
In de Trouw van 4 maart probeert Ton den Boon de vraag te beantwoorden waarom Nederlandstaligen hun vaste drogisterij soms ‘de Kruitvat’ noemen, terwijl vat toch een het-woord is.
Zijn verklaring is dat ‘de Kruidvat’ een verkorting van ‘de Kruidvatwinkel’ of ‘de Kruidvatvestiging’ zou zijn. Dat is een ad-hocverklaring, die me deed me denken aan een verhaal van Onze Taal als zou de lidwoordkeuze in ‘de zout’ bepaald worden door een metonymisch karakter van die woordgroep. Daar heb ik een paar jaar geleden een stukje over geschreven.
Wat er ontbreekt in de verklaring van Den Boon is een aanwijzing voor de aanname dat winkelnamen met het lidwoord de ergens een verkorting van zouden zijn. Je kunt met reden vragen waarom we dan niet ‘het Coöp’ zeggen, als verkorting van ‘het Coöp-filiaal’.
We weten echter dat eigennamen een woordsoort vormen die wel lijkt op zelfstandige naamwoorden, maar daar ook van afwijkt.
Boukje
Lidwoorden en andere determineerders komen voor eigennamen bijvoorbeeld alleen in gemarkeerde gevallen voor. Je zegt bijvoorbeeld normaal gesproken ‘Jantje is uit het klimrek gevallen’, maar kunt in gevallen waarin spreker en luisteraar verschillende jongetjes met die naam kennen, ook ‘De Jantje uit de klas van juf Lena is uit het klimrek gevallen’ zeggen.
Verder wordt het grammaticaal geslacht van eigennamen volledig door hun vorm of hun betekenis bepaald. Je hoeft het niet per eigennaam te onthouden. Bij zelfstandige naamwoorden moet dat in verreweg de meeste gevallen wel.
Zo hebben de verkleinvormen van zelfstandige naamwoorden altijd het het-geslacht (‘het bootje’, ‘het druppeltje’, ‘het speeltje’ enz.), terwijl verkleinvormen van eigennamen doorgaans de-woorden zijn (‘de Jantje uit klas 1a’, ‘welke Boukje?’ enz.) Aardrijkskundige namen zijn juist altijd de-woorden (‘het Japan van Hirohito’, ‘het Luxemburg zoals jij dat hebt gekend’, ‘het Lelystad dat ze voor ogen hadden’ enz.)
Niet nodig
Winkelnamen sluiten zich aan bij een grote restcategorie van eigennamen die het de-geslacht kunnen krijgen. Voorwaarde is wel dat er niet al een lidwoord in de eigennaam zit. Iets als ‘Die cadeautjes komen van de het Speelpaleis’ wil niet. Heet de speelgoedwinkel echter alleen ‘Speelpaleis’, dan is ‘… van de Speelpaleis’ best mogelijk.
Dat het hernoemen van ’t Kruidvat naar Kruidvat iets met het opkomen van ‘de Kruidvat’, zoals Den Boon veronderstelt, lijkt me daarom plausibel. En anders is het mogelijk dat het lidwoord in de volksmond is verdwenen. Het gaat immers om een in Nederland heel bekende drogisterijketen, waar veel mensen weleens over praten.
Den Boon constateert terecht dat Nederlandstaligen winkelnamen graag van een lidwoord voorzien. Samen met de constatering dat zulke namen dan in het ongemarkeerde geval het de-geslacht krijgen levert dat genoeg informatie op om de keuze voor ‘de Kruidvat’ te verklaren. Aannamen dat dat een verkorting van de een of andere woordgroep zou zijn, zijn helemaal niet nodig.

Laat een reactie achter