
Ik heb enorm moeten lachen om het verhaal van een Nederlandse chauffeur die zich bij de verkeerslichten druk maakte om het geaarzel van een medechauffeur, en door het openstaande raam riep: ‘nou, groener wordt-ie niet!’ De suggestie dat het verkeerslicht gradaties van groen vertoont, althans afgaand op het gedrag van de medechauffeur, werkte door zijn surrealisme onweerstaanbaar grappig.
De wending is gevat in een structuurtype met negatieve polariteit dat juist op gradaties gebaseerd is, en dat we terugvinden in de cliché-wending Beter wordt het niet. Hoewel negatief-polair vond ik deze constructie niet terug onder De negatief-polaire uitdrukkingen van het Nederlands, het geweldige boek van Jack Hoeksemadat in 2024 het licht zag,. Wat echter wel een lemma kreeg, is de toepassing met modaal hulpwerkwoord, Gekker moet het niet worden. Over die constructie schrijft de auteur: “met negatie een uitdrukking die aanduidt dat de maat vol is”. Voor een Vlaming voelt het aan als Nederlandse import, maar net als Het komt goed is het ook in Vlaanderen al vrij breed in gebruik. Tot mijn verrassing vond ik in Marc de Costers online Woordenboek van populair taalgebruik (item van 06-06-2022) dat de wending Het moet niet gekker worden al teruggaat tot 1931. Blijkbaar zou het cliché-karakter aangezwengeld zijn door het populaire televisieprogramma ‘Swiebertje’ uit de jaren zestig van de twintigste eeuw, en ook Geert Wilders schijnt een enthousiast gebruiker van de wending te zijn.
Betekenis
De constructies X-er wordt het niet en X-er moet het niet worden, met comparatief van een adjectief X gecombineerd met het koppelwerkwoord worden, lijken aan te geven dat een situatie bereikt is die als een toppunt van “X-heid” kan gelden. De uitsluiting van een toekomstige toename van “X-heid” geeft het geheel een intensiverend karakter, met het effect van een afstandelijk-ironisch commentaar.
Werkwoord
De comparatief-intensiveerder is niet tot de combinatie met (futurisch te interpreteren) worden beperkt, al is die combinatie wel de frequentste. Je vindt ‘m bij voorbeeld ook in (veel) gekker kun je het niet verzinnen, of met een causatief werkwoord in leukerkunnen we ’t niet maken. Wat dit laatste betreft: in 1993 bedacht de Nederlandse belastingdienst een slogan die X-er met causatief maken verbond: leukerkunnen we ’t niet maken, wel makkelijker. Die ging, ondersteund met tv-spotjes, mee tot 2018 (zie alweer de onvolprezen Marc de Coster, item van 29-06-2023).
Zonder modaal hulpwerkwoord
Gekker en beter zijn wellicht de bekendste, tot cliché geworden adjectieven, al of niet met expliciete standaard van de vergelijking: beter [dan dit] wordt het niet. Hoe dan ook zijn positief geladen adjectieven overweldigend in de meerderheid voor X in X’er wordt het niet: leuker wordt het niet, fijner wordt het niet, enz. Beter wordt het niet (‘dit is absoluut het beste denkbaar’) is dusdanig cliché geworden dat het terugkeert in titels van boeken (o.a. Caroline de Gruyter, Beter wordt het niet: een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie, een receptenboek, enz.), ook van een paar tv-reeksen (VRT en NPO3).
Als iets neutralere combinaties kwam ik tegen: helderder wordt het niet, dichter [dan dit] kom je niet. De Vlaamse zanger Metejoor kwam met een nummer Dichterbij de hemel kom ik niet.
Via Google vond ik ook enkele uiterst zeldame attestaties met een negatief adjectief: Helser wordt het niet (Focus Knack 17-09-2019), Perez is zelf de vervelendste zuigvis die ooit op een Nederlands voetbalveld heeft gestaan. Hautainer en vervelender wordt het niet. (Nico Dijkshoorn, 28-04-2025).
De constructie kan dus ook de negatieve kant op, maar tegenover de zeldzame ‘negatieve’ attestaties staat een overweldigende hoeveelheid ‘positieve’ attestaties (leuker, fijner, beter, …), wat erop wijst dat het de positieve sfeer is waarbinnen de wending zich thuisvoelt. Het creatieve van de chauffeur uit het begin was dan ook dat hij groener als zo’n positief adjectief behandelde, wat in deze context ook helemaal passend is.
Misschien is gek wel de uitzondering: veelgebruikt, zij het met negatieve connotatie: Gekker wordt het niet: Conference League-match even stilgelegd omdat keeper bekogeld wordt met sneeuwballen (HLN 1 dec 2023).
Met modaal hulpwerkwoord
Gek heeft hoe dan ook de voorkeur in de wending (Veel) X-er moet het niet worden. Onder het lemma 262 gekker moeten worden stelt Hoeksema terecht: “moeten heeft bereik over niet”. Het gaat m.a.w. over wenselijkheid van de negatie (daarom moeten), niet over negatie van de wenselijkheid (dan zou het hoeven zijn). Een van zijn corpusvoorbeelden: Veel gekker moet het toch niet worden (Christiaan Weijts, Via Cappello 23, 273). De wending met moeten is een specifieke toepassing van de constructie X-er wordt het niet, de modaliteit is compatibel met een negatieve lezing van gek.
Topicalisatie van de comparatief?
In de cliché-toepassing komt het adjectief vaak in de voorveld-positie ([Veel] gekker moet het niet worden), maar men vindt evenzeer de gewone volgorde: Het moet niet (veel) gekker worden, zoals in alle 20 de voorbeelden van De Coster (van 1931 tot 2018). Als men deze ‘gewone’ volgorde toepast bij de niet-modale variant met positieve adjectieven, komt het me voor dat de wending haar intensiverende kracht verliest, en een meer letterlijke interpretatie krijgt, waarbij de positieve boodschap verdwijnt: Het wordt niet beter, Het wordt niet leuker. We komen hier in de buurt van de negativerende [comparatief + op]-constructie: Het wordt er niet beter op, Arend wordt (er) niet jonger (op).
Over de constructie in dit stukje voerde ik een korte mailcorrespondentie met vakgenoten (Jack Hoeksema, Ad Foolen, Jos Rombouts, Ina Schermer), wier inzichten bijdroegen tot vervollediging van het plaatje.
Bij “beter/leuker/fijner wordt het niet” krijg ik juist het gevoel dat het op dit moment niet erg goed/leuk/fijn is, maar dat je ook niet meer moet verwachten.
Mogelijk is deze chauffeur wat vaker in Duitsland geweest… (‘Grüner wirds nicht’ komt in deze context heel vaak voor.)
Nou nee, de zegswijze “het licht wordt niet groener” en varianten bestaan minimaal al vijftig jaar. Maar is wellicht meer in gebruik bij wat je nu even het gewone volk mag noemen, dan bij, zeg, intellectuelen.
Geldt wellicht ook voor het grapje over leren pijpen.