• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Marrekies

15 augustus 2018 door Marc van Oostendorp 3 Reacties

Door Marc van Oostendorp

Iemand schreef ergens lievie en iemand vond dat vreemd. Dat moest toch lieffie zijn, met een f? Iemand wendde zich tot mij en vroeg wat nu het juiste antwoord was.

Er is natuurlijk geen ‘juist’, maar ik zou zelf hier ook geneigd zijn een f te zeggen. De enige reden die ik me kan voorstellen is als je toch al geen verschil maakt tussen f en v, als je faal en vaal op dezelfde manier uitspreekt – wat natuurlijk veel mensen doen, daar niet van, en daar is ook weinig op tegen.

Maar ik, die wel verschil maak tussen faal en vaal zou zeker lieffie zeggen als ik een lieffie had om het tegen te zeggen. Hoe zit dat? Ik zeg toch ook lieverd, met een v, of lieve oma, lieveling?

Er zijn in het Nederlands geen woorden die eindigen op een v-klank. Zelfs een naam als Lev ben je als Nederlandstalige geneigd met een f uit te spreken. En dat geldt dus ook ook voor lief.

Nu is het om de een of andere reden zo dat het net lijkt of de verkleinwoordsuitgang er niet is als je wilt bepalen wat het einde van het woord is. Je ziet dat bijvoorbeeld ook bij het invoegen van de toonloze e, de slotklank van mode tussen twee medeklinkers, fonetisch geschreven als ə.

Sommige sprekers van het Nederlands hebben liever niet dat er aan het einde van het woord twee medeklinkers staan. Een op zich fraaie naam als Marc spreken zij uit als Marək. Zij doen die alleen aan het einde van het woord, en zeggen bijvoorbeeld niet marəkies tegen een markies. Maar als -ies een combinaties is van een verkleinwoordsuitgang en een meervoudsuitgang (er is sprake van meerdere kleine Marken), dan kan marrekies opeens wel. Omdat dat –ies dus als het ware onzichtbaar is, niet wordt meegerekend bij het bepalen van het woord.

Die uitgang voegt natuurlijk ook weinig échte betekenis toe aan zo’n woord, hooguit wat affectieve lading. Het is net alsof je dat weet en voelt als je het uitspreekt en het daarom buiten beschouwing laat.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: diminutief, fonologie, morfologie, verkleinwoorden

Lees Interacties

Reacties

  1. Lalagè zegt

    15 augustus 2018 om 08:08

    Heb jij dan liever dat iemand je naam uitspreekt met een Leidse R? Het mooiste is met een rollende r en dan geen e erachter, maar dat lukt niet iedereen.
    Ik schrijf ook lievie, nooit over nagedacht dat dat met een f zou kunnen. Ik vind het er zo liever uitzien 😉

    Beantwoorden
  2. Mient Adema zegt

    15 augustus 2018 om 12:24

    Ik zie waarschijnlijk iets over het hoofd.

    Dat “marrekies”-verhaal kan ik begrijpen vanuit de gedachte dat een verkleinwoorduitgang (meestal -je) geen invloed heeft op je onbewuste aanname dat ervoor een (bestaand) woord is geëindigd. En dat je dat woord uitspreekt alsof het alleen dat woord was, zonder -je. Die e-insertie (voor hen die dat doen) trekt zich dus niets van verkleinwoorden aan, lijkt het.

    Maar wat heeft dat met “lievie” te maken? Daar hebben we het woord “lief” dat wat leuk verkleind wordt: lief + je = liefje en dat wordt lieffie of lievie. Beseffen de lievie-zeggers niet dat lief de oorsprong was, ja toch?

    Of wilt u met de relatie tussen die twee (marrekies en lievie) zeggen dat het er maar van afhangt welk mechanisme voor verschillende uitspraken zorgt? Dat lievie-zeggers/schrijvers als het ware aan het verbuigen zijn?

    Beantwoorden
  3. Henk zegt

    15 augustus 2018 om 19:32

    Ook als sprekers wel onderscheid maken tussen een stemloze [f] en een stemhebbende [z], kun je nog wel een vorm als ‘lievie’ tegenkomen, althans in het noordoosten van het taalgebied.

    In het Gronings (en door transfer waarschijnlijk ook in idiolecten van het Groningse Nederlands) wordt wel systematisch verschil gemaakt tussen stemhebbende en stemloze fricatieven, en voor de verkleinuitgang -ie treedt als regel auslautverhärtung op (‘hoessie’, ‘roossie’), maar er zijn uitzonderingen. Ter Laan schrijft in z’n ‘Proeve van een Groningse spraakkunst’ dat ‘hoezie’ in de betekenis van ‘wc’ voorkomt en ik ben ook weleens ‘braivie’ voor ‘doktersrecept’ tegengekomen. Het zou me niet verbazen als het gaat om gelexicaliseerde gevallen die zich aansluiten bij het gebruikelijke patroon waarbij medeklinkers tussen klinkers stemhebbend worden uitgesproken (bijv. ‘kovvie’, ‘nazzi’).

    ‘Laivie’ als koosnaampje en door transfer het Nederlandse ‘lievie’ zouden best eens kandidaten kunnen zijn voor zo’n lexicalisatie.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij HenkReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Christine D’haen • Hortus conclusus

’t Gebaardhaard aartsvader-seringenhout dringt
met bronshartig blad in het blonde geblaarte
der esch waar de eschdoorn door wast
bekropen door hedera en hooge kornoelje
gepaard aan liguster en vlier.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Morgen
van acht tot negen uur ’s ochtends
zal ik de mensheid bewenen

Bron: Rodaan al Galidi

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

2 mei 2026: Presentatie Herinneringscahier 1940-1945

2 mei 2026: Presentatie Herinneringscahier 1940-1945

15 april 2026

➔ Lees meer
23 en 24 april 2026: De neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: De neerlandistiekdagen

14 april 2026

➔ Lees meer
2 mei 2026: voorjaarsbijeenkomst E. du Perrongenootschap

2 mei 2026: voorjaarsbijeenkomst E. du Perrongenootschap

13 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1910 Saskia Ferwerda
1933 Jos Wilmots
➔ Neerlandicikalender

Media

Bonusauteurs Anna van der Horst, Maria van Zuylekom en Petronella Woesthoven

Bonusauteurs Anna van der Horst, Maria van Zuylekom en Petronella Woesthoven

15 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ted van Lieshout | Het Grote Gebeuren 2026

Ted van Lieshout | Het Grote Gebeuren 2026

12 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met dichter Sophia Blyden

In gesprek met dichter Sophia Blyden

12 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d