Het Derde Rijk und kein Ende

Het is dat ik zo’n groot liefhebber ben van het werk van Martin Michael Driessen, anders had ik een boek met als titel Liefde in het Derde Rijk, laten liggen. Wat is dat voor edelkitsch? Eeuwig ruisen de bomen in nazitijd. Gelukkig valt er, zoals steeds, veel te beleven bij Driessen.
De huidige Nederlandse letterkunde is, zeer globaal, in twee categorieën te verdelen: enerzijds is er de zeer populaire autofictie waarin het eigen leven van de auteur centraal staat – soms zeer gestileerd en met fictionele elementen en soms geheel onverbloemd; anderzijds zijn er, wat ik zou willen noemen, ‘projectschrijvers’ – auteurs als Esther Gerritsen, Wouter Godijn of A.H.J. Dautzenberg, die met elk nieuw boek een geheel nieuw verhaal vertellen. Uiteraard zijn er ook in de boeken van dit soort schrijvers, waartoe ook Driessen behoort, constante thema’s en motieven te vinden, maar iedere roman kent zijn eigen aanpak. Bij Driessen zou je, als je nu toch aan het rubriceren bent, nog kunnen denken aan de Vestdijk van de historische romans. Hij draait zijn hand niet om voor een schelmenroman die in de achttiende eeuw speelt, een boek dat zich afspeelt in het uiteenvallende Joegoslavië, of tijdens de Eerste Wereldoorlog of hij schept een surrealistische road novel die de lost years van Jezus thematiseert.
Arische baby’s
Driessen beweegt zich met een onvoorstelbaar gemak in de door hem beschreven periodes, zo ook in Liefde in het Derde Rijk – hoewel het woord gemak bij de toch tamelijk ongemakkelijke thematiek misschien niet op zijn plaats is. De roman gaat over drie Duitse jongeren ten tijde van het Nazibewind, met uiteenlopende sympathie voor het regime. Zo is er Georg, die vooral heimwee lijkt te vertonen naar het Duitsland van weleer en die ronduit moet toegeven dat het Derde Rijk eigenlijk ‘niet het zijne’ is. Als soldaat probeert hij te overleven, vooral door te proberen penibele oorlogssituaties zoveel mogelijk te vermijden.
Dan is er Klara, klein en met een klompvoet ook niet meteen het prototype Ariër. Haar vader vindt het, juist vanwege haar handicap, van belang dat ze een goede opleiding krijgt. Zelf denkt ze al jong haar roeping te vinden in het klooster, waarheen ze eigenmachtig vertrekt. Maar vanwege haar fysieke beperktheden komt ze niet niet verder dan de voordeur (‘Een bruid van Jezus Christus hoort perfect te zijn’). Een andere carrière wacht, zij wordt namelijk door Heinrich Himmler persoonlijk als inspectrice aangesteld bij het beruchte Lebensborn-project dat, op diverse plaatsen in Europa, beoogde om raszuivere Arische baby’s ter wereld te brengen en op te voeden.
Vlucht
Het derde hoofdpersonage is Lore. Anders dan Klara is zij een knappe, atletische Germaanse vrouw, en fanatiek Nazi. Lores wereld valt gaandeweg grondig in duigen. Haar geliefde, een SS-onderofficier, sneuvelt aan het Oostfront, haar dienstauto, een grote bepantserde Mercedes, waarmee ze als chauffeuse Klara door het hele Reich langs de Lebensborn-huizen rijdt, eindigt geheel onttakeld. Zijzelf wordt in de bevrijdingsdagen slachtoffer van een groepsverkrachting door Amerikaanse militairen – nadat ze het bevel tot verontschuldiging voor de misdaden van het Derde Rijk beantwoordde met ‘Sieg Heil.’
Uiteindelijk rollen alledrie levend de oorlog door. Georg wordt krijgsgevangen genomen, maar weet de Rijn over te steken en is in veiligheid. Klara doet een halfslachtige poging tot onderduiken maar wordt door de geallieerden gearresteerd en krijgt vijf jaar beroepsverbod. En Lore besluit na de groepsverkrachting zwanger zelfmoord te plegen door zich te verdrinken in de Rijn. Daar wordt zij op het ultieme moment gered door Georg die daar net aanspoelt bij zijn vlucht over de rivier.
Boeket rode rozen
Met het ineenstorten van het Derde Rijk eindigt de roman niet. Er volgen nog 11 pagina’s epiloog met korte episodes die zich na de oorlog afspelen. Een uit 1966, eentje uit 1969 en een langere uit 2006. In dat laatste deel maken we kennis met Bruno Heidenreich, een journalist van wie gesuggereerd wordt dat hij van kleur is (‘een knappe, wat exotische man’.) Hij blijkt Lores zoon te zijn en bezig een reportage te maken over zijn ouders. Hij hoopt wat informatie te vinden bij Klara, die intussen echter zwaar dement is. Haar jongste zus, Lotte, blijkt in hetzelfde verzorgingshuis te zitten en is wel nog geheel aanspreekbaar.
‘Bent u Duits?’ vraagt ze wantrouwend.
‘Jazeker,’ antwoordde Bruno, ‘ik ben gemeenteraadslid.’
‘Voor de Groenen zeker?’
‘Voor de SPD. Maar ik begrijp uw vragen. Lore, mijn moeder, had na de oorlog een kortstondige verhouding met een Amerikaanse soldaat… vandaar.’
Het is wat bittere ironie dat Bruno spreekt van een ‘kortstondige verhouding’ – of is hem de ware toedracht nooit verteld? Onder de Amerikaanse verkrachters van zijn moeder bevond zich een joodse en een zwarte man. Dat is ongetwijfeld wat Bruno (de ‘bruine’, bepaald een speaking name dus) zo ‘exotisch’ maakt. Uit de rest van zijn levensverhaal kunnen we opmaken dat Lore na de oorlog getrouwd is met haar redder Georg. Beiden overleden in 1969 bij een auto-ongeluk. Bruno vertelt zijn verhaal aan verpleegster Imara, ook van kleur (‘Ze heeft een tintje’). Liefde in het Derde Rijk eindigt met een hoopvol maar open einde als Bruno Imara opwacht met een boeket rode rozen.
Beschaafd
De epiloog is, denk ik, meer dan alleen een poging om alle losse verhaaleindjes aan elkaar te knopen: het geeft namelijk een extra dimensie aan een thema dat onderhuids het hele boek bepaalt. Lore was een fanatieke Nazi die chauffeerde om een belangrijke functionaris naar de Lebensbornhuizen te brengen: de plek waar het ultieme Arische ras gekweekt zou worden. Uitgerekend zij krijgt een kind van kleur; haar chef Klara gaat na de oorlog, na haar straftijd, aan de slag als secretaresse op een instituut waar ze vivisectie plegen op proefdieren – ook een veelzeggend detail. Ras speelt zo tot de laatste bladzijden van deze roman. Overigens zadelt Driessen ons op deze plek wel op met een raadsel – of is het een compositiefout? Over Bruno lezen we dat hij in 2006 59 jaar is, wat inhoudt dat hij in 1947 geboren zou zijn. Zelfs als zijn verjaardag 1 januari is, moet hij in april 1946 zijn geconcipieerd – het lijkt uitgesloten dat er toen nog onbestraft verkrachtende Amerikanen rondtrokken door Duitsland. Bovendien is Lore al z3wanger als ze door de vluchtende Georg gered wordt. Tegelijk: waarom zou Driessen die (foute) leeftijd zo nadrukkelijk vermelden? Suggereert hij toch een andere vader van Bruno?
Driessen schreef in elk geval een uiterst fascinerende roman die welbeschouwd heel ongemakkelijke zaken aan bod laat komen. Hij beschrijft zijn hoofdpersonages, in verschillende gradaties Nazi, zonder veroordeling, haast empathisch en als er al bad guys zijn, dan zijn het de verkrachtende Amerikaanse militairen. Zo wijkt hij op geheel eigen manier van het zwart/witdenken af.
Ten slotte lijkt mij, ondanks alles, de boodschap (als je dat zo mag noemen) van Liefde in het Derde Rijk eigenlijk bepaald hoopvol. Toont de ontluikende liefdesgeschiedenis tussen Bruno en Imara in het 21ste-eeuwse Duitsland niet het failliet van de rassenwaan? Het zal geen toeval zijn dat precies op de plek waar Bruno haar opwacht met zijn boeket ooit gewandeld werd door Goethe, bij uitstek het symbool van humanistisch, beschaafd Duitsland.
Laat een reactie achter