en wiel zn. ‘kolk door dijkdoorbraak ontstaan’Het Nederlands kent twee woorden met dezelfde betekenis. (1) Onl. Vual, mv. Vuala ‘afgrond’ (10e e., Wachtendonckse Psalmen), Mnl. wael en wale(meestal m.) ’poel, plas, kolk’. Vanaf de 13e eeuw werd waal uit de standaardtaal verdrongen door wiel. Vroegnieuwned. waal wordt in Westnl. dialecten gevonden … [Lees meer...] overAddenda EWN: waal en wiel
Addenda EWN: holsblok zn. o. ‘klomp’
Door Michiel de VaanOp het eerste gezicht een samenstelling van hol en blok: een klomp wordt gemaakt door een blok hout uit te hollen. Nnl. hoolsblok (1727 mv. hoolsblokken in de klucht De vervrolykende Momus, of koddige berisper van Willem van Swaanenburg), holsblok(1743; Chomel, Huishoudelyk Woordboek: “Buiten ’t bovengemelde, is de Abeel nog goed om tot Holsblokken te maken, … [Lees meer...] overAddenda EWN: holsblok zn. o. ‘klomp’