• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Beroep: Taalvanger             

20 maart 2026 door Jan Renkema Reageer

Tekstportret Ronny Boogaart

In de serie Tekstportretten laat Jan Renkema iemand poseren in zijn tekstatelier, ter gelegenheid van een bijzondere aanleiding. Ronny Boogaart won enkele maanden geleden voor de tweede keer de LOT populariseringsprijs, met Maar zo bedoelde ik het niet, samen met twee coauteurs. Eerder, in 2016, kreeg hij de prijs al voor Een sprinter is een stoptrein zonder wc. Ronny Boogaart is universitair docent neerlandistiek en taalwetenschap aan de Leidse Universiteit. Binnenkort gaat hij een half jaar met zelf betaald verlof om zich te verdiepen in …? Misschien wel taalschaamte.

Mijn leven heeft zich altijd afgespeeld in de periferie. Althans, zo voelt dat. Nergens echt bij horen. In de loop van de tijd ben ik dat als voordeel gaan zien. Een plattelandsjongen uit Zeeuws-Vlaanderen. Mijn vader was timmerman. Thuis spraken wij alleen dialect. Niemand in de familie studeerde. Toen ik promoveerde schreef een oom als opdracht in een boek: ‘Eindelijk een doctorandus in de familie’. Als homoseksueel ben je natuurlijk ook vaak de enige in een klas of groep, of dat denk je. En andersom zegt de ‘queer community’ me ook niet zoveel.

Ook in mijn vakgebied leef ik voor mijn gevoel aan de rand. Een ‘normale’ carrièrelijn ud-uhd-hoogleraar ambieerde ik niet. De ratrace naar onderzoeksgelden. Ook het bestuurswerk trok mij niet. Al die bureaucratie, en vaak ook het gedoe erom heen. Ik kan dat ook niet goed, ik heb weinig energie en ik krijg vrij ernstige lichamelijke en mentale problemen als ik dat soort dingen doe. Maar ook dat ben ik als een voordeel gaan zien; ik voel vrij snel als iets niet goed voor mijn gezondheid is. Gelukkig heb ik altijd leidinggevenden gehad die zeiden dat ik moest doen waar ik energie van kreeg. En dat is schrijven en college geven. Jaren geleden, bij een bezuiniging, moest ik vertrekken. Maar omdat men iemand nodig had die goed college kon geven, werd ik toch weer aangenomen!

Ik doe taalkunde/taalbeheersing en Nederlands. Maar bij Linguistics ben ik neerlandicus, bij taalbeheersing ben ik de taalkundige, en binnen de taalkunde voel ik me het meest aangetrokken tot de pragmatiek, die in Leiden min of meer bij toeval onder de taalbeheersing valt. Het leukst vind ik het om een opmerkelijk taalverschijnsel vanuit allerlei perspectieven te onderzoeken, of dat nu taalkunde of taalbeheersing heet, en er dan iets zó over op te schrijven dat ik zelf begrijp hoe zoiets in elkaar zit. Maar liefst ook zo dat niet-taalkundigen het kunnen volgen. Ik krijg op mijn populariserende stukken wel eens reacties van taaltheoretici die mij stimuleren om hen op de hoogte te houden van het onderzoek of om zo’n verschijnsel verder uit te diepen. Maar ik heb dan het idee dat ik dat al gedaan heb en zie niet altijd de meerwaarde van de ‘diepte’, als je die afzet tegen de tijd en energie die het kost. En de waarheid is niet altijd in de diepte te vinden. Ik voel me vaak zoals die bioloog Freek Vonk die met zijn schepnetje mooie vlinders uit de lucht vist en daarover heel graag wil vertellen.

Het raster en de werkelijkheid

Ken je het boek van T. E. Hall, Beyond Culture, over verschillen tussen culturen? Wij mensen bedenken allerlei dingen – wetten en theorieën, en ontwikkelen gewoonten en taalconventies. En die worden dan ten onrecht als ‘the real thing’ aangenomen; Hall noemt dat extension transference. Ik heb jarenlang met veel plezier generatieve grammatica gedoceerd. Heerlijk, het oplossen van puzzels. Maar de werkelijkheid is een bordje op een parkeerplaats met de mededeling ‘U wordt weggesleept’ of een bordje op het schoolplein ‘Deze school is rookvrij’. Dat intrigeert mij mateloos. Of neem bureaucratie, formulieren, leerdoelen, borging van resultaten. Kriebelig word ik ervan en ik zie het onderwijs er niet per se beter van worden.

Waar ik wel gelukkig van word, dat is college geven. Uitleggen hoe iets in elkaar zit. En vooral ook stukjes schrijven. Dat hoeven voor mij dus niet per se wetenschappelijke artikelen te zijn. Maar iemand laten zien hoe eenvoudig iets in elkaar zit, of hoe ingewikkeld het is, en hoe boeiend dat is. Ik wil graag die kennis overbrengen en vooral ook dat anderen dat interessant gaan vinden. En ja, dat lukt misschien bij tien procent van de studenten. Laatst zeiden twee oud-studenten dat ze door mijn colleges taalkunde zijn gaan doen! Soms wordt er ook wel wat vreemd aangekeken tegen populariseren. Maar je kunt pas schrijven voor een breder publiek als je iets zelf wezenlijk begrepen hebt. Dat begrip ontstaat bij mij pas tijdens het schrijven. Al schrijvend probeer ik een taalprobleem op te lossen. En natuurlijk wil ik dan ook graag gelezen worden.  

Taalschaamte

De laatste jaren ben ik veel bezig met taalschaamte. Dat je wordt aangesproken op je taalgebruik waardoor je buiten de groep valt. Samen met mijn partner Eric de Rooij heb ik daar een stuk over geschreven voor Onze Taal. Toen we aan mensen vroegen of ze zich wel eens geschaamd hadden voor hun taalgebruik, konden ze altijd ervaringen noemen, met hele precieze details. Ik zat veertig jaar geleden in het Vondelpark met een paar vrienden een biertje te drinken. Iemand moest een nieuwe voorraad halen. En ik zei ‘Ik ga er wel om’, zoals ze dat in Zeeuws-Vlaanderen zeggen. Het gelach en de vreemde blikken! Of toen ik in de studentenflat zei dat er zoveel ‘flessen wijn’ op het balkon stonden. Nee, dat moest ‘wijnflessen’ zijn, want ze waren leeg. In gesprekken hierover valt dan vaak de term ‘taalattitude’, maar dat is het niet. Het gaat erom dat de spreker zelf ervaart: ik hoor er niet bij. Natuurlijk vind ik zo’n onderwerp ook intrigerend omdat ik zelf in de periferie verkeer. Je kan als homoseksueel, dialectspreker en eerstegeneratiestudent op heel veel manieren ‘door de mand vallen’. Dat gevoel slaat nergens op, maar mensen moeten zich er eerst bewust van worden dat het bestaat voordat je het kan veranderen.

Taalgebruikers geloven ook werkelijk dat ze iets fout hebben gedaan wanneer ze taalkritiek krijgen. En zo’n buitensluiting laat littekens achter. Je schaamt je dan voor wie je bent. Natuurlijk bestaan er taalfouten. Een enkelvoudig onderwerp met een meervoudige persoonsvorm bijvoorbeeld. Maar de manier waarop wij elkaar op fouten wijzen dat is soms vreselijk. Laatst nog, bij de Olympische Winterspelen, die Oekraïense skeletonner die een helm wilde dragen met foto’s van zijn teamgenoten die op het slagveld waren gesneuveld. Dat mocht niet volgens de ‘regelementen’, zo schreef de NOS. Vervolgens ging het op LinkedIn over die ene extra ‘e’ en de slechte staat van het onderwijs. Over extension transference gesproken! Ik gebruik nooit het woord ‘taalnazi’ maar hier had ik dat toch bijna gedaan.

Ja, ik erger mezelf ook. Ik ben ook maar eens mens. Ik kan er niet tegen dat iemand ‘handvaten’ zegt. Ik vind dat het ‘handvatten’ moet zijn, maar de woordenboeken geven ook de vorm met één ‘t’. En ik moet altijd even slikken als iemand zegt dat hij morgen op het werk eerst een ‘bila’ heeft met een collega. Ik kan me zelfs ergeren aan iemand die tegen mij zegt dat hij of zij ook zo gek is op taal. Hoezo ook? Het zijn meestal mensen die meteen over taalfouten beginnen, daar spreekt voor mij niet zoveel liefde voor taal uit. Ik zal nooit zeggen dat ik gek ben op taal, ik weet niet wat ik me daar bij voor moet stellen. Ik vind het gewoon heel intrigerend. Waarom over ‘wegslepen’ beginnen als je ergens niet mag parkeren. Waarom de mededeling ‘rookvrij’ als je een verbod bedoelt?

Taalkunde saai en moeilijk?

Veel studenten vinden taalkunde saai en moeilijk. Maar gelukkig is het nooit te laat om studenten te enthousiasmeren. Kijk eens hoe je negatieve verbazing kunt uitdrukken in een groet: Hallo! Ja dààg! Toedeledokie! Goedemorgen zeg! (en dan is de ochtend al voorbij). Taalkunde is niet saai en ook niet moeilijk. Formele semantiek en syntaxis zijn niet voor iedereen weggelegd, maar dat hoeft ook niet. Ik wil studenten graag het zelfvertrouwen geven dat zij ook taalkunde kunnen beoefenen. Je komt al een heel eind met de volgende vragen: Wat doen taalgebruikers in de praktijk? Kijk eens op het internet, of in grote corpora. Hoe zit het verschijnsel in elkaar, welk begrippenapparaat heb je nodig? Met de termen uit de traditionele schoolgrammatica kom je al een heel eind, en kijk ook eens in de ANS of het WNT. Zijn er soortgelijke verschijnselen, bijvoorbeeld ook in andere talen? En dan ook nagaan wat er al over geschreven is. Kun je verklaren hoe dit verschijnsel is ontstaan? Voor mezelf is de belangrijkste vraag altijd: wat leert dit ons over taal, en in het bijzonder over de grammatica van het Nederlands? Ik schrijf niet op wat ik weet, maar ik weet het doordat ik erover schrijf.

Sinds kort zit ik ook in het Meesterschapsteam voor het schoolvak Nederlands. Dat is misschien een beetje gek voor iemand die ook kriebels krijgt van vakdidactisch jargon, maar als je taalkunde wil populariseren kun je natuurlijk het beste op school beginnen. Als leerlingen iets als zinsontleding saai vinden of het nut ervan niet zien, komt dat toch vooral door de manier waarop het in de lesmethodes staat. En trouwens, taalkunde is zoveel meer. Het boek dat ik samen met mijn collega’s schreef, Maar zo bedoelde ik het niet!, gaat over de manier waarop mensen ‘foute’ uitspraken verdedigen en hoe je daar op kunt reageren. Dat vraagt kennis over hoe taal werkt. Uiteindelijk gaat het ook over ‘taal en macht’, daarover maakt een docententeam bij het ICLON in Leiden nu een lessenpakket voor het vwo. We laten leerlingen een woordenboek maken van woorden die je zogenaamd niet meer mag zeggen tegenwoordig. Daar zitten zoveel aspecten aan. Zo kunnen ze al vroeg leren om na te denken over taal.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel, Uitgelicht Tags: meesterschapsteams, taalbeheersing, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Emilie Dewitte • De grafdelver

Het gaat vooreerst om strategie. Angst uitzetten als een plaag,
het verhaal in twee liegen, want vergeet niet:
tot je bezit, wordt je bezeten.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

GELUK

Tot zijn geluk was de valbijl geslepen. Nu trad er geen infektie op. [lees meer]

Bron: Barbarber, december 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 maart 2026: Leidse vrouwen op de kaart

25 maart 2026: Leidse vrouwen op de kaart

20 maart 2026

➔ Lees meer
29 maart 2026: In de voetsporen van Dirkje Kuik

29 maart 2026: In de voetsporen van Dirkje Kuik

20 maart 2026

➔ Lees meer
26 maart 2026: boekpresentatie Canti van Hadewijch

26 maart 2026: boekpresentatie Canti van Hadewijch

19 maart 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

Geen neerlandici geboren of gestorven

➔ Neerlandicikalender

Media

Katharina Verwers, Catharina Questiers, Barbara Ogier

Katharina Verwers, Catharina Questiers, Barbara Ogier

18 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Mieters, kicken en slay

Mieters, kicken en slay

17 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Babs Gons en Imre Besanger over Lucretia van Merken

Babs Gons en Imre Besanger over Lucretia van Merken

16 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d