
Vlaamse dialecten – de dialecten gesproken in Oost- en West-Vlaanderen en deels in Zeeland – hebben een intrigerende eigenschap: het meervoud wordt op voornaamwoorden uitgedrukt met een uitgang. Voor het Standaardnederlands geldt dat alleen voor jullie, waar je -lie als een meervoudsuitgang kunt zien, maar in die dialecten is het systematisch wilder, gilder, zilder of widder, gidder, zidder of winder, jinder, zinder voor ‘wij, jullie, zij’. Dat alle vormen in die dialecten op precies dezelfde klanken eindigen, versterkt daar het idee dat het om een uitgang gaat.
Het Nederlandse –lie komt historisch van lieden, er is ook nog een ouderwetse vorm jelui. Over het algemeen wordt aangenomen dat de Vlaamse vormen dezelfde oorsprong hebben, wat je ook nog kunt zien aan de l in sommige dialecten. In andere is die l weggevallen, en in nog weer andere (die vooral in het oosten van de provincie West-Vlaanderen gesproken worden) zou die zijn vervangen door een n.
In het vakblad Journal of Language Contact komt de Nederlandse taalkundige Bart Jacobs met een andere gedachte, over die laatste dialecten. Volgens hem is een verandering van l naar n niet zo logisch – hij noemt wel de uitspraak penantie voor penalty, maar volgens hem is dat zelf al een uitzondering – en hij stelt voor dat die n misschien een andere oorsprong heeft: ander. In de Romaanse talen wordt ander wel gebruikt als een manier om meervouden te vormen. Het Spaanse nosotros en vosotros zijn misschien wel het bekendst, maar ook variëteiten van het Frans kennen nous autres, vous autres en soms zelfs eux autres voor respectievelijk wij, jullie en zij.
Jacobs kwam op het idee doordat hij geïnteresseerd is in zogeheten creooltalen – talen die zijn ontstaan op slavernijplantages, waar slaafgemaakten zonder scholing moesten proberen in de taal van de slavenhouders te spreken. Soms was die taal het Nederlands, zoals bijvoorbeeld op de Maagdeneilanden. Het Virgin Dutch Creole is inmiddels uitgestorven, maar het is wel opgetekend, en Jacobs is een van degene die deze aantekeningen probeert te begrijpen. En in die taal was het woord voor ‘jullie’ jender en dat voor ‘zij’ sender. Nu zijn hiervoor ook weer verschillende mogelijkheden: misschien waren er bij de kolonisten West-Vlamingen, die zich via Zeeland bij Nederlandse schepen waren aangemonsterd, en misschien was er ter plekke contact met het Frans.
Wat er precies gebeurd is in West-Vlaanderen óf op de Maagdeneilanden dat gezorgd heeft voor deze bijzondere vormen – we zullen het misschien nooit weten. Ik zou niet al mijn geld inzetten op de gedachte dat de constructie geleend is uit het Frans, een aanpassing van l in zulder naar een n in sender is nu ook weer niet zó vreemd. Maar intrigerend is de gedachte wel.
Als -lie een meervoudsuitgang is dan hadden we er in Hilversum meer: hullie en zullie voor 3mv en zelden zelfs wullie voor 2mv. Verder ook nog hunnie voor 3mv. Er is vast nog veel meer in allerlei dialecten.