• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Doe mosz dich de naas poetse

19 juni 2014 door Karin Eggink Reageer


Door Leonie Cornips

Ergens weten we wel dat we veel vaker zich of een vorm daarvan als me en je zeggen en andere typen zinnen daarmee maken dan in het westen gebruikelijk is. Het viel mij pas op toen ik Nederlandse Taalkunde studeerde in Amsterdam. Ik ging ervan uit dat ik Nederlands sprak omdat dialect thuis niet aanwezig was. Maar tijdens de colleges taalkunde bleek pas goed dat ik heel andere oordelen over zinnen had dan mijn medestudenten en de tekstboeken. Die boeken beweerden dat zinnen als ‘Hij kocht zich een flesje Coca-Cola’ geen Nederlandse zin zou zijn. Pas veel later las ik precies deze zin terug in een van de romans van W.F. Hermans.
Het Nederlands kent wel zich maar nog niet lang want het komt pas ergens tussen 1600 en 1700 voor het eerst voor. In het Amsterdams zei of schreef men ‘hij wast hem’ in de betekenis van ‘hij wast zich’. En ook nu zeggen oudere sprekers in Noord-Holland nog even makkelijk ‘hij wast hem’ terwijl ze ‘hij wast zich’bedoelen.
Een andere type zin waar iedereen tevergeefs in grammaticaboeken van het Nederlands naar zal zoeken is: ‘Doe mosz dich denaas poetse’ – opgetekend in Heerlen in 1884 – of ‘Je moet je de neus snuiten’. Ze kwamen vroeger in het Nederlands wel voor maar zijn verdwenen. Alleen in idiomatische uitdrukkingen leven ze voort: ‘Ik snoer hem de mond’ en ‘Hij hangt me de keeluit’.

Toch zeggen sprekers varianten van ‘Je moet je de neus snuiten’ in het hele oosten van Nederland. In deze zin is de persoon waar je naar verwijst de bezitter van het lichaamsdeel de neus. Daarom noemt men vormen als dich, je, me, mich en zich met deze functie in de taalkunde een bezittend voorwerp. In het westelijk Nederlands drukt men deze bezitsrelatie niet uit met een bezittend voorwerp maar met het bezittelijk voornaamwoord je als in: ‘Je moet jeneus snuiten’.

Zinnetjes die ik eind jaren negentig in Heerlen in de spreektaal hoorde, zijn ‘kijk eens daar ken je eentjemooi het buikje mee open maken he’ en ‘ja, maar ze hebben dus een man pas geleden het hoofd ingeslagen’. In deze zinnen komen lichaamsdelen voor van wie ieder persoon er slechts één bezit, namelijk één buikje en één hoofd. Het bijzondere van deze zinnen is nu dat deze lichaamsdelen moeilijk in het meervoud optreden, ook niet als zij met meerdere bezitters als kippen en mekaar voorkomen: ‘dan heb je zoveel varkens gezien zeg en kippen de kop afgeslacht’ en ‘je kraakte mekaar niet af, je brak mekaar niet de nek of zo’. Je kan dus moeilijk (*) zeggen: ‘*Zij hebben de kippen de koppen afgeslacht’ of ‘*Ze hebben mekaar de nekken gebroken. Maar deze eigenschap verandert zodra er lichaamsdelen in het spel zijn van wie ieder persoon er twee of meer bezit zoals handen, voeten, vingers, ogen en oren. Dan kan ‘Ik was hun de handen’ opeens wel of met een enkelvoudige bezitter: ‘nou, die handenvielen hem af he’. In deze twee zinnen zijn twee handen in de activiteit betrokken dus zijn beide handen worden gewassen of zijn spreekwoordelijk ‘afgevallen’.
Wat gebeurt er nu als van die meervoudige lichaamsdelen slechts eentje voorkomt, dus één handjeals in: ‘en dan mocht je geloof ik een keer in de hele communiemis mekaar het handje vastpakken’. In dat geval pakt iedereen elkaar slechts bij één handje vast en niet bij beide handen. De kinderen zitten hier dus in een rij of kring. En in de volgende zin raakt iemand gelukkig maar één voet kwijt en niet beide: ‘hadden ze hem die voet af moeten zetten’.
Al met al is het dus heel complex hoe zinnen met zo’n bezittend voorwerp te maken en te interpreteren. Het is niet zo dat zinnen die in het dialect voorkomen, zomaar simpeler zouden zijn dan die in de standaardtaal. Die keuze is bovendien willekeurig want hoewel het bezittend voorwerp tot het domein van het dialect behoort in Nederland is het thuis in de standaardtalen in Frankrijk en Duitsland.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: columns Leonie Cornips, dialecten, grammatica, Limburgs, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johannes Antonides van der Goes • Aan juffrouw Suzanna Bormans, ziek zijnde

Waar is dat blozend rood geweken,
Dat aangename rozebloed,
’t Geen eedle zielen kon ontsteken,
Om uwe waarde, in minnegloed?

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1992 Theo Weevers
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d