• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Ik haal mij ’n hond op

26 april 2026 door Marc van Oostendorp 3 Reacties

Daniel Lohues (2018)

In de Middelnederlandse tekst Der Ystorien bloeme staat de zin: ‘Ghi selt mi saterdaghe gaen / Ter kerken’. Eeuwen later vertelt een vrouw een anekdote: ‘Ik bel aan en daar staat me toch een beer voor de deur.’

De eerste zin kreeg enige bekendheid door de grammaticus F.A. Stoett, en is sindsdien door veel andere schrijvers over het Middelnederlands geciteert. (Overigens zonder duidelijk te maken waar Stoett hem vandaan had; leve Google!) De reden dat Stoett en zijn overschrijvers dat zinnetje citeren is vanwege het woordje mi. Wat doet dat daar? Ghi gaat zaterdag naar de kerk. Over of de spreker daar ook zal zijn wordt niets gezegd. Er wordt de spreker ook niets aangeboden of meegedeeld zoals je verwacht bij een vorm in de derde naamval, de datief. Mi drukt hier iets anders uit: dat het de spreker wat kan schelen. Dat hij zich betrokken voelt bij de gebeurtenis. Dat hij zeggen wil: en daar hou ik je aan.

Over de tweede zin kun je je soortgelijke vragen stellen. Staat er de vrouw een beer voor de deur? Die zin valt niet eens te interpreteren, zodra je me vervangt door iets anders. Dat me van de vrouw zegt: stel je voor, ík stond daar, en wat ik zag was niet te geloven.

De taalkundige term voor dit verschijnsel is ethische datief. In de standaardtaal is dat inmiddels een marginaal verschijnsel geworden, mogelijk omdat we sowieso geen herkenbare datiefvormen meer hebben, zoals het Duits (ich, mir, mich). Het gebruik is beperkt tot een handvol uitdrukkingen (‘Dat is me wat’, ‘Doe me een lol’). In met name de oostelijke dialecten van Nederland leeft deze vorm nog wel voort. Voor een aantal taalkundigen van naam vormde het de afgelopen decennia een belangrijke bouwsteen van hun oeuvre.

Jouw meebeleving

In het Standaardnederlands is de vorm zoals gezegd nagenoeg verdwenen. Er zijn precies twee vormen die als ethische datief kunnen optreden: me en je. En die twee zijn aan strikte regels gebonden. Om te beginnen werkt alleen de onbeklemtoonde versie ‘Dat is me wat!’ kun je wel zeggen, maar ‘Dat is mij wat!’ niet. Het heeft bovendien een specifieke betekenis. In een zin als ‘Kijk me dat Rembrandtplein eens!’ – ooit geanalyseerd door de taalkundige Theo Janssen – drukt de ethische datief verwondering uit in plaats van een advies om de ogen op het Rembrandtplein te richten.

In het Limburgs is deze naamval nog het meest thuis, misschien omdat je er in veel dialecten nog echte datiefvormen vindt. Waar het Standaardnederlands alleen hem en haar kent, onderscheidt het Limburgs nog vormen als dem en d’r voor meewerkend voorwerpen.

De taalkundige Leonie Cornips documenteerde hoe de ethische datief in Heerlen nog dagelijks opduikt in spontane verhalen in het Heerlens Nederlands – een vorm van Nederlands die in de tijd van de industrialisatie van de mijnen is ontstaan onder invloed van het dialect. Met het door Cornips opgetekende, al genoemde zinnetje ‘Ik bel aan en daar staat me toch een beer voor de deur’ drukt de vertelster verbazing uit: het me zegt dat zij getuige was en dat het haar overweldigde. Dat kun je in het algemeen gangbare Nederlands ook nog zeggen. Maar in ‘Als je in die tram moest … die mensen hingen je over het dak’ doet het je iets anders: het trekt de luisteraar het verhaal in, alsof die er zelf bij was. De ene keer richt de ethische datief zich naar binnen (mijn beleving), de andere keer naar buiten (jouw mee-beleving).

Persoonlijk getroffen

Ook buiten Heerlen ervaren Limburgers de ethische datief expliciet als een herkenbaar kenmerk van het Limburgse taalgevoel, het is iets eigens geworden omdat andere regio’s de vorm niet meer hebben. Dialectsprekers voelen dat hun taal hier iets kan wat de standaardtaal niet kan. Ook in het Duits is de ethische datief nog volop in gebruik — ‘Dass du mir nicht wieder zu spät kommst!’ – alleen kennen de meeste Duitsers te weinig Nederlands om te beseffen dat dit iets bijzonders is .

In de Nedersaksische dialecten van Twente, Drenthe, de Achterhoek en Groningen doet de ethische datief net weer een beetje anders. Het bekendste voorbeeld: ‘Ik hebbe mij den band lek’ (ik heb een lekke band) werd bekend gemaakt door de historisch taalkundige en dialectoloog Cor van Bree. De datief wordt hier gebruikt om een bezitsrelatie uit te drukken. Het drukt uit dat de spreker persoonlijk getroffen is: het overkomt hem, het is zijn probleem.

De Drentse zanger Daniël Lohues verwerkte het in het lied ‘Ik haal mij ’n hond op’. Ook hier voegt mij een laag toe die lastig te vertalen is. Het gaat hier niet zomaar een hond die zomaar wordt opgehaald. Er wordt geen mededeling gedaan over een feit maar over een belevenis:

Externe inhoud van YouTube

Deze inhoud wordt geladen van YouTube en plaatst mogelijk cookies. Wil je deze inhoud bekijken?

Andere gedaante

De dialectoloog Toon Weijnen noteerde in 1958 een opmerkelijk detail: waar de meeste oostelijke dialecten me gebruiken als ethische datief, is het in Drenthe juist je dat deze functie vervult. Het is een klein verschil, maar het laat zien dat zelfs binnen het Nedersaksische gebied de vormkeuze varieert.

Het Fries heeft een ander voornaamwoordsysteem dan het Nederlands, met vormen als my en dy die in sommige contexten nog als echte datieven fungeren. De taalkundige Eric Hoekstra heeft aangetoond dat het Fries, en vooral het Oudfries, datiefconstructies veel langer heeft bewaard dan het Nederlands, vooral in combinatie met lichaamsdelen en persoonlijke beleving. Zinnen zoals ‘mij doet de kop pijn” zijn in het Fries natuurlijker dan in het Nederlands.

Of het Fries ook een ethische datief kent in de strikte zin — een onbeklemtoond pronomen dat puur betrokkenheid uitdrukt — is minder duidelijk. Het verschijnsel is voor zover ik kan nagaan niet systematisch onderzocht. Maar wat het Fries in elk geval laat zien, is dat de datief als grammaticale categorie ook in het noorden van Nederland niet dood is. Hij heeft alleen een andere gedaante aangenomen dan in het oosten.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: dialectologie, ethische datief, naamvallen, taalkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. Henk Wolf zegt

    26 april 2026 om 07:43

    Ik zie een paar zaken wat anders dan Marc. De ethische datief lijkt me zeker niet tot een paar constructies beperkt of marginaal. “Marc schrijft me toch altijd leuke stukjes”, “De hoofdredacteur is me toch actief”, “Hoe lapt ie me dat elke keer?”, “Daar heeft ie me verdorie een onderscheiding in de wacht gesleept” zijn volgens mij allemaal grammaticaal onopvallende zinnen met een ethische datief erin. Ik heb ze de afgelopen decennia elk jaar met studenten behandeld en ik herinner me niet dat iemand ooit heeft gezegd dat ie ze vreemd vond.

    Verder kan ook “‘m” als ethische datief worden gebruikt. “We hebben het ‘m weer gelapt”, “Daat zit ‘m de kneep”, “Dat is het ‘m nou net”. Die vorm lijkt wel behoorlijk beperkt te zijn in z’n gebruiksmogelijkheden. In het Basisboek Syntaxis noem ik hem in hoofdstuk 9 onder het kopje “Ethische datief”.

    In de “band lek”-constructie heeft het voornaamwoord geen ethische functie, maar drukt het de bezitter uit. In “Ik heb me de band lek” bezit de “me” de band, althans in de brede interpretatie die “bezitten” krijgt als we het over voornaamwoorden hebben. Zo beschrijft Van Bree het ook. Dat het voornaamwoord geen ethische datief is, kun je daaraan zien dat het zich wat persoon, geslacht en getal aanpast aan het onderwerp: Oost-Nederlanders zeggen “Wij hebben ons de band lek”, niet “Wij hebben me de band lek”.

    “Ik haal mij ’n hond op” is weer een andere constructie. Er zijn in elk geval twee mogelijke benoemingen van “mij” daarin, maar de ethische datief is er niet een van, en dat is aan de volle vorm “mij” al zichtbaar. Verder kun je er ook andere voornaamwoorden voor in de plaats zetten: “Wij halen ons een hond op” bijvoorbeeld.

    Je kunt bij het ontleden van Lohues z’n zin argumenteren dat “zich ophalen” een wederkerend werkwoord is. Argumenten daarvoor zijn dat je “zich” niet door “zichzelf” kunt vervangen, dat je het niet elegant met “wie” kunt bevragen (“?Wie haal je een hond op?”) en dat je een begunstigde kunt toevoegen “Ik heb me voor m’n vader een hond opgehaald”. Een andere verdedigbare ontleding is die waarbij je “mij” als apart zinsdeel beschouwt dat de begunstigde van het ophalen uitdrukt. Een argument daarvoor is dat je het voornaamwoord door een zelfstandignaamwoordgroep kunt vervangen: “Ik haal m’n vader een hond op”. Afhankelijk van je visie op de categorisering van zinsdelen kun je dat zinsdeel “belanghebbend voorwerp” of “bepaling van belang” noemen.

    Het Fries heeft zeker ook nog een ethische datief, maar “my” in “My docht de holle sear” is er geen voorbeeld van. Ook in deze constructie kun je weer elke combinatie van persoon, geslacht en getal tegenkomen bij het gewraakte voornaamwoord: “My/Dy/Him/Har/Jin/Us/Jim/Harren docht de holle sear”. Ook zelfstandignaamwoordgroepen zijn hier mogelijk: “Dat famke docht de holle sear”. In al die zinnen is het eerste zinsdeel een possessieve datief, met een duidelijke referent.

    Overdiep noemt de ethische datief “my” in het Fries in z’n artikel “Het belang van het Friesch voor de studie van het Nederlandsch” uit 1937, met als voorbeeld een in de frisistiek bekend zinnetje: “Do bruist my dy jonge ûngelokkich”. De twee grote grammatica’s van het moderne Fries noemen de ethische datief ook. Jan Popkema bespreekt in zijn “Grammatica Fries” het ethische “my” op de pagina’s 268 en 285. Siebren Dyk en Truus de Vries noemen de ethische datief “my” op Taalportaal onder Frisian > Morphology > Inflection > Pronouns > Personal pronouns. Die vorm ‘my’ [mi] is fonologisch niet zo sterk afgezwakt als het Nederlandse “me” [m@], maar hij is in de dialecten waarin de sterke vorm “mij” [mEj] is wel de altijd onbeklemtoonde zwakke vorm van het pronomen. Een deel van de Friese Wouden onderscheidt geen sterke en zwakke vorm. Wat dat betreft is de situatie in het Fries vergelijkbaar met die in het Duits.

    Beantwoorden
  2. Ton Kolkman zegt

    26 april 2026 om 07:51

    Niet alleen het Fries kan de hoofdlijn op die manier zeggen. In Twente/Achterhoek kun je (vooral in het dialect, natuurlijk) nog gewoon zeggen: “D’n kop döt miej zeer”, of “Hee is miej doodgoan vuurda’k ‘m zeen kon”.
    En zelfs “Ik heb de vrouw in ber” (Mijn vrouw is ziek). Maar dat is weer een ander type constructie, natuurlijk.

    Beantwoorden
    • Ton Kolkman zegt

      26 april 2026 om 07:53

      Excuses voor de typfout ‘hoofdlijn’. Ik bedoel uiteraard ‘hoofdpijn’.

      Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Henk WolfReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johan van Heemskerck • Gedicht, dat de meisjes hun tijd niet moeten laten verloren gaan

Verharde Herderinnen,
Die noch het smeken noch de klacht,
Van uw getrouwe Herders acht,
Afkerig van het zoete minnen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Ik vind, elke dag heeft genoeg
aan zijn eigen kwaad. Wie zijn dag
niet mint, gaat mokkend ten onder.

Bron: Anton Korteweg

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

25 april 2026

➔ Lees meer
16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

22 april 2026

➔ Lees meer
15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

21 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1877 Arie de Jager
2018 Steven ten Brinke
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Joke van Vliet

In gesprek met auteur Joke van Vliet

20 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d