• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Taalvoorsprong

17 januari 2014 door Redactie Neder-L Reageer

Door Leonie Cornips

Ouders vragen me vaak hoe nadelig het is als zij hun kind in het dialect opvoeden. Het antwoord op deze vraag is simpel: opvoeden in het dialect is prima als het kind daarnaast ook met het Nederlands opgroeit. Het taalkundig onderzoek naar hoe kinderen hun talen verwerven, is de laatste tiental jaar in een stroomversnelling geraakt. Het laat min of meer zien dat het opvoeden van je kind in twee talen een aantal voordelen kan opleveren. Dat zijn in het oog springende resultaten van onderzoek want de hele vorige eeuw dachten taalkundigen juist het tegengestelde: een kind tegelijkertijd in twee talen opvoeden – dialect en Nederlands – is nadelig voor een goede beheersing van het Nederlands. Maar nu denken we er anders over.

Het idee dat een jong kind door het verwerven van twee talen in de war raakt, is een misverstand. Kinderen leren onder bepaalde condities twee talen spreken als een eentalig kind. Ze krijgen dan twee ‘moedertalen’. Veel tweetaligen hebben de ervaring dat ze als kind gemakkelijk twee moedertalen leerden. Een lezer schrijftme: ‘Als kind van Friese ouders spraken we in het gezin Fries. Als kind groeide ik op in Noord-Groningen en op straat en met vrienden spraken wij Gronings. Thuis werd er zodanig gesproken dat we goed Nederlands leerden en begrepen. Ik heb nooit een achterstand ervaren, sterker nog ik vond de lessen Nederlands vaak saai.’

Wat zijn die condities waaronder kinderen twee talen als twee moedertalenverwerven? Het begrip moedertaalspreker is natuurlijk niet eenvoudig: ook al spreken we over een ‘moedertaalspreker’ van het Nederlands of dialect, iemand beheerst nooit een taal in alle facetten in gelijke mate. We verschillen ook van elkaar hierin. Sommigen schrijven prachtige gedichten, anderen kunnen goed verhalen vertellen of rappen. In dit opzicht is het spreken over een volledige beheersing of demoedertaalspreker van het Nederlands, dialect, Turks of een andere taal een illusie.

Kinderen merken het onmiddellijk als volwassenen een taal minder waarderen dan een andere. Ze hebben een antenne waardoor ze gevoelig zijn voor oordelen die we over talen hebben. Een eerste conditie is dus dat ouders en omgeving laten zien dat ze beide talen – dialect en Nederlands of Engels en Nederlands – evenveel op prijsstellen. Een tweede belangrijke conditie is leeftijd: hoe jonger het kind in contact komt met twee talen, hoe beter. De leeftijdsperiode tussen geboorte en pakweg vier jaar oud is zeer gevoelig voor het leren van taal in het algemeen. Komt het kind pas ná een aantal jaren in aanraking met een tweede taal, dan kan de eerste taal invloed uitoefenen op de tweede taal. Een goed voorbeeld is een Engelstalig kind dat op latere leeftijd Nederlands leert en zinnen maakt als: ‘Morgen ik ga naar huis’. Deze invloed hoeft niet blijvend te zijn, maar het zou kunnen. Spreken ouders het kind al vanaf geboorte in twee talen toe, dan mengt het kind niet of nauwelijks beide talen.

Niet alleen de leeftijd waarop, maar ook hoe lang, hoe intensief en hoe gevarieerd kinderen met beide talen te maken krijgen, is van belang. Het werkt niet als het kind een van beide talen maar twee uur per week hoort. Of als één taal alleen voor een boodschappenlijstje bedoeld is. Integendeel, gezinsleden moeten beide talen gevarieerd gebruiken: voorlezen, tellen en rekenen, verhalen vertellen, spelletjes doen, luisteren naar radio en televisie en gewoon met elkaar spreken.

Ten slotte is een conditie ook in hoeverre beide talen op elkaar lijken. Het dialect van Weert kent als alle Limburgse dialecten drie grammaticale geslachten met drie verschillende lidwoorden – d’n mens (m), de vrouw (v) en ut kindj (o) – waar het Engels er slechts één heeft: the. Het dialect helpt het kind dan veel meer om in hetNederlands onderscheid te maken tussen de- (m/v) en het-woorden (o) dan het Engels. In dit geval levert het dialect duidelijk een taalvoorsprong op, waardoor zij sneller dit onderscheid leren dan Nederlands eentalige kinderen. Al met al wordt het  tijd dat we het beeld van dialectsprekende kinderen als ‘van nature’  taalachterstandskinderen, grondig bijstellen.

Zie: Cornips 2012. Eigen en Vreemd.AUP: Amsterdam

Deze column verscheen in 2013 in De Limburger/Limburgs Dagblad

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: columns Leonie Cornips, dialecten, meertaligheid, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johannes Antonides van der Goes • Aan juffrouw Suzanna Bormans, ziek zijnde

Waar is dat blozend rood geweken,
Dat aangename rozebloed,
’t Geen eedle zielen kon ontsteken,
Om uwe waarde, in minnegloed?

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1992 Theo Weevers
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d