
Al een aantal jaren heb ik tot volle tevredenheid een digitaal abonnement op de Oprechte Haerlemsche Courant. Elke dag lees ik daarin over de strijd in (de) Ukraine, plunderende en brandschattende soldaten en graantekorten. Ook over politieke moorden in het buitenland blijf ik zo goed op de hoogte. Berichten over nieuwe medicijnen tegen kanker en tegen nierstenen volg ik eveneens met grote belangstelling.
Toch wordt er in de vele moderne actualiteitenprogramma’s nooit aandacht geschonken aan deze lezenswaardige artikelen. Het nieuws dat ik dagelijks tot mij neem, is namelijk meer dan drie eeuwen geleden gedrukt. Het is oud nieuws, geschreven in zeventiende-eeuws Nederlands. Af en toe zul je daarom een onbekend woord moeten opzoeken – aboucheren, opiniatreren – en een andere keer blijkt de moderne betekenis van een woord niet te passen in de context – groente, matsen. Maar over het algemeen zijn die kranten nog goed te lezen.
Wie dagelijks 17e-eeuwse kranten leest, merkt na verloop van tijd taalverschijnselen op die een incidentele lezer veelal zullen ontgaan. Onlangs viel mijn oog op een bijzondere meervoudsvorm: gedeputeerdens. Bijzonder omdat je verwacht dat van het enkelvoudige gedeputeerde een meervoud wordt gevormd door toevoeging van -en. De daaropvolgende –s lijkt mij overbodig te zijn.
–en en –s
In het hedendaagse Nederlands komt de meervoudsvorm –ens niet voor. Zelfstandige naamwoorden die eindigen op een sjwa krijgen vandaag de dag een meervoud op –en of op –s. De e-ANS merkt op dat bij een dubbel meervoud in de gesproken taal meestal de s-vorm voorkomt en dat in de geschreven taal –en de voorkeur geniet, al is ook daar – zo lezen we in het uit 1997 daterende hoofdstuk – het meervoud op –sduidelijk in opmars (zie ook e-ANS 3.5.5.1, sub 3).
Dat dit inderdaad het geval is blijkt als we de meestvoorkomende woorden met een dubbel meervoud uit het Couranten Corpus – waarover later meer – opzoeken en groeperen in het Corpus Hedendaags Nederlands (chn.ivndt.org; geraadpleegd op 19 januari 2026). Wel zien we dat bij sommige woorden de voorkeur wordt gegeven aan een van de twee vormen, zoals bij gemeenten en boetes. Opvallend is ook dat het meervoud garden ontbreekt. (Bij de twee voorkomens van vreden gaat het één keer om een naam en één keer om een spelfout. Beide keren gaat het dus niet om een meervoud.)
| meervoud op –en | meervoud op –s | |
| gilde | 259 | 292 |
| ziekte | 25.870 | 24.989 |
| gemeente | 339.603 | 18.093 |
| akte | 2.037 | 1.827 |
| gedeelte | 2.735 | 1.181 |
| gebergte | 270 | 110 |
| hoogte | 6.939 | 5.171 |
| garde | 0 | 215 |
| vrede | 2 | 561 |
| boete | 953 | 68.962 |
| sterkte | 231 | 3.429 |
| gesteente | 1.138 | 97 |
Zelfstandige naamwoorden op -e in het Corpus Hedendaags Nederlands
Historische grammatica
Maar laten we terugkeren naar het verleden, naar bijzondere meervoudsvormen als gedeputeerdens. Hoe zit dat precies? Bij welke woorden kom je in de zeventiende eeuw een meervoud op –ens tegen? Wanneer is die meervoudsvorm ontstaan? Waar is die ontstaan? En vooral ook, waarom is deze vorm ontstaan?
Voordat ik goed en wel bezig was met mijn naspeuringen, had ik het antwoord op die vragen al gevonden. In zijn Historische grammatica van het Nederlands besteedt de welbekende taalkundige M. Schönfeld namelijk paragraaf 102 aan meervouden op –ens. Volgens hem komt dat vooral voor bij woorden die eindigen op –e en is het verschijnsel ‘vrij verbreid’. Hij constateert dat die vormen soms al opduiken in Hollandse teksten uit de middeleeuwen, maar dat het gebruik in de 16e eeuw toeneemt en ook in de 17e en 18e eeuw niet ongewoon is in zowel het noordelijke als het zuidelijke deel van ons taalgebied. Zijn bewering staaft hij met iets meer dan tien voorbeelden uit verschillende periodes en uit verschillende regio’s.
Ook op de vraag waarom deze vorm vooral wordt aangetroffen bij substantieven op –e, geeft Schönfeld al een bevredigend antwoord. Als de meervouds-n bij een dergelijk zelfstandig naamwoord op –e zwak werd uitgesproken of zelfs geheel wegviel (apocope), maakte de toegevoegde –s duidelijk dat er sprake was van een meervoud.
In gesproken taal voorzag een vorm als ziektes in een behoefte om het meervoud aan te geven, maar in geschreven taal kwam deze schrijfwijze vreemd voor. Vandaar dat schrijvers achter de normale meervoudsvorm ziekten een –s plakten: ziektens.
Toch is mijn speurtocht hiermee nog niet ten einde, want zoals gezegd geeft Schönfeld slechts tien voorbeelden uit ruim vier eeuwen Nederlandse taalgeschiedenis. Hoe vaak komen deze vormen nu echt voor? Zijn meervoudsvormen op –ens populairder dan hun tegenhangers op –en of komen ze slechts sporadisch voor? Om dat na te gaan hebben wij tegenwoordig de beschikking over een groeiend aantal systematisch doorzoekbare historische corpora. Wat levert dat op?
Couranten Corpus
Ik beperk me hier tot het automatisch taalkundig verrijkte Couranten Corpus, het corpus waar ik de meervoudsvorm op –ens voor het eerst had aangetroffen. Zo kan ik in elk geval een beeld geven van het verschijnsel in 17e-eeuwse Noord-Nederlandse kranten.
In Uitgebreid zoeken kunnen we al deze vormen gemakkelijk vinden met de zoekopdracht [word=”.*ens”&lemma=”.*e”&pos=”nou-c”&pos_number=”pl”]. Dit betekent: zoek naar alle meervoudige zelfstandige naamwoorden die eindigen op –ens en waarvan het lemma – de woordenboekvorm – eindigt op een –e. Het Couranten Corpus herbergt 5.269 van dergelijke gevallen, verspreid over 301 groepen. De eerste twintig gevallen komen minstens 40 keer voor, de tweede twintig tussen de 9 en de 36 keer, terwijl de overige 261 zelfstandige naamwoorden 8 maal of minder worden aangetroffen.
Om te kijken hoe gangbaar de meervoudsvormen op –ens zijn, ben ik voor deze twintig woorden nagegaan hoe vaak andere meervoudsvormen daarbij voorkomen. Welke zoekopdracht ik daarbij gebruikt heb, is te zien bij de meervoudsvormen van het woord gilde (de getallen zijn hyperlinks).
| Lemma | Meervoud op –ens | Meervoud op –en | Meervoud op –es | |
| 1 | gevangene | 2273 | 1144 | 0 |
| 2 | gilde | 369 | 84 | 0 |
| 3 | gedeputeerde | 264 | 6502 | 0 |
| 4 | geallieerde | 239 | 2455 | 0 |
| 5 | ziekte | 201 | 131 | 0 |
| 6 | gemeente | 115 | 41 | 0 |
| 7 | stedetje | 111 | 4 | 42 |
| 8 | akte | 98 | 319 | 0 |
| 9 | gedeelte | 93 | 26 | 0 |
| 10 | gebergte | 89 | 57 | 0 |
| 11 | hoogte | 82 | 25 | 0 |
| 12 | garde | 73 | 46 | 1877 |
| 13 | vrede | 63 | 12 | 0 |
| 14 | boete | 60 | 169 | 0 |
| 15 | overste | 58 | 696 | 0 |
| 16 | krijgsgevangene | 50 | 24 | 0 |
| 17 | geïnteresseerde | 48 | 267 | 0 |
| 18 | sterkte | 46 | 144 | 0 |
| 19 | gesteente | 41 | 101 | 0 |
| 20 | scheepje | 40 | 0 | 743 |
Zelfstandige naamwoorden op -e in het Couranten Corpus
Wat valt er op als we de bovenstaande tabel bekijken? Ten eerste dat bij deze op –e eindigende zelfstandige naamwoorden, het meervoud op –s nog niet in zwang is. Het komt alleen voor bij verkleinwoorden en bij het Franse leenwoord garde (‘groep’). Ten tweede dat bij zelfstandige naamwoorden die beginnen met ge-, eindigen op –eerde én een persoon aanduiden (gedeputeerde, geallieerde, geïnteresseerde) er een duidelijke voorkeur bestaat voor een meervoudsvorm op –en.
Gevangen
Het woord dat deze ranglijst aanvoert – gevangene – is een bijzonder geval en behoeft nadere toelichting. Het modern lemma gevangene eindigt inderdaad op een –e en ja, er zijn meervoudsvormen bij dat lemma die eindigen op –ens en op –en. Maar bij de uitgang -ens gaat het niet om gevangenens, zoals je misschien verwacht, maar om gevangens. Hoe zit dat precies?
Tegenwoordig kennen we alleen nog maar het woord gevangene, maar vroeger was ook de e-loze variant gevangen gebruikelijk. Het meervoud van dat laatste, als zelfstandig naamwoord gebruikt bijvoeglijk naamwoord gevangen, luidde gevangenen (met meervoudsuitgang –en) en ook wel gevangens (met meervoudsuitgang –s). Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal was het meervoud gevangens in de zeventiende eeuw even gebruikelijk als gevangenen. Het Couranten Corpus laat een enigszins ander beeld zien: daarin bestaat een duidelijke voorkeur voor gevangens. Deze meervoudsvorm komt namelijk maar liefst twee keer zo vaak voor als gevangenen.
Woordenlijst.org
Een vraag die bij mij opkwam, is hoe de meervoudsvormen van deze zelfstandige naamwoorden op -e tegenwoordig luiden? Via Woordenlijst.org komen we tot de volgende resultaten:
| Lemma | Meervoud op –en | Meervoud op –s | |
| 1 | gevangene | gevangenen | – |
| 2 | gilde | gilden | gildes |
| 3 | gedeputeerde | gedeputeerden | – |
| 4 | geallieerde | geallieerden | – |
| 5 | ziekte | ziekten | ziektes |
| 6 | gemeente | gemeenten | gemeentes |
| 7 | stedetje | – | stedetjes |
| 8 | akte | akten | aktes |
| 9 | gedeelte | gedeelten | gedeeltes |
| 10 | gebergte | gebergten | gebergtes |
| 11 | hoogte | hoogten | hoogtes |
| 12 | garde | garden | gardes |
| 13 | vrede | – | vredes |
| 14 | boete | boeten | boetes |
| 15 | overste | oversten | – |
| 16 | krijgsgevangene | krijgsgevangenen | – |
| 17 | geïnteresseerde | geïnteresseerden | – |
| 18 | sterkte | sterkten | sterktes |
| 19 | gesteente | gesteenten | gesteentes |
| 20 | scheepje | – | scheepjes |
Zelfstandige naamwoorden op -e op Woordenlijst.org
Net als in de zeventiende eeuw hebben verkleinwoorden uitsluitend een meervoud op –s, terwijl bij woorden die eindigen op een sjwa, afgeleid zijn van een adjectief én een persoon aanduiden alleen meervoudsvormen op –en voorkomen. De zelfstandige naamwoorden op –e die in de zeventiende slechts een meervoud op –enhadden, hebben vandaag de dag ook een meervoud op –s.
Van de drie meervoudsvormen bij zelfstandige naamwoorden die eindigen op een sjwa uit 17e-eeuwse kranten (-ens, –en en -s), heeft de eerste in geschreven Nederlands het toneel verlaten. Het meervoud op –en staat nog altijd op het podium, terwijl de vormen met –s tegenwoordig ook volop in de schijnwerpers staan.
Hoe krijg ik ook zo’n abonnement? De link leidt naar de zoekopdracht en ik wil natuurlijk niet iedere dag hoeven zoeken.
Als ik me niet vergis, sprak Tita-Tovenaar ook met deze meervouden op -ens.