• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Opruimen

9 mei 2014 door Karin Eggink Reageer


Door Marijke De Belder
Soms regent het in mei. Soms gebeuren er zelfs nog eindeloos veel treuriger zaken die je bij de Grote Vragen doen aanbelanden. Om zulke tollende gedachten te vermijden kan een mens zich vermeien met de kleine vragen. Het lusthof van deze taalkundige zijn dan de woordenboeken van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, een fort van minutieus verzamelde kleine antwoorden, gratis en voor iedereen het net opvrolijkend.
Deze week vroeg ik me samen met een collega bijvoorbeeld af of opruimen in hetzelfde rijtje past als opvrolijken, opfrissen en opleuken. Tenslotte zijn het allemaal scheidbare werkwoorden met op waarin je een bijvoeglijk naamwoord kan herkennen (ruim, vrolijk, fris en leuk). Wel, dat is zo opgezocht.
Opvrolijken, opfrissen en opleuken klinken jong en dat zijn ze ook. De voorbeelden in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het WNT voor de vrienden, zijn niet ouder dan eind achttiende-eeuws. Je zou de indruk kunnen krijgen dat we pas sinds een goede tweehonderd jaar scheidbare werkwoorden vormen van bijvoeglijke naamwoorden en op. Dat is echter niet zo. Volgens het Middelnederlandsch Woordenboek werd opschonen al in het Middelnederlands gebruikt, al zei men destijds nog opsconen. Opruimen, ten slotte, is zo oud als de straat. Het wordt al aangetroffen in teksten uit de dertiende eeuw, dus in het Vroegmiddelnederlands. Mogelijk is het zelfs veel ouder, maar oudere bronnen zijn schaars en zeer beperkt. Uit plaatsnamen zoals Rumbeke, Rumpt en Ruimel weten we in ieder geval dat het bijvoeglijk naamwoord ruim echt ontzettend oud moet zijn. Dat staat in het Oudnederlands Woordenboek. Opruimen verschilt dus wezenlijk niet van opleuken. Het werd minstens vijf eeuwen eerder gevormd, maar wel volgens precies hetzelfde recept. Men neme een bijvoeglijk naamwoord en men make een scheidbaar werkwoord met op.

De betekenis van opruimen sprak in de Middeleeuwen overigens meer tot de verbeelding dan de huidige betekenis. Naast wegruimen kon het toen ook plunderen betekenen. Daarnaast had men ook het werkwoord ruimen, al betekende dat dan wel opruimen. In het huidige Nederlands bestaan beide vormen natuurlijk ook, maar dat is waarschijnlijk omdat we ze zo overgeërfd hebben. Goed, de betekenissen zijn verschoven, maar dat doet hier verder niet ter zake. Wat mij intrigeert is dat we in het huidige Nederlands geen werkwoord leukenhebben. Wij kunnen helemaal niet zomaar een bijvoeglijk naamwoord nemen en er zonder meer een werkwoord van maken. In de Middeleeuwen was dat wel even anders! Naast ruimen had men toen ook sconen, ouden, jongen, vremden, vrolijken, bosen, couden, wermen, bangen, angstigen, zwangeren, sekeren, kleinen, natten, droghen, donkeren, frayen,… Meestal betekenden al die werkwoorden wat je zou verwachten dat ze betekenen. Droghen is droog maken of droog worden en bosen is dus ook gewoon boos maken of boos(aardig) worden. Vrolijken had overigens een beetje een aparte betekenis. Het verwees naar een meer vleselijke activiteit waar je zo mogelijk nog lustiger van wordt dan van woordenboeken raadplegen.
Sommige van die vormen hebben we bewaard. Warmen en drogen behoren tot mijn woordenschat. Maar het is absoluut niet zo dat je vandaag de dag lukraak een bijvoeglijk naamwoord kan nemen en er zonder verder gedoe een werkwoord van kan maken. Je kan een outfit bijvoorbeeld wel hip maken, maar je kan hem niet hippen. In het Middelnederlands had dat dus wel gekund. Het is volstrekt onduidelijk waarom het Middelnederlands en het huidige Nederlands hierin verschillen. Als taalkundige zou ik dat graag achterhalen.
Zo kan ik uren doorbrengen in die woordenboeken op zoek naar antwoorden en naar onschuldige vragen over vergankelijkheid. En ondertussen houdt het dan vaak zelfs op met regenen.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Columns Marijke De Belder, Gastcolumns, lexicologie, taalkunde, woordgebruik

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Astrid Roemer • Steffi huilt

Het geeft niet Poes
het geeft niet dat we
sterven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

WINTERMIDDAG

De engelen knopen licht aan elkaar,
de regenboog stijgt uit het dorre hout,
een vuur brandt in een wak boven de duinen.

Overal valt licht – tot witte hagel opspringt
van de met droge bladeren bedekte grond,
geschrokken vleugelloze insecten, engelen –
hun donzen huid smelt blank,
doorzichtig om een wit skelet –
zo straks nog bezig in het licht,
gescheiden nu, snel weggerold,
gekropen onder het gekruld bruin blad.

Bron: De Gids, november 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1884 Herman Buiskool
1939 Jacques Hamelink
1948 Saskia Daalder
sterfdag
2015 Wam de Moor
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d