Gisteren ben ik een volger geworden van Adam Aleksic. Ik probeer sowieso zoveel mogelijk communicatoren over de taalwetenschap te volgen, in alle talen die ik lezen of verstaan kan, maar Aleksic noemt zichzelf Etymology Nerd en die combinatie schrok me op de een of andere manier af. Maar nu hoorde ik een interview met hem door het Britse filosofie-YouTube-wonderkind Alex O’Connor, en ik was verkocht. Wat een intelligente jongeman, en wat een verbluffend gevoel voor de taal, in zijn geval het Engels.
O’Connor begint met een vraag die iedere taalkundige die zich op het internet begeeft vreest: of kunstmatige intelligentie de taal op de een of andere manier verandert. Ik ben zelf geneigd om erop te wijzen dat het heel moeilijk is om te verzinnen hoe je dat moet bewijzen, en dat taalverandering over het algemeen niet zo snel gaat dat een ontwikkeling van de afgelopen vier jaar er enorme invloed op kan hebben, maar Aleksic kiest een ander antwoord, en wel één waar ik nog nooit over had nagedacht.
Uitgespuugd
Hij wijst erop dat als kunstmatige intelligentie inderdaad invloed heeft, deze nu mogelijk door grote bedrijven mede bepaald kan worden. En iets later neemt het gesprek een voor mij volkomen nieuwe wending, als hij erop wijst dat er nu mensen zijn die wedden op de populariteit van hippe woorden, en die dus voordeel hebben om die populariteit op de een of andere manier op te krikken. Online wordt inmiddels op van alles en nog wat gewed – welke staatssecretaris het eerst naar huis moet, hoeveel doden er morgen vallen in iemands favoriete oorlog, welke kleur de stropdas van de nieuwslezer zal hebben – maar dat gebeurt dus kennelijk ook op de populariteit van woorden, in ieder geval voor het Engels. Het woord vibes is nu heel populair: wat is het precieze percentage vibes in de tekst van populaire internetsites in de komende maanden?
(Over hoe fascinerend het is dat ook een al langer bestaand woord soms ineens kan doorbreken, gaat het gesprek ook. Ons taalgebied blaast in ieder geval een aardig deuntje mee in de popularisering van vibes. Zie bijvoorbeeld deze column in de Volkskrant van gisteren.)
Er is dan een bitcoin waarvan de waarde gekoppeld is aan, pakweg, vibes. Maar als je daarin investeert heb je er alle belang bij om het gebruik van dat woord op te vijzelen, bijvoorbeeld door allerlei bots het internet op te sturen die overal hoog opgeven van de vibes van iets of iemand. Omdat we langzaam toegaan naar een situatie waarin het merendeel van de teksten op het internet door AI is uitgespuugd – ook daarover gaat het gesprek – is het in ieder geval in theorie mogelijk dat iemand succes heeft. En omdat er voorzichtige aanwijzingen zijn dat mensen woorden overnemen van chatbots, zou dat ervoor kunnen zorgen dat bepaalde woorden inderdaad commercieel gepromoted worden.
De taalkundige in mij zegt: ja, maar dat kan alleen met woorden, en woorden zijn toch altijd al het belletjesschuim op de oceaan, een oppervlakkig verschijnsel dat verschijnt en verdwijnt, maar die grote en machtige en in de loop van tienduizenden jaren geëvolueerde taligheid van de mens ongemoeid laat. Daarnaast is het natuurlijk onwaarschijnlijk dat iemand enorm gaat investeren in de populariteit van een of ander modewoord. Maar als ik naar Aleksic luister, wordt de etymologienerd ook in mij wakker, en geniet ik van de creativiteit en het enthousiasme voor taal.
Adam Aleksic is vibes. De interviewer is vibes. Elk woord is vibes met taalregels. Of die nu in de lucht hangen of op papier landen. Ik ben nog nooit een molecul tegengekomen die het woord molecul heeft bedacht. Dat de lucht steeds weer veranderd is wat je zegt opliftend!!!