
Als iemand hoopt om volgend jaar te trouwen, dan hoopt hij dat hij volgend jaar trouwt. Toch? Er is toch geen verschil tussen een bijzin met een onbepaalde wijs (om te trouwen) en een volledige bijzin met dat (dat hij volgend jaar trouwt?) Wel als het hoofdwerkwoord van de zin vergeten is:
- Johannes vergat dat ie naar de bloemist ging.
- Johannes vergat (om) naar de bloemist te gaan.
De vraag is:is Johannes naar de bloemenwinkel geweest? Het antwoord is in het eerste geval ja: je kunt niet iets vergeten dat nooit gebeurd is. ‘Ik vergat toen ik aan kwam rennen dat de glazen deur dichtstond.’ Dan heb je dus een snee op je neus. Maar in de tweede zin is het anders. Daar is de logische implicatie juist dat Johannes niet in de bloemenwinkel is geweest.
Fractie
De Canadese taalkundige Will Williams schreef een artikel over het verschil, dat je ook vindt in het Engels, Spaans, Italiaans, Duits, Hongaars, en waarschijnlijk dus in nog veel meer talen. De Engelse voorbeelden kunnen jullie vast zelf verzinnen, hier zijn Spaanse voorbeelden uit Williams’ artikel:
- Juan olvidó que pasó por la floristería.
- Juan olvidó pasar por la floristería.
Die zinnen betekenen precies hetzelfde als de Nederlandse hierboven: die met que (‘dat’) impliceert dat Juan is geweest, de tweede, met alleen een onbepaalde wijs, dat hij er juist niet is geweest.
Dat het in zoveel talen voorkomt maakt het onlogisch dat er simpelweg twee werkwoorden vergeten zijn, met een verschillend soort zin als lijdend voorwerp en waarvan de ene betekent dat die zin waar is en de andere dat die onwaar is. Volgens Williams ligt de verklaring dan ook ergens anders: een onbepaalde wijs heeft geen eigen tijdsaanduiding, hij staat niet in de verleden, tegenwoordige of toekomende tijd. Dat betekent dat de gebeurtenis tegelijkertijd gebeurt met hetgene in de hoofdzin. Maar het is onlogisch dat je iets doet zoals een bloemist bezoeken en dat tegelijkertijd te vergeten. Vergeten doe je altijd achteraf. Het hoeft misschien maar een fractie van een seconde te duren, maar tegelijkertijd kan niet.
Gerund
We lossen dat op door er –onbewust natuurlijk – vanuit te gaan dat er iets anders vergeten is, namelijk het plan om naar de bloemist te gaan. Je kunt dat zien aan een zin als ‘Johannes vergat naar de bloemist te zijn gegaan’. Dat is geen heel lekkere zin, maar als hij iets betekent is het wel degelijk dat Johannes naar die winkel gegaan is. Dat komt doordat het hulpwerkwoord zijn hier de tijd van de bijzin loskoppelt van die van de hoofdzin.
Het Engels heeft nog een constructie die het Nederlands niet heeft, de zogeheten gerund, met een vorm op –ing. Oké, ik geef nu jullie zo aandringen alle Engelse voorbeelden toch.
- John forgot that he stopped by the flower shop
- John forgot to stop by the flower shop
- John forgot stopping by the flower shop.
Ik vermoed dat het taalgevoel van de meeste Nederlandstaligen sterk genoeg is om aan te voelen dat de eerste twee zinnen dezelfde implicaties hebben als de Nederlandse en Spaanse. De vorm met de gerund noemt net als de onbepaalde wijs geen tijd, maar net als de bijzin met that betekent hij dat John wel degelijk bij de bloemist is langsgeweest. Kennelijk heeft die gerund dus niet de implicatie van gelijktijdigheid.
Ik denk dat het hulpwerkwoord ‘zijn’ hier niet zozeer de tijd van de bijzin loskoppelt van die van de hoofdzin (want de bijzin had juist geen tijd), maar (samen met het deelwoord) de betekenis van voltooidheid toevoegt, die onverenigbaar is met gelijktijdigheid. Je moet dus wel (zoals het artikel volgens mij ook oppert) interpreteren dat er sprake is van voorafgaan.
Ik zat nog te denken dat ‘Johannes vergat naar de bloemist aan het gaan te zijn’ een interessant geval is, waarbij wel de presuppositie geldt dat hij naar de bloemist aan het gaan is. Ook hier introduceert de ‘aan-het-constructie’ een betekenisaspect, dat hier juist wel past bij gelijktijdigheid.
Misschien dat het een wat gewrongen constructie is, maar met een naamwoordelijk gezegde krijg je een mooi contrast: ‘Ik vergat boos te zijn’ tegenover ‘Ik vergat aan het werk te zijn’. De laatste zin betekent volgens mij ‘Ik vergat dat ik aan het werk was’ (ik twijfel of hij met ‘om’ kan), terwijl de eerste niet kan betekenen ‘Ik vergat dat ik boos was’.
Ja, interessant; ik deel die intuïties! (De zin is inderdaad wat gewrongen, maar dat maakt het alleen maar interessanter dat je er toch een duidelijke betekenis aan kunt toekennen.)
Ik woon in het noordelijke Spanje. Asturiaans wordt hier gesproken. ( Vette O en I.) Als ik – La comunicación eficaz depende de las presuposiciones compartidas entre hablante y oyente – hoor, dan is dat school-Spaans. De presuppositie is schools. En dus hoor je dit nooit op deze manier. De spreker en de luisteraar bedden de taal heel anders in dan het Nederlands. Zelfs met directe eigen taalregels. En dus zijn er net als in het Nederlands eigenzinnige manieren van presuppositie. Ik hoorde laatst: Zal wel vel vergeten zijn naar de winkel geweest.
Interessante stof om over na te denken. Ik kan de redeneringen volgen maar me schoot het volgende gebruik van ‘vergeten’ te binnen – een gebruik in sportverslaggeving dat ik overigens niet erg fraai vind, maar dat terzijde. Om niemand voor het hoofd te stoten, neem ik even de voetballers van FC Knudde als voorbeeld.
– FC Knudde vergat dat ze de 1-0 moesten maken.
– FC Knudde vergat om de 1-0 te maken.
Ik kom niet goed uit de analyse. Het kan goed zijn dat die naadloos past in de beschrijvingen hierboven maar dan ben ik bij het puzzelen het spoor even bijster geraakt. In beide gevallen heeft de KC toch niet geschoord?
De crux zit in het werkwoord ‘moesten’ in de eerste zin. Dat geeft aan dat het niet gebeurd is. Als we het weglaten (FC Knudde vergat dat ze 1-0 maakten), dan is het ineens wel gebeurd.
Bedankt! (al had ik daar zelf ook op (moeten) kunnen komen…j