• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Hebban olla vogala 

16 januari 2025 door Jan Uyttendaele 2 Reacties

Vijftig canonteksten in de klas (1) 

Hebban olla vogala, monniken in scriptorium. In opdracht van Entoen.nu Bron: Canon van Nederland

Geïnspireerd door de serie ‘Geschiedenis van het Nederlands in 100 literaire werken’ van Marc van Oostendorp zou ik op Neerlandistiek in vijftig afleveringen bij evenveel teksten uit de literaire canon een leermiddel met lessuggesties willen publiceren, bestemd voor het middelbaar onderwijs in Vlaanderen en voor het voortgezet onderwijs in Nederland.  

Tijdens de tweede helft van dit jaar zal de herziene canon van de Nederlandstalige literatuur van de Koninklijke Academie voor Taal en Letteren verschijnen. Het is volstrekt niet mijn bedoeling om de canoncommissie aan te zetten tot opname van de teksten waarover ik leermiddelen samenstel, maar misschien mag ik aan die commissie toch ter overweging geven, dat niet elke canontekst per definitie geschikt is voor het onderwijs. Als dat onderwijs de eerste doelgroep is voor de publicatie van zo’n canon (wat hier expliciet het geval is), dan doen de samenstellers er natuurlijk goed aan om bij hun keuze met die doelgroep rekening te houden. In die zin mag de canoncommissie mijn keuze als een bescheiden suggestie opvatten, al besef ik heel goed dat de onderwijsbaarheid niet het enige criterium voor de canoniciteit van een tekst kan zijn en dat er een evenwicht gevonden moet worden tussen de literaire waarde, de representativiteit voor een bepaalde periode uit onze literatuurgeschiedenis en de mogelijkheid om door middel van de tekst een hedendaags (zowel jong als volwassen) lezerspubliek aan te spreken. 

Hebban olla vogala, ook bekend als de pennenproef, is onmiskenbaar de eerste canontekst uit onze literatuur. Hij is definitief opgenomen in ons Vlaams en Nederlands erfgoed, als venster van de Canon van Nederland en als venster van de Canon van Vlaanderen. 

De pennenproef uit Oxford is niet het oudste Nederlandse tekstfragment dat we kennen, maar het is wel het oudste stukje poëzie in onze taal. Gerrit Komrij omschrijft het als ‘een kuiken dat uit het ei kruipt, uit de eierschaal van het alomvattende Latijn. De schaal breekt en daar komt het snaveltje van de Nederlandse poëzie naar buiten: fris en nog ietwat schuchter, maar vooral ongeduldig’ (G. Komrij, 1998, p. 5). In mijn  leermiddel ontdekken de leerlingen zowel de poëtische kenmerken van het zinnetje als enkele van de vele interpretaties die eraan gegeven kunnen worden. 

Er zijn honderden bladzijden gepubliceerd over het zinnetje, maar alle wetenschappelijke verklaringen blijven voor discussie vatbaar. F. Willaert (2021) geeft een goed overzicht van alle interpretaties en taalkundige hypothesen,  voorzien van waardevolle kritische opmerkingen. Het spreekt vanzelf dat we al die wetenschappelijke benaderingen niet aan bod kunnen laten komen in de klas. Het lijkt me vooral belangrijk dat de leerlingen op een inductieve wijze ontdekken wat de kenmerken van deze pennenproef zijn en dat ze beseffen, dat het zinnetje voldoende stijlkenmerken bezit om als poëzie beschouwd te kunnen worden. Daarnaast leren ze dat het zinnetje elementen bevat, die aanleiding kunnen geven tot een persoonlijk gekleurde interpretatie. F. Van Oostrom (2006, p. 93 e.v.) heeft gesuggereerd dat het zinnetje wel eens door een vrouw geschreven zou kunnen zijn of dat het in de mond van een vrouw gelegd zou kunnen worden. Het zou dan (het begin van) een ‘vrouwenlied’ of ‘meisjeslied’ kunnen zijn en de liefdesklacht van een vrouw kunnen verwoorden. Het komt me voor dat daar geen echte bewijzen voor bestaan, maar ik ben er wel van overtuigd, dat alle leerlingen ongeacht hun gender (man, vrouw of X) in staat zullen zijn om zich tot op zekere hoogte te identificeren met de onbekende auteur. 

De doelstellingen van het leermiddel zijn:  

1. De leerlingen kunnen aantonen dat het zinnetje als poëzie beschouwd kan worden en daardoor behoort tot de Nederlandse literatuur van de middeleeuwen. 
2. De leerlingen kunnen enkele kenmerken van het Oudnederlands afleiden uit de tekst. 
3. De leerlingen kunnen in de woordkeuze en de woordvormen van het zinnetje het geraffineerde taalspel herkennen, dat de onbekende dichter in zijn Latijnse en Oudnederlandse pennenproef heeft gespeeld. 
4. De leerlingen kunnen enkele van verschillende interpretaties die aan het zinnetje gegeven worden, tegen elkaar afwegen en zelf tot een gemotiveerde interpretatie komen. 
5. De leerlingen zijn bereid om het zinnetje op een creatieve wijze te interpreteren vanuit een persoonlijk en genderbepaald standpunt. 

Het leermiddel, dat bestaat uit vragen en opdrachten voor de leerlingen en een handleiding voor de leerkracht, is hier te vinden.

In dit artikel geef ik een uitvoerige verantwoording van de didactische principes die aan alle leermiddelen ten grondslag liggen en van de keuze van de werkvormen: 

Referenties 

Komrij, G. In Liefde Bloeyende. De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in honderd en enige gedichten. Amsterdam: Bert bakker, 1998. 

Oostrom, F. van.Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam: Bert Bakker, 2006. 

Willaert, F. Het Nederlandse liefdeslied in de middeleeuwen. Amsterdam: Prometheus, 2021. 

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel, Neerlandistiek voor de klas, Uitgelicht Tags: canon, hebban olla uogala, letterkunde, literatuuronderwijs

Lees Interacties

Reacties

  1. Lidewijde Paris zegt

    16 januari 2025 om 08:09

    Op de website die Van Oostrom naast zijn geweldige deel literatuurgeschiedenis bijhoudt staat als laatste idee dat de zin waarschijnlijk oud Kents (dacht ik) Xxx is en niet van oorsprong oud Nederlands. Aan hoe die zin in de aandacht kwam heb ik een hoofdstuk gewijd in mijn boek Een gedicht is ook kaar een ding… dat is namelijk nogal frappant! Hartelijks Lidewijde Paris

    Beantwoorden
  2. Jan Uyttendaele zegt

    16 januari 2025 om 09:38

    Bedankt voor uw reactie. Ik citeer uit mijn leermiddel: ‘Overigens zijn de taalkundigen het er niet allemaal over eens dat dit Oudnederlands is. Het zou wellicht ook een vorm van het Oudengels kunnen zijn. Over het wetenschappelijk onderzoek in verband met dit zinnetje gaan twee boeiende MOOC-colleges van M. Kestemont op Youtube: https://www.youtube.com/watch?v=TsqUyj3HII4&t=12s.’ Maar zo’n uniek begin van de Nederlandse literatuur laten we ons niet zomaar afnemen! Dat bewijst de opname ervan in de Canons van Nederland en Vlaanderen.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Jan UyttendaeleReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Sara Mychkine • Mijn moeder droomde niet

De tranen van mijn moeder zou iedereen moeten huilen, dushi,
de tranen van de wanhoop, de hikkende revolte die werd
verzwegen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

EIKJE

De kou heeft hem verschroeid, maar hij,
ontplooid, bleef aan de zomer trouw,
open en strak,

een eikje dat zijn blad behield,
bruin en verdord, maar eetbaar bruin
en leefbaar dor.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

1 februari 2026

➔ Lees meer
11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

31 januari 2026

➔ Lees meer
23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

31 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1929 Rudy Cornets de Groot
➔ Neerlandicikalender

Media

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

2 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Waar komen spreekwoorden vandaan?

Waar komen spreekwoorden vandaan?

1 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

31 januari 2026 Door Fleur Speet Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d