
Graag reageren we als makers van de leerlijn Polemiek in Schrijflab.nl op de recensie die Marc Kregting hierover schreef.
De kern van die recensie lijkt ons de zin: “Zelf ben ik allergisch voor de term ‘leerlijn’ en tegelijk fascineerde me de omzichtigheid waarmee de polemiek, die in Komrij een ongekroonde koning zou hebben gekend, werd benaderd.” Die omzichtigheid is er ja, omdat we te maken hebben met jonge geesten die het polemische vuur allicht al in zich hebben, maar niet altijd kunnen overzien wat er gebeurt als je vuurkracht koppelt aan woorden die anderen kunnen raken. Ook al raak je anderen niet als persoon, of op hun persoon: als je aan de overtuigingen van mensen komt, betreed je toch moeilijk terrein. En dat terrein verkennen, kost tijd en is er dus een leerlijn waarin leerlingen stapsgewijs het terrein verkennen: van het vermijden van anderen zoveel pijn doen dat ze je niet meer horen tot het bedenken waarover je je zo opwindt dat het een polemiek waard is, tot het ontdekken of je een polemiek-schrijver in je hebt zitten, tot het leren beheersen van veelgebruikte wapenen van de polemist.
Als je elke oefening op eigen merites gaat bekijken, dan zul je daarin allicht dingen missen of dingen te omzichtig opgeschreven vinden. Maar samen beogen ze aan te leren wat volgens essentieel is: de polemiek gaat om het maken van verbindingen. Tot iemand door proberen te dringen op niet al te subtiele wijze, maar wel omdat het ertoe doet. Een polemist praat niet in het luchtledige, en zal misschien nog wel meer dan andere schrijvers in andere genres moeten nadenken over hoe een band met de lezer te scheppen.
Verinnerlijkte scheidsrechter
Waarom is dat alles zo ingewikkeld nu? Niemand zal het met ons oneens zijn dat de komst van het internet de wereld ingrijpend heeft veranderd. Ineens ontstond er een radicale directheid en nabijheid van alles en iedereen, een ongekende contractie van ruimte en tijd. Deze wereldtransformerende digitaliteit heeft natuurlijk ook de structuur van de openbaarheid veranderd. Van pakweg het midden van de 18e eeuw tot het jaar 2000 was de openbaarheid een ruimte waarin meningen werden uitgewisseld in geschreven media, die werden gemodereerd en door redacties werden gestuurd. Bovendien waren deze meningen belichaamd, stemmen van levende denkende wezens, van scherpe mensen en hun schrijverspen
Zomaar iets roepen was er niet bij, er moest moeite gedaan worden, tijd besteed worden om een retorisch betoog te bouwen dat vervolgens door het filter van een redactie moest. Roepen deed je maar op straat, en botte domheid en agressie kwamen niet in de krant. Polemiek was hierin een literaire vorm, een gekunstelde manier om van mening te verschillen, de ruimtelijkheid van de openbaarheid gebruikend om de eigen mening te toetsen aan de gemeenschap van denkenden.
Polemiek was een daad en een proces van purificatie: twee schrijvers samen – hoe woest, giftig en antipathiek dan ook – op zoek naar ‘de waarheid’, of minstens naar een eindpunt van (een) visievorming. Het klinkt misschien gek, maar de ‘oude’ polemiek is gegrondvest in vertrouwen en respect. Het vertrouwen, namelijk, dat de ander moeite heeft gedaan om jou te lezen en te begrijpen, dat jouw werk de ander zijn mening waard is, en dat in de geborgenheid van de openbaarheid deze belichaamde meningen tegen elkaar afgezet worden, met de lezer als derde oog, als verinnerlijkte scheidsrechter zelfs misschien.
Werkzaam
Hoe anders is het nu. Niet voor niets zijn de woorden ‘veilig’, ‘veiligheid’, ‘sociale veiligheid’ momenteel pregnant en alom aanwezig in het maatschappelijk discours. De digitaliteit heeft namelijk de openbaarheid platgedrukt tot een uiterst onherbergzame en confrontationele interzone waarin alle kwaliteiten als geborgenheid, zorgvuldigheid, belichaamdheid, redactie, filtering en tijd zijn weggevaagd. Smakeloze grappen, botte meningen, pesterijen en bedreigingen zijn de normaalste zaak van de wereld geworden voor iedereen die zich in de digitale openbaarheid uit. We hebben ons daarom terdege afgevraagd of polemiek überhaupt nog een betekenisvol genre is, hoe we de waarde van polemiek aan de hedendaagse scholieren kunnen overbrengen, en vervolgens hoe we dit zouden kunnen doceren. Een flinke scheldpartij zou voor deze generatie namelijk niet herkenbaar zijn als iets waar iets uit geleerd zou kunnen worden. Daarvoor is verbale agressie te alomtegenwoordig en is iedereen te murw of schiet in de reflex om direct terug te meppen.
De sleutel voor ons was om vooraleerst de geborgenheid van de ‘oude openbaarheid’ (de wereld van Komrij) te installeren, om vanuit dit construct vervolgens fricties tot bloei te (kunnen) laten komen. Dat wij het werken vanuit verbinden centraal stellen is dus niet om de jongeren te behoeden voor schrammetjes, maar om hen stap voor stap in te wijden in hoe belangrijk en mooi het is om je te engageren in een meningsverschil, en dat zorgvuldig uit te werken binnen een context van nieuwsgierigheid, iets van intellectuele scherpte, en – niet te vergeten – plezier.
De zin uit Kregtings recensie “Polemiek wordt interessant wanneer de auteur zich geraakt voelt in een bovenpersoonlijk belang.” vonden we daarmee de meest belangrijke: dat is precies de reden waarom we jonge mensen dit genre wel moeten leren beoefenen. De wedstrijd die eraan zit te komen gaat minder over Komrij leren kennen (dat kan allicht beter door naar zijn bloemlezingen te kijken en die na te doen) dan om het genre polemiek ook nu werkzaam te maken en te houden.

Laat een reactie achter