
Waarom, vroeg iemand me, heet een bepaalde vissensoort donderpad? “Er is nergens iets te vinden over de herkomst van de naam. Heten de vissen wellicht zo omdat ze er ‘duivels’ uitzien?” Een leuke vraag! Ik zal alvast verklappen dat de naam waarschijnlijk inderdaad verwijst naar het uiterlijk, maar die verwijzing is indirect en zeker niet vanwege een woeste of duivelse aanblik. De foto van de vis laat zien dat dat ook niet voor de hand ligt.
Onweer
Laten we eerst eens kijken naar het eerste deel donder. Dat komt vaker voor in dierennamen. Zo heten kleine zwarte insecten of tripsen donderbeestjes. Synonieme benamingen zijn onweersbeestjes of onweersvliegjes, en die geven de reden voor de naam weg: deze insectjes komen vaak in groten getale tevoorschijn bij broeierig, onweerachtig weer. Onweer gaat gepaard met een snelle daling van de luchtdruk en een stijgende luchtvochtigheid, en sommige dieren reageren daar sterk op. Dat viel mensen in het verleden op, en daarnaar vernoemden ze de beestjes in de volkstaal of een dialect. In het Duits heten deze insectjes wel Gewitterfliege of Gewittermucke, in het Engels thunderbug en in het Frans mouche de tempête.
Vergelijkbare namen zijn onweersvogel of stormvogel, die volgens woordenboekschrijver Noël Chomel in 1778 zo genoemd zijn “om dat de Vogelen […] het naderend onweer van stormen en orkaanen de zeeluiden schijnen aan te kondigen”. Deze vogels worden inderdaad vooral gezien tijdens stormen, en dat komt doordat de wind ze dan naar het land blaast.
Kikvorsen
Terug naar de donderpad. De eerste die donderpad uit zijn pen laat vloeien is de schrijver Joachim Oudaen. In zijn vertaling Henrik Kornelis Agrippa van Nettenheym; Van de onzekerheid en ydelheid der wetenschappen en konsten uit 1661 beschrijft hij hoe een hoveling van de vorst zich gedraagt, of eigenlijk misdraagt: “Hij zwelt als een donderpadde, en springt uit den band.” Met gezwollen donderpad bedoelt hij een kikvors en niet een vis, en met de naam verwijst hij naar het feit dat kikkers bij onweer en regen tevoorschijn komen en zich groot maken om indruk te maken op de vrouwtjeskikkers. Hovelingen gedragen zich volgens Oudaen net zo voor hun vorst.
De naam donderpad wordt tegenwoordig echter niet gebruikt voor een volwassen kikvors maar voor een kikkervisje, dus het voorstadium van de kikker. In zijn Natuurlyke Historie, of uitvoerige beschryving der dieren, planten en mineraalen (deel 6, 1764, p. 247) verklaart Houttuyn de naam als volgt: “Wy noemenze Vorschenpoppen of Donderpaddetjes; welke laatste naam […] zyn oorsprong van dat aloude ongerymde denkbeeld heeft dat de Kikvorschen in de Wolken geboren worden en met een Onweersbuy neervallen zouden.”
Hoewel kikkers, zo weten we allang, niet in de wolken ontstaan, kunnen ze wel uit de lucht komen vallen als ze door een windhoos of tornado uit een waterplas zijn opgezogen. Heel vaak komt dit indrukwekkende natuurverschijnsel niet voor, maar de plotselinge verschijning van grote hoeveelheden kikkers en padden bij zacht, vochtig voorjaarweer kan gemakkelijk worden geïnterpreteerd als het gevolg van zo’n kikkerregen. Tijdens die jaarlijkse paddentrek – hij is net weer begonnen – verlaten padden en kikkers hun overwinteringsplaatsen om zich bij waterplassen voort te planten.
Kikkervisjes worden naast donderpadjes ook donderkopjes en dikkopjes genoemd, naar hun opvallend grote koppen. Die dikke koppen liggen ook aan de oorsprong van de Franse benaming têtard (van tête ‘kop’) en de Engelse naam tadpole (een samenstelling van toad, ouder tadde ‘kikvors’ en pol(l) ‘kop’). Ook de Nederlandse dialect kwakbol en de Duitse naam Kaulquappe verwijzen naar het uiterlijk: Duits kaul betekent ‘bol’ en Quappe ‘kwab’ is verwant met Nederlands kwab.
Vissen
Maar terugkomend op de beginvraag: hoe komt een vissensoort dan aan de naam donderpad? Nu is deze vissensoort niet de enige vis met donder– in de naam. De (grote) modderkruiper wordt donderaal genoemd, en daarnaast ook weeraal, weervis en barometervis. In het Engels heet hij thunder-fish en weather-fish, en in het Duits Wetterfisch. Dit scala aan namen dankt de modderkruiper aan een bijzondere eigenschap: bij naderend onweer wordt hij namelijk onrustig en komt hij aan de oppervlakte om naar lucht te happen. Daardoor geldt hij ook als voorspeller van slecht, regenachtig weer, zoals blijkt uit de dialectnaam weerwikker, een afleiding van wikken ‘voorspellen’.
Kan het element donder in de vissennaam donderpad net als bij de naam donderaal voor de modderkruiper verwijzen naar veranderend gedrag van het dier bij bepaalde weersomstandigheden? Die vraag moet negatief worden beantwoord: de donderpadvissen leven op de rivier- en zeebodem en komen bij onweer niet naar de oppervlakte om lucht te happen.
Dan gaan we maar eens naar de bronnen. De oudste bron voor de vissennaam donderpad is deel 7 van de Natuurlyke Historie van Houttuyn uit 1764. Die bron blijkt een hint te bevatten voor de reden van de naam. Houttuyn vermeldt namelijk dat de Nederlanders de vis naast donderpadde ook potshoofd noemen. Die laatste naam verklaart hij als volgt: “Misschien is dit laatste, by verbastering, afkomstig van Paddehoofd; dewyl de Kop naar dien van een Pad gelykt. Ook zweemt de gedaante eenigzins naar de Vorschen-Poppen.”
Dit is een typisch gevalletje klok-klepel. Potskop is niet afgeleid van pad, zoals Houttuyn meent, maar ontleend aan het Picadische caboche ‘groot hoofd’. De naam betekent letterlijk ‘dikkop. Nu werd die naam niet alleen gebruikt voor de vis, maar, zo blijkt uit andere bronnen, ook voor het kikkervisje – en dat vanwege de uiterlijke overeenkomst, namelijk de dikke, brede kop, die Houttuyn ook was opgevallen.
Het kikkervis en de donderpadvis deelden dus de naam potskop, en ik vermoed dat taalgebruikers de synonieme naam donderpad, die oorspronkelijk alleen verwees naar het kikkervisje, hebben overgedragen op de vis: zo gingen álle namen verwijzen naar beide zwemdieren, al paste donderpad inhoudelijk niet bij de vis (hij is geen pad en verschijnt niet bij onweer). Het is heel normaal dat taalgebruikers zich niet bewust zijn van de oorspronkelijke of letterlijke betekenis van een woord: bij een schildersezel denkt ook niemand aan een balkende paardensoort. Een alternatieve verklaring, namelijk dat taalgebruikers de zwemdieren in het wild met elkaar verwarden, lijkt minder waarschijnlijk: weliswaar leven kikkervisjes en rivierdonderpaden wel in dezelfde omgeving, maar hun uiterlijk verschilt, op de grote koppen na, toch wel fors.
Kortom, de naam donderpad zal van het kikkervisje zijn overgesprongen op de vis, naar analogie van de gedeelde naam potskop, die gebaseerd was op het gemeenschappelijke breedkoppige uiterlijk.

Laat een reactie achter