• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Is het onbegrijpelijk? Het is te verstaan

2 april 2023 door Marc van Oostendorp Reageer

Harry Mulisch over de poëzie van de jaren vijftig

Aan een veelzijdig oeuvre als dat van Harry Mulisch blijken af en toe toch nog weer nieuwe kanten te ontdekken. En zo publiceerde het Artistiek Bureau in Groningen onlangs de poëzierecensies die de schrijver in de jaren vijftig maakte, voorafgegaan door een heel inzichtelijk voorwoord van Mulisch-kenner Marita Mathijsen.

Mulisch begon recensies te schrijven voor hij daadwerkelijk debuteerde, en hield ermee op toen hij doorbrak met Het zwarte licht. Het aardige van de recensies is dat hij er zelf zijn poëtica aan het ontdekken is: wat maakt een kunstwerk tot een echt kunstwerk? En een kunstenaar tot een kunstenaar? Hij doet dat natuurlijk in een interessante tijd voor die vragen: de jaren dat de Vijftigers de poëzie komen binnenstormen. Mulisch heeft eerst zijn aarzelingen, maar erkent dan snel dat dichters als Lucebert, Lodeizen en Andreus belangrijke dichters zijn.

Spreken in tongen

Hij komt gaandeweg tot aardige inzichten. De verdeling die het tot de titel van dit bundeltje heeft geschopt, bijvoorbeeld. Op het niveau van de huiskamer “heersen overzichtelijke, nauwkeurig bepaalde, voor allen eender geldende wetten, zoals: pxq is gelijk aan qxp.” Maar binnen het atoom zijn andere wetten van kracht: “daar heerst de onbepaaldheid, die het onderzoek ten zeerste bemoeilijkt en op het scherpst van de snede zelfs onmogelijk maakt”. Het is duidelijk dat Mulisch’ voorkeur uitgaat naar dat subatomaire niveau. Ik vind dat heel sterk gevonden.

Heel interessant vind ik ook de discussie met Hendrik de Vries. Die laatste wond zich op over een bespreking van Mulisch over Van de afgrond en de luchtmens van Lucebert. Mulisch had geschreven:

Is het onbegrijpelijk? Het is te verstaan.Wie een vers van zeg Bloem aanvaardt wegens zijn ‘begrijpelijkheid’, die heeft een fundamenteel verkeerde instelling tegenover de poëzie. Bloems verzen zijn poëzie ondanks hun ‘begrijpelijkheid’. Met begrijpelijkheid heeft poëzie niets te maken, met verstaanbaarheid alles.

De Vries wijst er onder andere op dat de laatste twee zinnen met elkaar in tegenspraak zijn. Als Bloems werk poëzie is ondanks de begrijpelijkheid, is er dus wel degelijk een relatie tussen begrijpelijkheid en poëzie (zij het een negatieve). Maar dan kun je dus zeggen dat poëzie niets te maken heeft met begrijpelijkheid. De Vries voert bovendien, op zich zinnige argumenten, in tegen het idee dat je van een gedicht niets hoeft te ‘begrijpen’ om het toch te verstaan. In de door Mulisch bewonderde verzen van Lucebert (‘zo’n zacht spel is de regen / dat vruchten van verlangen vallen / en handen gaan open een kruis / is gekust en een mes en de dorst / met de donkerste vlammen gelest’) kom je niet ver als je niet op zijn minst weet wat spel is of regen, vruchten en verlangen). Zeggen dat het anders is, is beweren dat er geen verschil is tussen dichten en spreken in tongen.

Arrogant

Mulisch’ antwoord is ook weer karakteristiek:

Waar De Vr. met het schoolkrijtje een ’tegenspraak’ kan aanwijzen, ligt een stijlkwestie, d.w.z. een karakterkwestie. Met de tweede bewering ging ik eenvoudig een stap verder dan met de eerste. Als dit een tegenspraak is, dan is mijn hele werk (en dat der mijne) één aaneenschakeling van tegenspraken. Mijn proza is geen grafsteen, die ik achteraf op mijn gedachten zet, maar veel eer mijn denken zèlf.

Mulisch klaagt daarbij ook voortdurend dat De Vries zijn onderscheid tussen begrijpen en verstaan niet wil aanvaarden, zonder dat hij daarbij ooit de moeite neemt om die begrippen dan ook te verhelderen. De lezer moet Mulisch maar heel precies volgen in wat hij bedoelt, ook als hij zichzelf voortdurend tegenspreekt, want dat is nu eenmaal zijn denken.

Vreselijk arrogant en heel interessant – Mulisch was ook als recensent onherroepelijk Mulisch.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 20e eeuw, Harry Mulisch, Hendrik de Vries, kritiek, Lucebert, poëzie, Vijftigers

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johannes Antonides van der Goes • Aan juffrouw Suzanna Bormans, ziek zijnde

Waar is dat blozend rood geweken,
Dat aangename rozebloed,
’t Geen eedle zielen kon ontsteken,
Om uwe waarde, in minnegloed?

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1884 Herman Buiskool
1939 Jacques Hamelink
1948 Saskia Daalder
sterfdag
2015 Wam de Moor
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d