• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Het ergens bij hadden willen horen

17 maart 2024 door Henk Wolf 3 Reacties

De redactie van Neerlandistiek kreeg de afgelopen dagen twee bijdragen binnen over dezelfde constructie. Omdat de bijdragen elkaar aanvullen plaatsen we ze allebei. Hieronder het artikel van Henk Wolf. Dat van Ronny Boogaart staat hier.

Op 9 maart stond er in de Volkskrant de weergave van een lang gesprek tussen de journaliste Sara Berkeljon en schrijfster Connie Palmen. Tijdens dat gesprek vraagt mevrouw Berkeljon haar gesprekspartner waaronder haar overleden levensgezel Ischa Meijer het meest had geleden. Ze geeft daarop het volgende antwoord:

Een vorm van eenzaamheid, die het resultaat is van ergens bij hadden willen horen en dat dat niet is gelukt, om welke reden dan ook.

De werkwoordreeks hadden willen horen is heel interessant. De systematiek van het Nederlands sluit die namelijk uit, die zou leiden tot hebben willen horen. Toch klinkt hadden willen horen niet zo gek. Als we aannemen dat er diverse paren ogen over een krantenstuk gedaan voor dat gedrukt wordt, mogen we ook aannemen dat de formulering niemand zodanig heeft gestoord dat ie zich geroepen heeft gevoeld de formulering aan te passen.

Hoe zit de werkwoordreeks in elkaar?

Allereerst: hoe zit de werkwoordreeks in elkaar? We hebben hier te maken met een gezegde dat als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. Dat zodanig geconverteerde stukje zin vormt met van de voorzetselgroep van ergens bij hadden willen horen.

In dat gezegde is horen het hoofdwerkwoord, dat ergens bij als voorzetselvoorwerp selecteert. Het hoofdwerkwoord wordt gemodiceerd door twee hulpwerkwoorden: het modale willen en het perfectieve hebben. Met dat laatste wordt uitgedrukt dat de betekenis van het gezegde op een moment van toepassing was die voor een ander referentiemoment ligt.

Dat referentiemoment wordt hier zelf ook al met een perfectief hulpwerkwoord uitgedrukt, namelijk zijn, in het zinnetje dat dat niet is gelukt, dat in de voltooid tegenwoordige tijd staat. In een zin met een persoonsvorm kun je makkelijk uitdrukken dat iets nog eerder plaatsvond door de voltooid verleden tijd te gebruiken, dus zo:

Hij had ergens bij willen horen en dat is niet gelukt.

In een zelfstandig gebruikt gezegde kan dat echter niet, daar ontbreekt de persoonsvorm en wordt de infinitief (onbepaalde wijs, het “hele werkwoord”) gebruikt, hebben dus. Alleen lijkt dat niet te passen, doordat het dubbele gebruik van de voltooid tegenwoordige tijd het erbij hebben willen horen en het gelukt zijn op hetzelfde moment in de geschiedenis lijkt te plaatsen.

Verledentijdsinfinitief

Iemand – misschien Connie Palmen zelf, misschien de journaliste of iemand die de tekst heeft gecorrigeeerd – moet in een oogwenk deze handicap van het Nederlands genezen hebben met een kunstgreep: het toevoegen van een verledentijdsvorm van de infinitief. Zoiets bestond niet, maar het lijkt hier goed te passen en eerlijk gezegd klinkt de zin die mevrouw Palmen in de mond wordt gelegd helemaal niet zó vreemd.

Dat kan weleens komen doordat verledentijdsvormen in het meervoud in het Nederlands sowieso sterk op infinitieven lijken. Ze kunnen dan gaan parasiteren op zulke infinitieven, door op een plekje te gaan staan dat tot dan toe aan infinitieven was voorbehouden, maar met behoud van hun functie om twee stappen terug te zetten in de tijd.

Parasiterend gedrag

Parasiterend gedrag heb ik wel eerder bij werkwoorden gevonden. Zo sluipt er in het Nederlands af en toe een verledentijdsvorm uit de aantonende naar de gebiedende wijs, bijvoorbeeld zo:

Reed dan ook niet zo hard, je wist toch dat hier vaak geflitst wordt!

Voor sterke werkwoorden lijkt die oversteek naar een andere wijs makkelijker dan voor zwakke, en zou weleens kunnen komen doordat ze net als reguliere gebiedende wijzen geen verledentijdsuitgang hebben. Willekeurig is de verledentijdsvorm hier niet, het advies wordt met terugwerkende kracht gegeven en dat is met een reguliere gebiedende wijs niet te doen.

In het zogenaamde Interferentiefries (dat grofweg door de meeste Friezen van na 1980 wordt gesproken) vinden we ook af en toe het voltooid deelwoord sjoen in voltooidetijdsconstructies met drie werkwoorden. In die variant van het Fries worden in die constructie verder alleen infinitieven gebruikt. De uitzonderingspositie van sjoen heeft er vermoedelijk mee te maken dat dat woord door het ontbreken van de typische voltooiddeelwoordsuitgang -d/-t/-en op een infinitief lijkt:

  • Ik ha him sjen rinnen. (Ik heb hem zien lopen.)
  • Ik ha him sjoen rinnen. (Ik heb hem gezien lopen.)

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Connie Palmen, syntaxis, taalkunde, werkwoorden

Lees Interacties

Reacties

  1. thomas zegt

    24 april 2024 om 08:04

    Dit hoor ik ook heel vaak in de horeca en in winkels. Jong en oud zeggen het.

    Had u er ook een gebakje bij willen hebben?

    Beantwoorden
    • Henk Wolf zegt

      24 april 2024 om 08:14

      Dat is een zin met een persoonsvorm in de verleden tijd, niet met een infinitief.

      Beantwoorden
  2. Tom Peters zegt

    24 april 2024 om 12:47

    Henk Wolf en Ronny Boogaart bespreken een zinsconstructie met een infinitief met een verleden tijd. Het is in het Nederlands heel gewoon om een verleden tijd ongepast te gebruiken. Nederlands heeft geen werkwoordsvormen voor toekomende tijd: hiervoor gebruiken wij het hulpwerkwoord “zullen”. Maar van “zullen” kan een verleden tijd worden gevormd. Logisch is dit een tegenspraak, maar wordt toch gebruikt: “we zouden gaan”. Als gymnasiast heb ik dit soort constructies altijd gezien als een manier waarop het Nederlands een coniunctivus maakt. Noem het irrealis, potentialis, intentionalis. Als ik er over lees, zoals in deze artikelen, verbaas ik me erover dat taalkundigen zich blind staren op de verledentijdsvorm. Het gebruik en de betekenis zijn echter heel anders, juist omdat de verleden tijd niet past en de constructie dus een andere betekenis moet hebben. Ik vermoed dat de besproken constructie tot dezelfde categorie behoort. Als nederlandstaligen moeten we prutsen met de grammatica en hulpwerkwoorden die we hebben om uit te drukken wat we bedoelen.

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Jan Elemans • De jaren twintig

Veel aardappelen,
zeer zoute boter
en bitterheid aan tafel,
de boer vaak en ver van huis,
de boerin alleen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VLIEGEN

Als je vliegen een stevige mep verkoopt terwijl ze in de kamer rondvliegen (fel naar hun slaat met een vliegenklapper/mepper) en je zet dan een raam of deur open naar buiten, dan weten ze ineens heel gauw de weg naar buiten te vinden, heb ik vaak gemerkt.

Hanlo

Bron: Barbarber, april 1970

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

14 januari 2026

➔ Lees meer
23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

14 januari 2026

➔ Lees meer
10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

13 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1991 Jan de Zanger
➔ Neerlandicikalender

Media

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

13 januari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d