Over retorische bevelen

Zoals sommige vragen niet bedoeld zijn om te beantwoorden (‘Vond je dat nu zelf een goed idee?’), en daarom retorische vragen worden genoemd, zo zijn er ook bevelen die niet bedoeld zijn om te worden opgevolgd: retorische imperatieven, noemen de taalkundigen Josep Ausensi en Sebastian Buchczyk ze in een nieuw artikel. Ausensi en Buchczyk geven voorbeelden uit het Catalaans en het Duits, maar het is niet lastig om Nederlandse equivalenten te vinden. Je zit samen met een vriend te eten, en die vriend eet zonder het in de gaten te hebben de hele schaal met hapjes leeg. En jij zegt:
Ja, joh, eet het maar allemaal in een keer op.
Dat is geen oproep om het bord leeg te eten, laat staan, een bevel om dat te doen. Het is ook niet nodig, want het is al gebeurd. Waar retorische vragen ironisch kunnen zijn, zijn retorische bevelen eerder sarcastisch:
Tuurlijk, maak maar kapot!
Ja, ga eens lekker op mijn tenen staan!
Dat sarcasme en het feit dat het al is gebeurd zijn twee kerneigenschappen van het retorische bevel. Die handeling kan ook gaan over iets dat evident per ongeluk is gebeurd, of dat zelfs helemaal niet onder controle van de aangesprokene is (‘Ja, struikel nog maar een keer’, terwijl ‘struikel!’ nu niet echt een goed bevel is, behalve aan acteurs.)
Ausensi en Buchczyk merken voor het Duits op dat helemaal kale imperatieven niet goed werken. Er moeten dingen bij staan zoals halt in het Duits, en maar of eens lekker in het Nederlands, en in beide talen begint de zin ook vaak met zoiets als ja. Zoiets als het volgende is lastig als een retorische imperatief te brengen:
Eet het allemaal in een keer op!
Dit werkt in het Duits volgens de onderzoekers eigenlijk alleen goed met voldoende passende lichaamstaal, zoals het rollen van je ogen. Ik vind het me in het Nederlands dan nog steeds moeilijk voor te stellen zonder het verbale strooigoed van maar weer
Het meest opvallend vind ik eigenlijk dat Ja, dat de Duitsers dus ook gebruiken. Ja? Ik geloof dat het vooral bijdraagt aan het cynisme, het is een bevestiging, een soort instemming, die je ook kunt uitdrukken met Tuurlijk of Lekker (‘Lekker, laat de jus maar over de taart vallen!’)
De constructie kan ook met een ontkenning gebruikt worden. In dat geval kun je naar mijn idee ook Nee gebruiken:
Nee, groet me vooral niet, hoor!
Nee, vooral niet luisteren!
Dat bevestigt het sarcastische karakter, met ja of nee geef je je instemming met een situatie waar je het nooit mee eens kunt zijn. Door zo’n retorisch bevel te uiten maak je duidelijk dat er een norm is overschreden: dat we elkaars bord niet leeg eten, niet op elkaars tenen gaan staan, maar elkaar wel groeten en naar elkaar luisteren.
Nu snap ik de tien geboden ineens ook veel beter!