
De redactie van De uitvreter, het tijdschrift van de Nijmeegse studievereniging Nederlands, vroeg me welke werken uit de canon gecanceld zouden moeten worden. Hier is mijn lijstje.
Vergilius. Aeneis.
Op de bodem van de westerse beschaving ligt een fascistisch werk. Aeneas trekt weg uit het vernietigde Troje met een opdracht van de goden: elders een nieuw Troje op te bouwen. Aan die opdracht geeft hij zich vervolgens over, met hart en ziel zou ik bijna zeggen als je ergens een greintje hart of een splintertje ziel zou kunnen ontdekken in Aeneas’ inborst. Maar Aeneas kent alleen maar strijd om de macht.
Bekend is bijvoorbeeld het liefdesverhaal met Dido, de koningin van Carthago. Aeneas verlaat haar plotseling, harteloos. Als Aeneas gevoelens kent gaat het bijvoorbeeld om redeloze woede, die ervoor zorgt dat hij zijn tegenstander Turnus, ondanks diens smeken, over kling jaagt.
Behalve fascistisch is Aeneis ook nog eens een slechte imitatie: Vergilius wilde een Latijnse tegenhanger van de Ilias en de Odyssee schrijven. Maar de bonte kracht van die werken, de warreling van personages en gezichtspunten ontbreekt geheel aan Aeneis. Het boek was dan ook nog eens geschreven voor de dicator du jour in Rome: keizer Augustus, bij wie de dichter niet genoeg kon slijmen.
Mijn theorie is dat Vergilius gaandeweg zelf ook begon in te zien wat een slecht boek bij aan het schrijven was. Het verhaal gaat dat hij vrienden vroeg het manuscript na zijn dood te vernietigen. Wat een pech dat dit niet is gebeurd!
Joost van den Vondel. Lucifer.
Vondel schreef prachtige gedichten, maar zijn toneelstukken zijn van een dubieus karakter. Neem Gijsbrecht: niet voor niets noemde de negentiende-eeuwse criticus Conrad Busken Huet het ‘een treurspel bij welks vertoonen niemand treurt, en de geheele wereld naar huis verlangt’.
Maar Lucifer verdient het meer dan alle andere stukken uit de Nederlandse canon om te worden gecanceld. Het toont de christelijke levensopvatting op zijn lelijkst: een wereld waarin absolute orde heerst. We kunnen mensen, engelen, God allemaal op een rechte lijn plaatsen, en wel een die in wezen patriarchaal is. Mensen worden geacht in absolute gehoorzaamheid te leven aan een mannelijke God, en de orde van de hemel is die van onderwerping.
Die mensen en engelen zijn trouwens zelf ook allemaal mannen, een Eva is in geen velden of wegen te bekennen. Lucifer is een klokkenluider, maar hij wordt daarvoor keihard gestraft.
Dat wij leerlingen nog plagen met deze laat-middeleeuwse onzin, is eigenlijk onaanvaardbaar. Het beste dat erover kan worden gezegd is dat tijdens het klassikaal lezen iedereen naar huis verlangt;
Hiëronymus van Alphen. Proeve van kleine gedigten voor kinderen (1778)
De Nederlandse kinderliteratuur kent veel opstandigheid, maar het begint met een propagandamachine voor braafheid en onderwerping: de bundel Proeve van kleine gedigten voor kinderen van Hiëronymus van Alphen.
Kinderen moeten gehoorzaam zijn, stilletjes danken, nooit hun stem verheffen, altijd hun vader en moeder eren. Het ideaalbeeld van Van Alphen is het kind als premoderne chatbot: netjes, onderdanig, zonder eigen wil, vooral niet kritisch. Een wezen met een op God gerichte ziel, maar zonder persoonlijkheid.
Van Alphen wilde de jeugd kneden tot brave burgers die precies passen in de hiërarchie van kerk, staat en gezin. Verbeelding, rebellie, of gewoon kinderlijke ondeugd? Afgestraft in rijm. “Zie hoe lief ik ben, omdat ik luister!” is de kern van zijn poëtica.
Dat zulke gedichten nog gelezen worden is zorgwekkend. Wie kinderen hiermee voedt, riskeert een generatie die spontaan “ja meneer” zegt tegen alles wat gezag heet. Van Alphen is dus niet de dichter van het kind, maar de dichter van de gehoorzaamheid.
Je vergeet nog de Max Havelaar, als één groot propagandawerk om de eigen rol in het koloniale verleden te verbloemen.