• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Vier religieuze schrijfsters uit de Republiek

7 maart 2026 door Fleur Speet 1 Reactie

Vrouwen aan het woord

Isabella de Moerloose – Pentekening door Vera Anna Mae Polkamp Van: Fixdit

In de podcastreeks Historische Klassiekers wordt het werk van schrijvende vrouwen uit de vroegmoderne tijd (1500-1800) in de spotlights gezet. Voor de serie, een initiatief van Fixdit, maken hedendaagse auteurs nieuwe hertalingen van historische teksten – van Anna Bijns tot Petronella Moens – die in de afleveringen worden besproken. Iedere hoofdaflevering wordt bovendien vergezeld door een bonustrack, waarin aanvullende auteurs of thema’s kort worden uitgelicht.

Op Historiek verschijnt bij elke bonustrack een artikel met extra verdieping en achtergrond – steeds met drie vrouwelijke tijdgenoten uit dezelfde periode. 3 maart verscheen de bonustrack 6.1.

Tijdgenoten

Deze keer staan religieuze vrouwelijke auteurs centraal die vaak autobiografisch schrijven, zodat door hun ontmoeting met God de lezers ook het goddelijk licht kunnen zien. Lang is gedacht dat vrouwen zich politiek niet durfden te uiten, laat staan via religieuze teksten. Ook omdat vrouwen in de kerk geacht werden te zwijgen (dankjewel Paulus). Maar dat blijkt niet helemaal waar. Vrouwen konden zich – vaak na toestemming van een biechtvader – juist via hun religieuze teksten politiek roeren: religie wás immers politiek in die tijd. Je kon er in de Zuidelijke Nederlanden voor op de brandstapel belanden. In de Republiek kon je ervoor worden verbannen of in het gevang terechtkomen, zoals Isabella de Moerloose, die centraal staat in Historische Klassiekers-podcast aflevering 6. Je uitspreken over je geloof kon dus een risico inhouden.

Tegelijk moet je bedenken dat – nadat het calvinisme tot staatsgodsdienst was verheven – er godsdienstvrijheid bestond in de Republiek. De katholieke begijnhoven en kloosters mochten in veel steden langzaam uitsterven. Soms bleven ze zelfs bestaan, zoals in Haarlem en Amsterdam. Het katholieke maagdenhuis in Amsterdam (waar de Dolle Mina’s in 1969 hun strijd begonnen) werd al in 1570 opgericht door vrouwen die op het Begijnhof woonden. In de hele Republiek waren in 1680 maar liefst 5000 katholieke kloppen en begijnen actief tegenover 450 priesters. Wist je dat van de katholieke “professionals” 90 procent vrouw was? Vaak ging het daarbij om rijke vrouwen, die met hun geld en inzet de katholieke kerk overeind hielden. En tientallen vrouwen schreven: dat was hun manier om hun eigen vrouwelijke theologie te bestuderen en op te tekenen.

De vier vrouwen die hier centraal staan, leven op eentje na vóór de tijd van Isabella van Moerloose. Ze binden unverfroren de religieuze strijd aan: Cornelia Teellinck (calvinist), Elisabeth Strouven (katholiek), Maria Petyt (katholiek) en tijdgenoot van De Moerloose, Sibylle van Griethuysen (calvinist). In Bonustrack 6.1 hoor je meer over hen, maar hier kun je ook over hen lezen.

Cornelia Teellinck (1554-1576): Gods woord als wapen tegen onderdrukking

Zeeland, 1572. De Spanjaarden gaan op bevel van Fernando Álvarez de Toledo, graaf van Alva, brandschattend de dorpen door. Ze snijden kelen open en executeren na een schijnproces in de Bloedraad iedereen die geen katholiek is. Zeker duizend mensen in de Lage Landen wachten de doodstraf. De calvinisten, ondergedoken in kerken, schuurtjes en op zolders, weten: wie betrapt wordt met een Bijbel in de hand, eindigt voor de Bloedraad. In 1572 wordt Den Briel door de Geuzen bevrijd van de Spanjaarden. De katholieke Cornelia Teellinck uit het vlakbij gelegen Zierikzee, dan negentien jaar, heeft calvinistische preken gehoord en het licht gezien. Ze baant zich al schrijvend een weg door de onderdrukking met een calvinistische geloofsbelijdenis die als een brandbrief rondgaat. Heb geen angst voor het zwaard of de vijand, stelt ze haar mede-calvinisten gerust, onze God ontfermt zich over ons.

Een corte belijdenisse des geloofs, titelpagina – Cornelia Eeuwouts Teellinck, 1625.

Teellincks Een Corte Belijdenisse des Geloofs (1573) is een politiek manifest. Het is gebaseerd op de geloofsbelijdenis van de gereformeerde Franse theoloog Guido de Brès. Teellinck schrapt acht van zijn 37 artikelen, herschikt de rest en voegt er haar eigen vuur aan toe: Spanje is “de hoer van Babylon”, de Nederlanders zijn het onvolprezen, zuivere Israël en God zal de onderdrukker verpletteren. Terwijl Cornelia toch de veroordeling van meerdere calvinisten heeft meegemaakt, schrijft ze aan het einde:

En als teken dat ik mij niet schaam,
heb ik hieronder gesteld mijn naam.

Dit is ronduit moedig. Wie in deze tijd openlijk calvinistisch schrijft, riskeert immers Alva’s folterkamer.

Cornelia ontspringt de dans. Haar tekst wordt veelvuldig en gretig gedeeld: er is nood aan verhalen die het calvinisme logisch en in begrijpelijke taal uitleggen, in plaats van in wollige kerkstellingen in het Latijn. Wanneer zij overlijdt, laat haar zus Susanna Teellinck het manuscript verder rondgaan. Dertig jaar later, in 1607, als de Spanjaarden onder Spinola de Republiek opnieuw bedreigen, publiceert Susanna op aanraden van diverse geestelijken de belijdenis in boekvorm: de belijdenis zelf beslaat maar twaalf pagina’s. Ze voegt er negen originele, religieuze en politiek uitgesproken gedichten van haar zus aan toe die nog eens eenentwintig pagina’s tellen.

Susanna’s voorwoord is te lezen als oorlogskreet: “Ik wens van harte – zoals Paulus leert – dat jullie eensgezind zijn in Christus, opdat wij standvastig in het geloof kunnen staan.” Alleen al het feit dat een vrouw het werk van een vrouw publiceert, spreekt boekdelen: hier waren twee vrouwen zo overtuigd van hun missie, dat ze zich niet meer lieten tegenhouden. De mannen moesten vrij baan maken. En dat deden ze ook; de calvinistische kerkelijke autoriteiten waren maar wat blij met Teellincks geloofsbelijdenis en het succes ervan. Het paste in de golf van anti-Spaanse propaganda en hield de oorlogsgeest levend.

Het boek wordt vijf keer herdrukt (tot 1625): een bestseller. Zoals we vaker zien in deze serie – en zoals ook bekend is over WOI en WOII – kan oorlog voor vrouwenemancipatie (tijdelijk) gunstig uitpakken. Juist wanneer het alle hens aan dek is, zijn ook de woorden en daden van vrouwen opeens welkom.

Elisabeth Strouven (1600-1661): geestelijk moeder van mannen

Al zou je het niet verwachten, in deze tijd konden vrouwen de “geestelijke moeder” zijn van priesters en zelfs een kloosterorde stichten. In de Zuidelijke Nederlanden dan. Misschien ook wel door de Maria-verering en het veelvuldig aanroepen van Onze-Lieve-Vrouw dacht men binnen het katholicisme wat vriendelijker over vrouwen.

Voorpagina van De autobiografie van Elisabeth Strouven (Naar het zeventiende-eeuwse afschrift uitgegeven door Florence Kroon). Via Historiek

De in Maastricht in een schoenmakersgezin geboren Elisabeth Strouven is katholiek. Hoewel de Staatse, protestantse troepen de stad bezetten mogen de katholieke diensten in Maastricht doorgaan en ook de kloosters blijven open.

Haar moeder was ziek en “betoverd” (behekst). Dat doet denken aan de moeder van Isabella de Moerloose, die dacht dat Isabella door de duivel bezeten was. Beiden hadden daardoor een moeilijke jeugd. Bovendien is Strouven fysiek wat gammel: als ze op zolder hout moet halen, is ze door de vele trappen bang nooit meer beneden te komen. Op haar zestiende gaat ze het huis uit en treedt toe tot de franciscanen. Als ze een schooltje heeft, worstelt ze met de vraag of ze zich volledig in afzondering aan God moet wijden, of de kinderen vroomheid moet blijven bijbrengen, iets wat haar diep ontroert. Met toestemming van haar biechtvader heft ze het schooltje op. God vertelt haar dan dat ze een kloosterorde moet stichten. Ze vindt een vriendin met een rijke burgemeester als vader en gaat met zes vrouwen in het huis wonen dat hij ter beschikking stelt. Steeds meer mensen sluiten zich aan. Omdat haar gemeenschap pestslachtoffers verzorgt, wordt haar orde getolereerd door het stadsbestuur. Al ontvangt ze geen vrijstelling van accijnzen of vergoeding helaas.

Op aanraden van haar biechtvader schrijft ze een monumentale autobiografie over het opzetten van de kloosterorde, haar ervaringen als geestelijke leidsvrouw en de mannen die zich aan haar onderwierpen. En dat alles vol levendige anekdotes: van het vasten dat haar zo zwaar viel dat ze midden in de nacht stiekem een kaars opat tot haar diep persoonlijke gesprekken met mannen die zich aan haar onderwierpen als geestelijk leider en steeds op hun knieën haar toestemming vroegen. Net als in het Vrede tractaet van Isabella de Moerloose gebruikt ook Strouven veel dialogen. Haar autobiografie is nog steeds beschikbaar: in 2021 verscheen deze voor het eerst in druk bij uitgeverij Panchaud onder de titel De autobiografie van Elisabeth Strouven (Naar het zeventiende-eeuwse afschrift uitgegeven door Florence Kroon).

Drie priesters, die geacht werden de zielen van gelovigen te leiden, kiezen voor Strouven als hun geestelijk leider. Een van hen smeekt haar er zelfs om, hoewel ze aanvankelijk weigert. God had hem bevolen zich aan een vrouw te onderwerpen, omdat hij zijn eigen vrouw zo slecht had behandeld. Een andere man bezoekt arme zieken en neemt hun vuile kleren mee. Hij vraagt op zijn knieën aan Strouven toestemming om ze te mogen wassen. Hoewel ze antwoordt dat dit vrouwenwerk is en dus vernederend voor een man, wil hij het toch zelf doen. Strouven heeft diep ontzag voor zijn toewijding: ze maakt van hem een Christus in haar verhaal. Zo ontstaat een subtiele en slimme omkering. Als hij Christus is en zij Moeder Maria is er immers geen sprake meer van een hiërarchisch “foute” verhouding: zo pleit ze zich vrij voor mogelijke aanklachten (want helemaal normaal is het natuurlijk niet, dat mannen geleid worden door een vrouw). Net als Antoinette de Bourignon in bonustrack 3.1 kreeg Strouven er zo heel wat “kinderen” bij. Wel is ze door de opzichtige onderdanigheid die de mannen haar in het openbaar betuigen, benauwd om in het gevang gesmeten te worden.

Maria Petyt (1623 – 1677): de ver-niet-iging van het ik: radicaal je eigenbelang loslaten

De tien wijze en dwaze maagden, olieverf op doek – onbekende Vlaamse schilder, zeventiende eeuw

De in Hazebroek geboren Maria Petyt staat aan dezelfde kant van het religieuze spectrum als Strouven: ook zij is, net als Alijt Bake, die we in bonustrack 1.1 leerden kennen, katholiek. Petyt laat zich net als Bake in haar religieuze autobiografie weinig gelegen liggen aan de kerkvaders. Maar Petyt kreeg dan ook alle medewerking van haar kerkvader: hij stimuleerde haar om te schrijven.

Petyt was Vlaams: Hazebroek ligt nu in Noordwest Frankrijk, maar lag toen in Zuidwest Vlaanderen. Nadat ze werk van Thomas van Kempen en Benedictus van Canfield had gelezen, raakte ze al jong religieus bevlogen en trad toe tot de begijnengemeenschap in Gent. Ze kende niemand in de stad, waardoor ze het gevoel had “uit de lucht te zijn gevallen”.

Bijzonder is dat lekenspiritualiteit al vanaf de Middeleeuwen in kringen van vrouwen wordt gecultiveerd. Meestal met werken van barmhartigheid als ziekenzorg, armenzorg of onderwijs. Vrouwen hebben duidelijk een grotere invloed op het godsdienstige leven van de bevolking dan de bisschoppen of de clerus. Vaak verzamelen spirituele vrouwen zich in begijnhoven. In Gent zijn er in 1624 drie van, met totaal maar liefst 400 juffrouwen. Daar wordt ook veel gesproken over mystieke ervaringen en mystieke literatuur.

Het is dus niet voor niets dat juist daar, in zo’n begijnhof, Petyts eenzaamheid plaatsmaakt voor een indringende, mystieke, goddelijke ervaring. Daarna werpt ze zich als een blij kind in “Zijn vaderlijke schoot”. In 1647 gaat ze als karmeliet eenzaam – of dus eigenlijk met God – in een kluis leven, ondanks dat ze stoeit met haar zwakke gezondheid. Vanuit daar schrijft ze brieven aan haar geestelijk begeleider.

Haar levensverhaal is een indringende reflectie op haar geestesleven, postuum gepubliceerd onder de titel Deinend op Gods tij, en is nog steeds leverbaar. Dat haar verhaal nog steeds gelezen wordt, heeft alles te maken met de vurige stijl vol metaforen waarmee zij weet door te dringen – vaak ook nog met humor – tot de kern van haar levensgebeurtenissen. Daarbij komt zij uit haar tekst naar voren als een eigenzinnige vrouw, die zich weinig aantrekt van wat men van haar vindt. Hoezo “petit”, hoezo bescheiden?

In het begijnenklooster had Petyt de autobiografie van Teresa van Avila (De Heilige Teresa) gelezen. Ze herkende daarin de fysieke en psychische uitdagingen die Van Avila doorstond. Petyt neemt ‘Teresa’ als tweede naam aan en kopieert de indeling van de visioenen van Van Avila. Langzaam ontwikkelt ze zich, al twijfelend en zelfkritisch, van abstracte mystiek richting christocentrische mystiek; gericht op eenwording met Christus. Een grote inspiratiebron daarvoor is het werk van Maria Magdalena de’ Pazzi, een extatische mystica uit Florence. 

Petyt hield net als De’ Pazzi een pleidooi voor de christocentrische levensreis. Doel was om zó doorschijnend te worden dat Gods oneindige schoonheid door je heen zou kunnen stralen. Dat betekent het ‘ik’ afleggen, steeds verder ‘niet-worden’ en je realiseren dat het ‘ik’ slechts een onbetekenende illusie is: je bent nietig ten overstaan van God. En ziedaar de beloning: door jezelf uit te wissen, bereik je het hoogtepunt van “geestelijke wellust”. 

Hoe ver Petyts diepreligieuze streven naar opgaan in God ook van ons afstaat, het is misschien wel leerzaam om onze ik-gerichtheid eens opzij te schuiven en plaats te maken voor iets groters of hogers dat buiten onszelf ligt.

Sibylle van Griethuysen (1621-1699): kritisch op de kerk en toch geliefd

Portret van Sibylle van Griethuysen, gravure – Jacob van Meurs naar Theodoor Faber, 1651. Rijksmuseum, Amsterdam

Deze Gelderse schrijver uit een mennonietengezin is al even eigenzinnig als Petyt. Geboren in Buren beheerst ze op haar twintigste Latijn, Frans en besluit ze zich al jong te bekeren tot het calvinisme. In 1638 trouwt ze en verhuist naar Friesland (waar ze een room of her own heeft: uniek voor een vrouw destijds). Daarna woont ze in Groningen, om later in Veenendaal een nieuw bestaan op te bouwen met haar tweede man.

Op haar vierentwintigste debuteert ze met In rym gestelde claeg-liederen Jeremiae (1645). Het is een primeur: als eerste vrouw in de Republiek geeft ze zelfstandig religieuze poëzie uit. In de introductie legt ze uit waarom zij als jonge vrouw durft te spreken over het geloof (sinds het een letterlijke berijming is van Jeremia’s klaagliederen uit de Bijbel). Geen zorgen, legt ze uit in haar voorwoord. Ze dicht niet voor theologen, maar voor jonge mensen. Ofwel: ze wil het theologisch debat niet aangaan, maar ze wil stichten, zieltjes winnen! Zo claimt zij in het mannendomein van de preekkunst als vrouw ook zeggenschap. 

Een jaar later publiceert ze – na goedkeuring door de kerkenraad van haar woonplaats Appingedam – Spreeckende schildery en haast zich de lezer ervan te overtuigen dat haar huishouden ondertussen heus geen puinhoop is geworden, ook al schrijft ze zoveel. Het is een meditatie over een deel van het Hooglied en een uitleg daarvan, waarmee ze zich aansluit bij de in gereformeerde kringen dan zo hippe bijbel- en psalmberijmingen. In een gedicht aan de adellijke Anna Ripperda toont ze dat haar dichterlijke ambities verder reiken dan religieuze dienstbaarheid: ze haalt er ook nog even sociale banden mee aan. In de bibliotheek van Ripperda had ze het boek Van de wtnementheyt des vrouwelicken geslachts mogen lezen en was zo op de hoogte geraakt van andere dichtende vrouwen uit haar tijd.

Haar boek veroorzaakt in Appingedam echter een klein schandaal. In een van de gedichten neemt Van Griethuysen dapper de hypocrisie van de kerk onder de loep door het type van een ijdele, onoprechte prediker op te voeren. De in het stadje dienstdoende predikant voelt zich persoonlijk aangesproken en krijgt het voor elkaar dat Van Griethuysen en haar man tijdelijk van de dienst van het avondmaal uitgesloten worden: een zwaar gevoelde straf indertijd. Heel Appingedam weet er uiteraard van. Nog twee keer hierna wordt Van Griethuysen voor de kerkenraad gedaagd om haar teksten.

Zo gekapitteld als ze wordt door de kerk in haar woonplaats, zo omarmd wordt ze door schrijvers elders in de Republiek. Ze wisselt gedichten uit met Constantijn Huygens, die worden opgenomen in de verzamelbundel Klioos kraam (1656). Daardoor krijgt ze ook contact met andere mannelijke auteurs, maar ook met vrouwelijke dichters als Eelckje van Bouricius, Maria Heyns en Sibylle van Jongstal. In haar Spreeckende schildery bedankt ze Anna Maria van Schurman (bonustrack 4.1), omdat zij haar had gewezen op de belangrijke rol van vrouwelijke poëzie. Met zulke vermeldingen van allerhande eervolle connecties versterkte Van Griethuysen uiteraard ook slim haar eigen naam en faam. Van Griethuysen werd de Ommelandse Muza genoemd en de Sappho van Appingedam. Ze was de Noordelijke literaire coryfee en werd zo een rolmodel voor andere vrouwen.

Meer weten? Luister naar de podcast-serie Historische Klassiekers of volg het nieuws over de serie op Substack.

Dit artikel is overgenomen van Historiek.

Externe inhoud van Spotify

Deze inhoud wordt geladen van Spotify en plaatst mogelijk cookies. Wil je deze inhoud bekijken?

Externe inhoud van Spotify

Deze inhoud wordt geladen van Spotify en plaatst mogelijk cookies. Wil je deze inhoud bekijken?

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 16e eeuw, 17e eeuw, auteurschap, Historiek, religie, vroegmoderne tijd

Lees Interacties

Reacties

  1. Frank Willaert zegt

    7 maart 2026 om 11:42

    Met Maria Petyt wordt “de Republiek” hier wel zéér breed geinterpreteerd.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Frank WillaertReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Anna Rethaan en Anna Maria Vincentius • Verquikte Ziel

’t Was of in vreugdezang ik my, met Heilige Engelen
En zaligen vereend, thans ongestoord zou mengelen
In Godes roem. de stryd scheen voor my uitgestreên.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

RAAM VOL NACHTVLINDERS

Zij trillen tot zij zitten op
hun plaats als het niet waait, het raam
verlicht, stil tot het einde van
de nacht, stijf op een doel gericht,
uit op bezweren van het licht.

Zij dragen niet als opgeprikten
op vleugels van stilleven as
van ’t ademloze om de naald,
maar levend stof van licht beogen
als van de nacht die ademhaalt.

Bron: De Revisor, april 1974

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

17 april 2026: Boekpresentatie Nederlandse nationaalsocialistische literatuur

17 april 2026: Boekpresentatie Nederlandse nationaalsocialistische literatuur

7 maart 2026

➔ Lees meer
13 maart 2026: Promotie Gerda van de Haar over Marcel Möring

13 maart 2026: Promotie Gerda van de Haar over Marcel Möring

4 maart 2026

➔ Lees meer
20 maart 2026: Landjuweel

20 maart 2026: Landjuweel

3 maart 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1917 Arend Mooij (A. Marja)
1952 Anke van Reenen-Jongkind
sterfdag
1937 Albert Verwey
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik ben neerlandicus en ik heb iets ontdekt

Ik ben neerlandicus en ik heb iets ontdekt

7 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Sterkte-zwakteanalyse bij het examen Nederlands

Sterkte-zwakteanalyse bij het examen Nederlands

6 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Wij lezen – en wel hierom!

Wij lezen – en wel hierom!

6 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d