• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Hoe mooi een dag kan zijn, zonder zadelpijn

8 november 2022 door Marc van Oostendorp Reageer

Waarom gedichten lezen?

Een van de fijne dingen van gedichten lezen is dat het je is toegestaan om ieder woord te wegen en te overwegen. In het dagelijks leven is dat niet toegestaan: mensen zeggen en typen dingen, je probeert zo snel mogelijk te achterhalen wat ze daarmee bedoelen, en vergeet onmiddellijk de oorspronkelijke vorm, want we moeten door. Maar alleen al door de vorm van gedichten – veel ruimte, klankeffecten – roepen alle woorden: kijk ook eens naar mij.

Dat maakt dichten tegelijkertijd vreselijk moeilijk, lijkt mij. Je schrijft iets op dat door iedere lezer gewogen wordt, en steeds net een beetje anders gewogen.

Gedichten lezen, veel gedichten lezen, laat je onder andere ook zien waar het mis kan gaan. Ik heb die ervaring helaas met de bundel Fijnstof van Trudy Dijkshoorn. De uitgever was zo vriendelijk em een exemplaar door te sturen. Dit is het openingsgedicht:

De Onlanden

Het kleine geluk van nieuwe fietspaden
achter de bui aan door De Onlanden.

Naaktslakken op het beton.
Koekoeks- en boterbloemen tussen de grassen.
Fluitenkruid als beschermheren langs de kant
en en zweem oranje van zuring in de berm.

Hoe mooi een dag kan zijn, zonder zadelpijn.
Het gekreew van de kokmeeuwen
de lichtheid in het water en het scheren over.

Op naar de horizon de stad in nat karton
met opgepoetste toekomstdromen.

Het begint goed, in ieder geval voor mij. Een natuurgebied bij Groningen (De Onlanden), een gedicht over daar fietsen – dan denk ik meteen aan Gerrit Krol. De eerste twee regels zouden ook door hem geschreven kunnen zijn, in hun zakelijke precisie. Krol had het misschien bij die twee regels gelaten en misschien had hij ook nog wat gesluiteld aan de malle suggestie dat de fietspaden achter de bui aan gaan.

De strofe erna geeft een beschrijving van de natuur. Er wordt in de eerste regel verwezen naar de nieuwe fietspaden (het beton) en de natuur, maar verder voegen de details eigenlijk weinig toe, ik vind ze weinig sprekend en mij hindert een beetje dat niet duidelijk is wat het verschil is tussen de ‘grassen’, ‘de kant’ en ‘de berm’. Ik krijg die dingen niet geordend voor mijn geestesoog – de meest logische suggestie is dat het oog van buiten (de grassen zijn de weilanden) naar het stukje net naast het fietspad (de berm) gaat, maar zeker weten doe ik het niet.

Het gedicht bevat wat onnadrukkelijk rijm, en het aardige woord gekreew. Ook de niet helemaal grammaticale constructie het scheren over vind ik nog wel aardig, maar ik ben bang dat het gedicht voor mij definitief verpest wordt door de regel Hoe mooi een dag kan zijn, zonder zadelpijn. Waar komt die zadelpijn vandaan? Het gaat hier ineens over een heel ander soort gewaarwording, en er is bovendien de suggestie dat eerdere fietstochten altijd verstoord werden door pijn in de billen. Hoezo? En waarom doet dat verschijnsel zich nu ineens niet voor?

Zo’n loshangend detail irriteert me, vooral vanwege het rijm. Die regel klinkt meer als een reclameslogan van een Groningse fietsenhandelaar met een nieuw soort zadel.

Ζoiets doet zich ook voor in de laatste strofe. Ligt Groningen als je in De Onlanden bent echt ‘aan de horizon’? En als dat zo is, wat is er dan de relevantie van? De laatste regel vind ik lelijk: ja, de toekomstdromen zijn door de regel ‘opgepoetst’, maar die dromen zelf zijn me te vaag.

Als je alleen mijn vier favoriete regels achter elkaar zet (en ook de titel weglaat) krijg je een vrij aardig gedicht:

Het kleine geluk van nieuwe fietspaden
achter de bui aan door De Onlanden.

Het gekreew van de kokmeeuwen
de lichtheid in het water en het scheren over.

Naar mijn gevoel wordt in die regels eigenlijk alles gezegd. Het is niet veel, maar het pretendeert ook niet veel te zijn. De oude Chinezen wisten al dat natuurgedichten heel kort moeten zijn. Juist als een dichter aandacht voor details wil hebben, moeten die details wel kloppen.

Of ik nu gelijk heb met mijn redactie of niet, als lezer krijg je het gevoel dat je werk doet waarvan je wilde dat de dichter het had gedaan: wil ik de wereld voorzien van een gedicht met de regel ‘Koekoeks- en boterbloemen tussen de grassen’? Laat staan ‘Hoe mooi een dag kan zijn, zonder zadelpijn’? En ben ik zo blij met die regels dat ik ze wil gebruiken in een gedicht dat mijn debuut opent?

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: poëzie, Trudy Dijkshoorn

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Piet Gerbrandy • Val

Op straat in de trein in de klas weet jij je gedurig
omringd van gewijde vulva’s geborgen
in diepe bosschages van mirre en muskus

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.

Bron: M. Vasalis

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

11 mei 2026: Promotie Bartie Thuis

11 mei 2026: Promotie Bartie Thuis

28 april 2026

➔ Lees meer
8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

26 april 2026

➔ Lees meer
30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

25 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1936 Wam de Moor
1940 Wim Hazeu
➔ Neerlandicikalender

Media

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

26 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d