• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Gene beginnen hoopvol een vergeefsche reis

24 juni 2017 door Marc van Oostendorp 1 Reactie

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (129)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Waarom is gene verdwenen? Wat mankeerde eraan zodat we nu niet meer kunnen zeggen deze gaan naar school en gene blijven thuis? Het was toch vreselijk handig om dat te kunnen doen, en is op dit moment toch niet minder nodig dan het ooit was? Waarom is het dan in onbruik geraakt? We zouden dan nog sonnetten zo strak kunnen opbouwen als Henriëtte Roland Holst deed:

Deze tijden, met heftige gebaren
hebben de walmende lichten gedoofd,
die de menschen beschenen, die voorheen waren,
nu zijn ze walm-bevrijd en licht-beroofd.

Met aarzelen besteden ze hun jaren,
zwaar valt de keuze aan het bestoken hoofd:
’t oude is een gapend pakhuis, leeg van waren,
en vormloos vaag, wat zelf zich ’t nieuwe looft.

En déze schuilen nog met hun gedachten
in ’t sidderend bouwvallige paleis,
dat uitgewoond werd door vele geslachten.

En géne, die droom-oogen maakten wijs
de verre wolke’ een land vol wondren te achten
beginnen hoopvol een vergeefsche reis.

Het zal dus toch wel gebeurd zijn dat gene minder in trek was, minder nuttig was dan allerlei andere woorden. Zodat volwassenen het zelden nog gebruikten in de buurt van kinderen. Zodat die kinderen het dus niet op tijd aangeleerd kregen. Zodat het geen onderdeel werd van hun ‘natuurlijke’ taalgebruik.

Uiteindelijk leren de meeste Nederlanders het woord vermoedelijk nog steeds (zouden er mensen zijn die geen idee hebben wat je zegt als je ‘gene mensen beginnen een reis’ te zeggen, maar te laat en daardoor alleen in bepaalde contexten – niet aan moeders pappot. Mensen die zo zijn opgegroeid gaan het woord natuurlijk minder gebruiken. En daardoor groeien in latere tijden nóg minder mensen op die gene onder normale omstandigheden horen.

Dus zitten we met een gat in de taal. Ja, we hebben die nog over, maar dat heeft nu eenmaal niet dezelfde mogelijkheden. ‘Die gaan op reis’ is raar, als hoofdzin. Althans, in geschrifte. In het mondeling taalgebruik kun je het geloof ik best zeggen, als je er extra nadruk op legt en met je hoofd en handen beweegt. Zoals Roland Holst trouwens ook dat accent op de é nodig had in géne.

Het is dus best mogelijk dat dit die gaandeweg het gat van gene helemaal gaat opvullen. Maar tot die tijd zitten we toch maar met een onverklaarbaar gat.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 196 sonnetten, 20e eeuw, Henriëtte Roland Holst - Van der Schalk, sonnet

Lees Interacties

Reacties

  1. Wouter Steenbeek zegt

    24 juni 2017 om 07:57

    Het verdwijnen van ‘gene’ is helemaal niet zo onverklaarbaar. Door het samenvallen van de scherplange en zachtlange ee ontstond er verwarring met het ontkennende ‘geen’, zeker omdat dat in de standaardtaal ook nog lang verbogen werd.

    Maar eerlijk is eerlijk: vele dialecten die dat klankverschil wél in ere houden, hebben het woord ook allang verloren. De praktijk leert dat een stelsel met drie verschillende aanwijzende voornaamwoorden erg delicaat is en bij de minste taalverandering verdwijnt. Het Oudgrieks had hode, houtos en ekeinos, het Latijn had hic, iste en ille; allebei zijn in de dochtertalen verdwenen. De Romaanse talen maken zelfs helemaal geen verschil tussen dichtbij en veraf.

    Wanneer de taal ingrijpend verandert – meestal als gevolg van toegenomen taalcontact – gaan dat soort subtiele verschillen eraan. Dat kan in de middeleeuwen begonnen zijn. Je ziet zo een Franse koopman in Ieper of Gent worstelen met de vraag of hij deze, gene of die moet gebruiken. Daarna is het verschil nog wel behouden bij de rederijkers en later in de standaardtaal, net zoals dat ging bij de naamvallen en het woordgeslacht.

    Ik ken aan gene verwante vormen alleen uit het diepe zuiden van Limburg. In het oosten van het Heuvelland komen g’n en genne als lidwoorden voor. We weten dat ze vroeger in meer dialecten voorkwamen, tot in het noorden van de provincie. Overigens altijd in combinatie met vormen van de, dus ook daar is het verschil verdwenen.

    In het Duits kennen we natuurlijk nog wel jener, maar zelfs daar is dat erg spreektalig en een beetje ouderwets. In “Doktor Faustus” van Thomas Mann wordt gespot met Britse toeristen die Besichtigen Sie jenes zeggen, waar een moedertaalspreker zou kiezen voor Sehen Sie das da.

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Hendrik de Vries • Scheerlingbloemen

Zeker: onze inzichten wanken.
Zeker: ons oog speelt ons parten.
Vaak zijn de zwarten de blanken,
vaak zijn de blanken de zwarten.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

HOFSTAD

Het windoog treft de Twensteeg in het hart,
de nachtvorst loopt te janken langs de straat.
Tram die elektrisch timmert aan de weg
in groeven van verdriet krukt langs zijn draad.

Bron: Hollands maandblad, december 1965

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

16 januari 2026: Documentaire Astrid Roemer

16 januari 2026: Documentaire Astrid Roemer

15 januari 2026

➔ Lees meer
11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

14 januari 2026

➔ Lees meer
23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

14 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1980 Annie Salomons
➔ Neerlandicikalender

Media

Verkort citeren in het examen Nederlands

Verkort citeren in het examen Nederlands

16 januari 2026 Door Arnoud Kuijpers Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met dichter Vince Noens

In gesprek met dichter Vince Noens

16 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

13 januari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d