Achter het Achtervoegsel 64

Ik was nog niet geboren toen Theo Oudkerk Pool in 1960 in de Nieuwe Taalgids een – zoals hij het zelf noemde – ‘artikeltje’ publiceerde over neologismen en ontleningen die als beklemtoonde uitgang de klankgroep -ette hebben. De titel van zijn bijdrage was ‘Modinette’. Hoewel dat woord een aantal malen voorkomt in het stuk, speelt het daarin niet echt een hoofdrol. Dat is wel het geval in deze aflevering van Achter het Achtervoegsel.
Broedgast
Met een verwijzing naar de ornithologie onderscheidt Oudkerk Pool bij de -ette-woorden ééndagsgasten, doortrekkers, dwaalgasten, broedgasten en overwinteraars. Voor hem is modinette – toentertijd een hippe term voor ‘confectienaaister’ – een echte broedgast, die met samenstellingen (‘broedsel’) als modinette-school, modinette-opleiding, modinette-lied en modinette-examen ook al voor nageslacht heeft gezorgd.
Oudkerk Pool deelt modinette in bij de categorie woorden die gevormd zijn door van een bestaand Nederlands woord één of meer klanken te elimineren en daarachter het suffix -ette te voegen. Als voorbeelden daarvan noemt hij combinette (combin-atie), hachette (hach-ee) en rollette (roll-ade). Zou dat inderdaad de etymologie van het woord zijn, dan had je eigenlijk mod-e + -ette = modette verwacht.
Op etymologiebank lezen we dan ook een andere etymologie. Het woord modinette zou in 1956 bedacht zijn door een Amsterdams reclamebureau dat zich had laten inspireren door het Franse midinette ‘ateliermeisje’. Oudkerk Pool zelf schrijft in zijn artikel dat G.F. Bosshardt, secretaris van het Sociaal Werkgevers-Verbond voor de Confectie-industrie te Amsterdam, hem had meegedeeld dat het woord modinette verkozen was omdat het duidelijk de relatie met mode benadrukt. Ook de welluidendheid van het woord en de klinker/medeklinker-verdeling hebben bij het keuze van het woord een grote invloed gehad.
Diskrediet
Interessant is de vraag waarom de confectie-industrie ervoor koos het woord modinette te introduceren. In 1956 kan het vakblad De Textielindustrie daar naar eigen zeggen talrijke redenen voor bedenken maar de belangrijkste is wel een groot gebrek aan meisjes in de confectiebedrijven, omdat het beroep van ateliermeisje behoorlijk in diskrediet is geraakt. Alleen al in de Rotterdamse confectie bestond eind jaren vijftig een personeelstekort van ongeveer 500 mensen. Om jonge meisjes warm te laten lopen voor het werk in de confectie-industrie organiseerde de Voorlichtingscommissie Confectiebedrijven Rotterdam een speciale avond. Daarbij werd de term modinette als lokmiddel ingezet:
Met klem werd het woord „modinette” herhaaldelijk uitgesproken. Heel duidelijk werd hierdoor het beroep op een hoger plan gezet, opdat het verschil maar goed naar voren kwam met al die andere beroepen, waar ook zoveel meisjes voor worden gevraagd en waar een gelijk tekort heerst.
Vondst
Op maandag 25 juni 1956 wordt in een krant voor het eerst melding gemaakt van het woord modinette. In het Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde wordt namelijk verslag gedaan van een modeshow die de week daarvoor had plaatsgevonden en waarop onder meer kenbaar werd gemaakt dat vanaf 25 juni naaisters voortaan modinettes genoemd zullen worden.
De benaming naaister was volgens de verslaggever weinig elegant en men heeft jaren lang gezocht naar een aantrekkelijk alternatief. ‘Machinestikster’ is wel overwogen maar die naam was niet van toepassing op alle naaisters:
Nu heeft men een oplossing en een fraaie. Het is een vondst. Nu men deze naam heeft gevonden vraagt men zich af, waarom men er niet eerder op is gekomen. Immers men had daar het voorbeeld van de Franse midinette. De sinds jaar en dag in gebruik zijnde benaming voor de meisjes van de Franse mode-ateliers. Midi-net wil eigenlijk zeggen iemand, die precies om 12 uur naar huis gaat. Het schijnt, dat de midinettes dus wat dat betreft zeer accuraat waren. Mogelijk is er ook een andere oorzaak voor hun naam. In ieder geval is het geen scheldnaam, maar een welluidende aanduiding voor een nuttig beroep.
Het Algemeen Handelsblad besteedt op 30 juni 1956 ook aandacht aan de naamsverandering van naaister naar modinette. In een kort bericht meldt de krant dat de Voorlichtingscommissie der confectiebedrijven in Amsterdam haar gedachten heeft laten gaan over de vervanging van de algemene en weinig zeggende beroepsaanduiding ‘naaister’ door een andere naam, die de waarde van dit beroep beter tot zijn recht doet komen. Na rijp beraad is de keuze gevallen op de naam modinette. (Of de naam modinette bedacht is door een reclamebureau zoals bijna alle bronnen zeggen of toch door deze voorlichtingscommissie van de confectie-industrie is mij niet duidelijk geworden.) Op basis van hun ervaring worden modinettes onderscheiden in vier categorieën. Leerling-naaisters zijn 3e of 4e modinette, een aankomende naaister wordt 2e modinette genoemd terwijl de term 1e modinette gereserveerd is voor een volleerde naaister.
Ettelijke dagbladen maken op 30 juni 1956 melding van deze naamswijziging. De meeste beperken zich tot het geven van de informatie die ook in het Algemeen Handelsblad te vinden is. Een oordeel over de nieuwe naam hebben zij niet, dit in tegenstelling tot Twentsch Dagblad Tubantia. De titel van het artikel over dit onderwerp luidt ‘Van “weinig” naar niets zeggend’ en ook de slotzin ervan laat duidelijk zien hoe de krant denkt over de introductie van modinette: “Een dwaze wijziging, dunkt ons.” De Volkskrant vraagt zich op 2 juli 1956 af of het woord wel levensvatbaar is: “Welluidend is die naam zeker, maar of ze er in gaat?” Exact 70 jaar later kunnen we die vraag met een gerust hart bevestigend beantwoorden.
Over de naamsverandering van naaister naar modinette verscheen in het tijdschrift Burgerrecht; orgaan van het Comité Burgerrecht ter Bestrijding van Overmatige Overheidsdwang het volgende gedicht, geïnspireerd op de zeventiende-eeuwse dichter Jacob Cats:

Nonsens
Niet iedereen had begrip voor de nieuwe titel van de naaister. In een ingezonden brief in het Algemeen Handelsblad van 6 juli 1956 geeft een zekere K. zijn ongenoegen hierover te kennen:
Naaister is een goed Hollands woord dat door een ieder wordt begrepen. Wil men preciseren dan zegt men costuumnaaister. Als er dan toch iets nieuws, iets deftigers, bedacht moet worden dan is ‘modinette’ wel de ongelukkigste keuze. Nederlands is het zeker niet, Frans evenmin. Waar haalt men zulke nonsens vandaan! (Modiste is wel gangbaar maar heeft meer betrekking op vervaardigsters van dameshoeden.) En dan die rangnummering 1 t.m 4. Een slechte beurt voor de voorlichtingscommissie der confectiebedrijven in Amsterdam.
Hoe anders denkt een journalist van het Parool over de nieuwe naam. Op 18 oktober 1956 schrijft deze over de Nederlandse versie van de Parijse midinettes:
het aardige van de Nederlandse variant vind ik, dat het woord mode er op zo’n natuurlijke wijze in is verwerkt. Bovendien klinkt het woord heel lief: probeert u het maar eens hardop, proeft u het maar eens op het puntje van uw tong. Zegt u eerst eens: mo-di-net-te — en dan: ma-chi-ne-stik-ster. O zo. Modinette, een poezele, ronde naam met iets hups, iets vrolijks, iets lichts, wint met vele lengten.
Zwarte Riek
Verder lezen we daar dat Kees Manders, de oudere broer van Tom Manders (‘Dorus’), een ode aan deze meisjes en vrouwen had geschreven, dat ‘Het lied van de Modinette’ werd genoemd. Het werd op plaat gezet door Rika Jansen, met wie hij een relatie had. Bij het grote publiek was Rika beter bekend als Zwarte Riek, die kort tevoren was doorgebroken met de smartlap ‘Mijn wieggie was een stijfselkissie’. Voor ‘Het lied van de Modinette’ werd Zwarte Riek begeleid door een koor van modinettes. Op 22 oktober 1956 waren daarvoor maar liefst 24 modinettes van 16 tot 24 jaar uit het hele land naar Amsterdam getogen. Het bijzondere aan hen was dat zij allen Riek heetten en allen zwart haar hadden! Drie dagen lang kregen zij gelegenheid om de stad te bezichtigen, theaters te bezoeken en te dineren, maar ook om te repeteren.

Op dinsdag 23 oktober werd het lied in de Philipsstudio in Hilversum opgenomen. Het verscheen onder de titel De Modinettes op single en werd een groot succes. Het aanstekelijke lied, dat begon met de versregels: “Wij zijn de meisjes van het confectieatelier. De modinettes, de modinettes”, werd voor het eerst uitgezonden op 18 november 1956 en was daarna bijna dagelijks op de radio te horen. Ook in de daaropvolgende jaren is het – als we kijken naar de programmering in de radiobodes –nog geregeld te beluisteren geweest.
In de oorspronkelijke vorm zal het lied nog bij weinigen bekend zijn, maar er verscheen ook een pastiche – zonder het woord modinettes! Guus Middag refereert eraan in een bijdrage in Onze Taal. Hij vermoedt dat het scabreuze lied “misschien wel afkomstig [is] uit een of andere schunnige dorpsrevue of een andere vorm van carnaval”. Het lijkt erop dat hij het origineel van Zwarte Riek niet kende, want hij rept met geen woord over die versie.

Hoewel de hoogtijdagen van de modinette in de jaren vijftig en zestig liggen – met Modinette-quizzen, Miss Modinette-verkiezingen en uitreikingen van Modinette-ringen – is modinette in de jaren tachtig nog altijd een tamelijk gangbaar woord. Het inspireerde Arthur C. Verkoren in het tijdschrift De tweede ronde in elk geval tot het volgende light verse:
Op een modinette
Een modinette stelt te Elst:
Ik weet wat Veluwzoom behelst.
Wellicht zal het er ooit van komen,
Ook nog de Betuwe te zomen.
In de jaren tachtig verdwijnt de modinette langzaam maar zeker uit Nederland. Van lieverlede wordt de productie van confectiekleding verplaatst naar landen waar slecht betaalde vrouwen onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden snelle mode maken. Zelfs een fraai klinkende beroepsaanduiding als modinette zal daar weinig aan kunnen veranderen.
Laat een reactie achter