• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Jullie verkopen de baas al te weinig boeken.

13 januari 2026 door Marc van Oostendorp 2 Reacties

Taalkunde van 50 jaar geleden

Piet Paardekooper; bron: Wikimedia

Mooi aan de taalkunde van 50 jaar geleden was dat je in een taalkundig tijdschrift nog uitgebreid een constructie kon uitpluizen, zonder dat je meteen statistiek moest toepassen. De bekende taalkunde P.C. Paardekooper (1920-2013) begon zijn artikel ‘Die soep is me ál te zout‘ in het tijdschrift De Nieuwe Taalgids bijvoorbeeld met de mededeling dat misschien niet alle lezers het met hem eens zouden zijn over zijn grammaticaliteitsoordelen, maar dat hij zich nu eenmaal beperkte tot zijn eigen ‘idiolect’, dat wil zeggen zijn hoogst particuliere taalgevoel.

Dat lijkt mij nog steeds een legitieme methodologie, maar ik heb de indruk dat je er niet meer mee wegkomt. Het is legitiem, want ieder zorgvuldig bestudeerd taalgevoel ís een taalgevoel, een concreet systeem waarmee de eigenaar zich door de publieke ruimte beweegt. Als je al die taalsystemen bij elkaar optelt en daar dan statistiek op doet, krijg je een gemiddelde waarvan het helemaal niet duidelijk is of dat correspondeert met het taalgevoel van enig individu. Maar zelfs degenen die het daar volgens mij nu mee eens zijn, zoeken op internet of in oude kranten, of doen kleine experimentjes met studenten om hun beweringen een solide basis te geven.

ISSSS

Zulke fonteinen van taalobservaties als Paardekooper op zijn beste momenten wist te doen klateren, ontstaan op deze manier alleen nog maar zelden. Overigens ben ik het in het hele artikel eigenlijk steeds met Paardekooper eens.

Het artikel gaat dus over de constructie met te (of gevolgd door genoeg), voorafgegaan door een meewerkend voorwerp, zoals me:

  • Die soep is me ál te zout.
  • Die soep is me te zout.
  • Die soep is me zout genoeg.

Zonder te of genoeg gaat het niet: de zin ‘die soep is me zout’ is in ieder geval ook in mijn idiolect ongrammaticaal (tenzij je een enorme nadruk op is legt: ‘die soep IIISSS me zout!’, maar dat lijkt me een ander soort constructie, of misschien geeft daar die enorme nadruk een graadaanduiding met dezelfde functie als te of genoeg).

Constructie

Vervolgens haalt Paardekooper allerlei andere interessante eigenaardigheden naar boven, zoals dat je deze constructie wel in de stellende of vragende wijs kunt gebruiken, maar niet bijvoorbeeld in de imperatief:

  • Hij rijdt me nu hard genoeg.
  • Rijdt hij je nu hard genoeg?
  • Rijd me hard genoeg! [ongrammaticaal]
  • Vooruit, me hard genoeg rijden! [ongrammaticaal]
  • Reed je me maar hard genoeg! [ongramaticaal, of in ieder geval vreemd]

Ik heb het nagezocht, maar niet gevonden dat enige taalkundige in de afgelopen vijftig jaar heeft uitgelegd wat de relatie is tussen wijs en de eigenschappen van deze constructie die maakt dat de laatste drie zinnen niet goed klinken. (Ik heb misschien iets over het hoofd gezien, want zulke dingen zijn ook lastig op te zoeken.)

Intrigerend is ook dat je de constructie ook kunt gebruiken in zinnen waar het werkwoord al een ander meewerkend voorwerp heeft:

  • Die man vertelt mij die kinderen een beetje ál te griezelige verhalen
  • Je geeft mij die kinderen al te veel snoep.

‘Die kinderen’ is in de eerste zin meewerkend voorwerp bij vertellen, en mij is dus een meewerkendvoorwerpachtig ding bij al te griezelig, en in die tweede zin is iets soortgelijks aan dehand. Maar als de tweede meewerkendvoorwerpachtige iets anders is dan me/mij, je/jou of hem/haar, wordt het al snel niet goed:

  • Jullie verkopen de baas die klanten al te weinig boeken.

Met wat puzzelen valt de zin wel te begrijpen, maar goed klinken doet hij niet. Ook dit is volgens mij nog altijd een onbegrepen feit. Het is in ieder geval niet omdat ‘de baas’ een van die rollen niet kan spelen, want de volgende zin is dubbelzinnig omdat ‘de baas’ allebei de rollen kan aannemen:

  • Jullie verkopen de baas al te weinig boeken.

Het artikel staat nog verder boordevol interessante gedachten, die misschien niet voor iedereen even toegankelijk zijn doordat Paardekooper een heel eigen terminologie ontwikkeld had. Dat is heel jammer: er is zoveel dat je als taalgebruiker wel aanvoelt – deze zin kan wel en die niet – maar waar je je nooit bewust van bent geweest, laat staan dat je begrijpt waarom het zo in elkaar zit.

Het zou goed zijn als iemand een keer het werk van zo iemand als Paardekooper zou didactiseren. Dat klinkt een beetje gek, omdat Paardekooper zelf de schrik was van het grammatica-onderwijs, met name in Vlaanderen en het zuiden van Nederland, waarbij je bijvoorbeeld die lastige terminologie en een geheel eigen grafisch systeem om ontledingen te noteren moest leren. Maar binnenin dat lastige systeem, en Paardekoopers idiosyncrasieën, lag een fontein van almaar voortdurende wonderlijke observaties over onze taal.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: syntaxis, taalkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. Robbert-Jan Henkes zegt

    13 januari 2026 om 06:59

    “‘die soep IIISSS me zout!’” – lijkt me inderdaad iets anders, ik vulde automatisch aan: “Die soep is me toch een partij zout!” maar hoe je zoiets noemt of classicficeert weet ik in. Over classificeren gesproken, om in de zin “Die man vertelt mij die kinderen een beetje ál te griezelige verhalen” het over twee meewerkende voorwerpen te hebben, geeft aan dat de dativus (voor het Nederlands althans) ook maar een ad hoc verzamelbegrip is voor, zoals we het op de lagere school leerden, alles waar “voor” of “aan” voor kan: want “voor” en “aan” kunnen heel andere dingen beduiden, zoals in de aangehaalde zin: het is “voor de kinderen” en “aan mij” en niet omgekeerd of beiden allebei. Misschien moeten we het meewerkend voorwerp splitsen? In de zin “Jullie verkopen de baas al te weinig boeken.” zie je dat “voor” en “aan” toch heel verschillende dingen zijn, dus waarom zouden we ze dan allebei als meewerkend voorwerp classificeren? Heb dat zin?

    Beantwoorden
    • Anneke Neijt zegt

      13 januari 2026 om 08:50

      Alleen ‘die kinderen’ is mvw (Paardekooper was ook een kei in het hanteren van afko’s); het zinsdeel ‘mij’ hoort bij het performatieve deel van de zin (de parafrase is ‘wat mij betreft’ of ‘volgens mij’) en dan heet dat zinsdeel een bijwoordelijke bepaling. De betekenis is hier niet dat de man iets aan mij vertelt.

      Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Gustaaf Peek • Orang-oetan

Je verlangt je gromt

Je bent een reiziger
Hoe blijf je hier tevoorschijn komen

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Het web houdt zijn gezicht hol in de wind,
de spin heeft het verlaten, sterren staan
er in, wind scheurt het van de aarde,
van leeggevreten gaten waait het schoon.

Bron: Maatstaf, oktober-november 1965

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

12 januari 2026

➔ Lees meer
25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1722 Francois Halma
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d