• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Wakker worden

1 april 2026 door Marc Kregting 11 Reacties

Jean-Baptiste Oudry (1686–1755) . Le loup et l’agneau. Collectie Louvre

Al enige dagen is op Neerlandistiek een discussie gaande die op mijn zenuwen werkt. Zodanig zelfs dat ik op een gegeven moment een comment meende te moeten plegen, dat ongetwijfeld weer eens te verward was. Dat verdiende en verdient de kwestie niet, dus probeer ik het opnieuw.

Hamvraag is: is het terecht dat Lotfi El Hamidi de titel van zijn recent verschenen boek Stakkers en wolven ontleende aan een ondergangscolumn waarin Komrij anno 1989 op het hoogtepunt van de Rushdie-affaire moslims aangeklaagd had? Biograaf Arie Pos vindt in twee postings van niet en bijna alle, soms door een olijk pseudoniem gedekte, medecommentatoren op Neerlandistiek alsmede een Stichting Vrienden van Gerrit Komrij vallen hem bij. Maar ik denk dat El Hamidi gelijk heeft.

Nu al een grote uitspraak, waar ik graag van wegblijf. Hij lokt namelijk naar een gebied dat me niet weet te boeien. Dat intenties uitspeelt en karaktereigenschappen, en dat zo toerisme faciliteert. Het gebied van de biografie, dat bij Zwagerman omheind werd door een achteraffeminisme en nu bij Pos tot een zuivere ziel. Indien El Hamidi geoordeeld had dat Komrij racistisch of islamofoob was, dan wou ik niet eens meedoen aan zo’n twist.

Volgens mij was zijn centrale stelling echter dat Komrijs vlijmende generaliseringen niet uitzonderlijk waren in het intellectuele klimaat, dat daarna louter is opschoven naar een extremistischer kant die vanzelfsprekend aanvoelt.

El Hamidi heeft een punt, lijkt me zo. En die mening ontwikkelde ik, deelde mijn comment al een beetje onhandig, door studie te doen naar het publieke debat door laaglandse schrijvers vanaf de jaren zeventig. Daarin was Komrij een stamgast en kon hij, in een stijl die volgens velen virtuoos was, zeggen wat hij wilde.

Articuleren

Esthetiek raakte verknoopt met ethiek, bijna onontwarbaar, wat nog paste ook bij Komrijs poëtica van de maskerade. Zelf raakte ik gewend aan, of verdoofd door, zijn verchroomde uitvallen. Toen ik in 2015 Het Atheïstisch Woordenboek las van Paul Cliteur en Dirk Verhofstadt, conform hun eigen keurmerk gemaakt in de traditie van de Verlichting, trof die bijna genotvolle lemmaverzameling me snoeihard. Dus trachtte ik in een poging tot recensie zo afstandelijk mogelijk te formuleren wat me beangstigde aan dat boek – dat kan worden beschouwd als een intellectuele bron en synthese voor extreemrechts.

Pas toen ik mijn recensie duchtig moest herschrijven en contextualiseren en actualiseren voor een groter geheel dat de studie pretendeerde te zijn, en er Komrijs stukken naast legde, vielen me de overeenkomsten op. Het ging niet eens specifiek over de Rushdie-affaire, naar aanleiding waarvan Cliteur en Verhofstadt hun ontgoocheling onderstreepten over hun held Karl Popper die een steunbetuiging niet wilde tekenen. Wel voegde ik toe: ‘Als ik niet zeker wist dat Gerrit Komrij overleden is, zou ik denken dat hij Het Atheïstisch Woordenboek heeft geschreven. Onophoudelijk construeert het tegenstanders uit “de elite” die de status quo zouden bewaren en weigert het de eigen positie te articuleren.’

Dat laatste vind ik inmiddels parmantig, maar ik bedoel ermee dat Cliteur en Verhofstadt en Komrij steeds deden alsof ze tot een onderliggende partij behoorden terwijl ze onophoudelijk hun recht op spreken kregen. Grote media in Nederland en België gaven hun een podium. Zoals de gewraakte ondergangscolumn van Komrij, waar El Hamidi zich op beroept, ‘gewoon’ in NRC stond. Bovendien zou satire ons opvoeden, ons toleranter maken. De vraag wordt dan ook hoe moreel controversieel het allemaal was.

Open doel

El Hamidi ontwaart een normalisering van extreme ideeën, wat Pieter van Os ooit ‘salonpopulisme’ heeft genoemd. Die acceptatie valt ironischerwijs te bewijzen met teksten die in het Neerlandistiek-debat zijn genoemd. Zoals het anti-moslimpamflet De ondergang van Nederland uit 1990 van Mohamed Rasoel. Ook als dit Komrij niet was, zoals Teun van Dijk had beweerd, dan zat de auteur in elk geval diep in de invloedrijke media en verbaast het me niet dat NRC-veteraan Frits Abrahams nu beweert te weten wie achter Rasoel schuilging.

Dat Komrij kort daarna in 1993 de P.C. Hooftprijs kreeg, bevestigt de geringe controversialiteit van zijn gedachtegoed, Temeer daar hij deze onderscheiding niet kreeg als dichter-vertaler of eventueel romanschrijver, maar voor zijn beschouwend proza. Voor de ere-uitgave hierbij, 38 pagina’s groot, werd het polemisch anti-Teun-van-Dijk-materiaal geselecteerd. Volgens Arie Pos zijn Komrijs islamopvattingen echter helderder – en onverdacht— verwoord in de SLAA-lezing ‘Het populisme of de grenzen van de democratie’, gebundeld in Morgen heten we allemaal Ali uit 2010. Alleen al die titel, die verwijst naar een nieuwsfeit dat door de geschiedenis verzwolgen is, zou alle haren te berge hebben doen rijzen tot en met de expliciet ideologische jaren zeventig.

Ik dateer dit zo resoluut, en retorisch, omdat Komrij haar ontleende aan een column die hij in 1980 publiceerde. Pos beroept zich er triomfaal op en zegt dat Komrij er profetisch was. Maar herlees dan zijn esthetische begaafde woorden dat hij in varianten laat wederkeren: ‘(…) een broederlijk verbond tussen machtsuitoefening en mohammedanisering’. In zijn bij mijn weten recentste verweer kan El Hamidi een ander citaat uit de column aanvoeren, als kreeg hij een voorzet voor open doel. Het staat ook maar weer, onder het blijkbaar onproblematische werkwoord ‘islamiseren’, derde betekenis, als voorbeeldcitaat in Van Dale:

zich conformeren aan, zich organiseren volgens islamitische wet- en regelgeving
• sarcastisch «Europa islamiseert. (…) Op een ochtend zullen we wakker worden en allemaal Ali heten.» Gerrit Komrij

Opvoedkundige satire? Of vergis ik me echt, en hoort verder niemand anders Geert Wilders’ helaas legendarische framebegrip uit 2008 ‘islamisering’? En wat betekent het essentialistisch ondergaande Europa daarbij precies? Je hoeft geen godsdienstspecialist te zijn om te weten er in het Noorden meer protestanten zaten die inmiddels grotendeels zijn geseculariseerd, idem dito voor katholieken in het Zuiden terwijl in het Oosten meer orthodox-christenen en plus wat islamieten te vinden waren.

Uitvlooien

Ik besef dat dit allemaal insinuerend blijft. Belgen kennen bijvoorbeeld Paul Cliteur louter van de Vlaams-nationalistische website Doorbraak, maar voor Nederlanders zal de naam meer bijgeluiden wekken. Breng ik de peetvader van Thierry Baudet, en voormalig partijideoloog en senator en nog altijd lid van Forum voor Democratie, werkelijk in verband met Komrij? Sorry, uit mijn studie naar het publieke debat bleek me dat die link geloofwaardig is. Cliteur fulmineert sinds jaar en dag tegen ‘cultuurmarxisme’, waarin Komrij hem, uiteraard half-ironisch, is voorafgegaan.

Dat Cliteurs Atheïstisch Woordenboek-partner Dirk Verhofstadt inmiddels een andere richting uit beweegt, relativeert het toenmalige project niet. Na mijn studie kan ik het niet meer opbrengen om zulke ondernemingen nog in detail uit te vlooien, maar ik heb wel een suggestie waarvoor nijvere en nieuwsgierige onderzoekers makkelijk subsidie zullen krijgen. Een biografie! Ik doel op de fameuze, centrale artistieke kring waarin Komrij verkeerde: de Herenclub. Daarvan was voorzitter Mulisch politiek nogal opgeschoven en begon sympathie te ontwikkelen voor Wilders.

Tot slot. Misschien omdat in het debat Komrijs matige parodie op Marsman werd gecopy-pastet (‘en op alle terreinen / is de stem van de koopman / met zijn ethische krampen / het meest aan het woord’), of misschien door de druk van economisch opportune bemoeials op het hoger onderwijs en sowieso vind ik het begrip ‘leerlijn’ een farce, maar de drie postings op Neerlandistiek over deze kwestie promoten ofwel zelf ofwel in het eerste het beste comment een universitaire schrijfcursus opgehangen aan de verschijning van Komrijs biografie tijdens de volgende Boekenweek. Inclusief badinerende ideeën over het begrip polemiek en een wedstrijd met hulp van hotemetoten. Moge dit ondernemerschap, in de geest van het betreurde eenmansbedrijf, voortaan uit de buurt van ons onderwijs blijven. Wel mag van mij iedereen zijn fantasieën blijven uitleven met zweepjes in kelders vol kaarsen.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 20e eeuw, Gerrit Komrij, letterkunde, Lotfi El Hamidi, polemiek

Lees Interacties

Reacties

  1. Stichting Vrienden van Gerrit Komrij zegt

    1 april 2026 om 10:50

    Een paar vragen komen op (“wakker worden”);
    (1) waaruit leidt u af “dat Komrij deed alsof hij tot een onderliggende partij behoorde”? – wij herkennen dit geenszins; integendeel;
    (2) u stelt dat Komrij de P.C. Hooftprijs wat u betreft niet had mogen krijgen omwille van door u bevonden “gedachtegoed”. Wij herkennen geen enkel “gedachtegoed” en gelukkig leven wij in Nederland waar de P.C. Hooft Jury alsvolgt oordeelde:
    “In het juryrapport wordt Gerrit Komrij geprezen om de brille, het stijlgevoel, het vernuft, de afwisseling en de effectiviteit waarmee hij essays en columns heeft geschreven. Daarmee heeft hij deze genres, in de ogen van de jury, hun intellectuele en subversieve waardigheid teruggegeven en heeft hij zich geplaatst in de rij van Multatuli, Busken Huet en Du Perron. ‘De lading van zijn essays en columns ontstaat uit de wetenschap dat de kunstenaar in een permanent polemische verhouding staat tot de maatschappij.’ Ook is er veel oog voor de literaire kwaliteit, de omvang en de vitaliteit van Komrij’s essayistische oeuvre”.

    Wellicht kan Komrij u zelf inspireren:

    “Een essay heeft toch iets rechtlijnigs, iets van hou-me-vast-ik-heb-een-mening,
    iets van hier sta ik en een held die me wegkrijgt,
    dus laat mij u intussen even haarfijn uitleggen hoe de wereld in elkaar steekt.
    Iets van, godbewaarme, een opinie.
    Iets van, erbarm u onzer, heilige ernst”.
    (De buitenkant, blz. 39)

    https://www.schrijversinfo.nl/komrijgerrit.html

    “Je hebt niets aan ideeën als je ze niet in zekere zin principeloos kunt behandelen,
    er de betrekkelijkheid van kunt inzien.
    Je moet beseffen dat een stel van je principes met elkaar in strijd zijn
    en dat je weliswaar drie mooie principes kunt hebben,
    maar nooit alledrie tegelijk”.

    (Gerrit Komrij, De buitenkant, blz. 138)

    Beantwoorden
  2. Stichting Vrienden van Gerrit Komrij zegt

    1 april 2026 om 11:15

    En, speciaal voor u, nu het op uw zenuwen werkt:

    “Ik heb een heel simpel wereldbeeld.
    Ik hang geen religie, ideologie of opvatting aan,
    behalve die dat de mens vrij is om te denken wat hij wil.
    En dat de mens – in mijn geval vooral de schrijver –
    vrij is nu eens dit en dan weer dat te denken,
    er twee verschillende meningen over één onderwerp op na te houden.
    Je hebt toch niet iedere dag trek in hetzelfde?
    Ik trek een mening aan zoals een vrouw een avondjapon aantrekt.
    Ik trek een mening aan die bij mijn stemming past”.

    (Gerrit Komrij, De buitenkant, blz. 79)

    Beantwoorden
    • Gijs Koorevaar zegt

      1 april 2026 om 12:06

      Ik heb aardig wat Komrij gelezen, en daar ook wel van genoten. Ik wil niemand cancellen, hoor.

      Toch gaat die onophoudende ironie wel irriteren, bij mij althans. Is het bewonderenswaardig dat Komrij zijn eigen standpunten zo superieur kan relativeren? Is de weigering om een standpunt in te nemen waar je op aangesproken kan worden niet gewoon angsthazerij?

      Het lijkt mij hoe dan ook een zeer effectieve dooddoener. Als niemand meent wat hij zegt is er geen discussie mogelijk. Dan kunnen we net zo goed in het luchtledige voor ons uit kletsen. Dat noem ik geen polemiek.

      Beantwoorden
  3. Wim Van Loo zegt

    1 april 2026 om 12:27

    “… ik bedoel ermee dat Cliteur en Verhofstadt en Komrij steeds deden alsof ze tot een onderliggende partij behoorden terwijl ze onophoudelijk hun recht op spreken kregen. Grote media in Nederland en België gaven hun een podium.’ Los van deze casus: dat is toch geen contradictie? Je mag toch hopen dat ook “onderliggende partijen” recht van spreken en een podium krijgen? En omgekeerd betekent het toch niet dat wie recht van spreken en een podium krijgt, geen onderliggende partij kan zijn? Gerrit Krol pleitte ooit voor de doodstraf: dat hij daarvoor een podium kreeg (o.a. bij zijn uitgeverij en in Vrij Nederland) betekent ipso facto toch niet dat hij geen minderheidsopinie verdedigde? Het betekent waarschijnlijk wel dat hij intussen genoeg symbolisch kapitaal had opgebouwd om met zo’n aan een taboe grenzende opinie weg te komen. (Ook Komrij had overigens massa’s symbolisch kapitaal.) Het hangt er ook maar van af in welke contexten je de onderliggende partij bent. Een columnist die nu zou pleiten voor een onmiddellijke migratiestop vertolkt waarschijnlijk geen meerderheidsstandpunt, maar toch een breed gedragen opinie, terwijl hij in academische kringen en bij NRC- en Volkskrantlezers wél tot een kleine minderheid zou behoren.

    Beantwoorden
  4. Huub Beurskens zegt

    1 april 2026 om 12:54

    Of Marc Kregting hier beweert dat Gerrit Komrij de P.C. Hooftprijs niet had mogen krijgen omwille van zijn ‘gedachtegoed’, zoals Stichting Vrienden van Gerrit Komrij meent, waag ik te betwijfelen. En uiteraard heeft hij die prijs juist gekregen vanwege zijn literair polemische briljantie. Hij kon er wat van!
    Zo staat me levendig een met stilistische brille geschreven stuk voor de geest over een roman van een Vlaamse schrijfster, waarin de grote polemist zich al meteen eloquent introduceert met het dubbelzinnige gebruik van het woord ‘gleuf ’ in de allereerste zin, en waarin het vervolgens heet dat de schrijfster op de omslagfoto eruit ziet ‘als een soort oppertrol’, voorts als een ‘poeslieve gifmengster’, waarna de volgende, artistiek prangende vragen worden gesteld: ‘Hoe krijgt een trol zo’n dik boek vol?’ en ‘Zou het mens paardentanden hebben?’

    Beantwoorden
    • Stichting Vrienden van Gerrit Komrij zegt

      1 april 2026 om 13:27

      Marc Kregting beweert:
      “Dat Komrij kort daarna in 1993 de P.C. Hooftprijs kreeg, bevestigt de geringe controversialiteit van zijn gedachtegoed. Temeer daar hij deze onderscheiding niet kreeg als dichter-vertaler of eventueel romanschrijver, maar voor zijn beschouwend proza”.
      Afgezien van het feit dat wij menen dat Gerrit Komrij niet op een specifiek gedachtegoed betrapt kan worden (zie citaten hierboven) en dat de P.C. Hooft Jury het heeft over “literaire kwaliteit en vitaliteit” alsmede “heeft deze genres hun intellectuele en subversieve waardigheid teruggegeven”, lezen wij dat de heer Kregting wel gedachtegoed meent ontdekt te hebben dat hij controversieel vindt.
      Daaruit volgt dat de heer Kregting commentaar heeft op de toekenning van de P.C. Hooftprijs aan Gerrit Komrij.
      De prijs is uitgereikt tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Literatuurmuseum (toen nog Letterkundig Museum), op 21 mei 1993, de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647), onze grootste renaissancedichter.
      Het dankwoord door Gerrit Komrij is te vinden in Gerrit Komrij P.C Hooft-prijs 1993, uitgegeven door de Stichting P.C. Hooft-prijs en De Arbeiderspers.

      Beantwoorden
  5. Stichting Vrienden van Gerrit Komrij zegt

    1 april 2026 om 12:57

    “Zonder speelse levenshouding verliezen we beschaving, waarschuwde Johan Huizinga in zijn boek Homo Ludens uit 1938. Spel vraagt om samenwerking, spel is een uitnodiging tot relativeren, spelen is een kenmerk van vrijheid en is alleen al daarom een onontbeerlijk element van een gezonde samenleving. Huizinga zag in zijn tijd – vlak voor de Tweede Wereldoorlog – het tegenovergestelde gebeuren: hang naar sensatiezucht en gemakkelijk te verteren meningen, een gebrek aan humor en onverdraagzaamheid tegenover groepsgenoten.

    Is er ruimte voor het spel in een samenleving waarin doelmatigheid koning is? Hoe spelen wij? Kunnen we de fluïditeit en dubbelzinnigheid van het spel nog accepteren? Welke rol spelen valsspelers en spelbrekers? En mag je nog spelen met je vijanden? In krap een uur onderzoekt presentator Arnon Grunberg deze vragen met Vlaamse en Nederlandse denkers”:

    https://npo.nl/luister/podcasts/179-het-filosofisch-kwintet/116032

    Beantwoorden
    • Robert Walter Joseph Kruzdlo zegt

      1 april 2026 om 14:15

      Johan Huizinga had het óók over ‘spelbrekers’ die het spel niet willen meespelen omdat er beteren spelen zijn. De illusie van het spel – Ik trek een mening aan zoals een vrouw een avondjapon aantrekt – verwerpen, is géén valsspelers. En…, waar komt het spel vandaan? Daarover heeft Huizinga nooit over nagedacht. Ik moet het opzoeken maar Huizinga was echt geen man om de spelen van nu.

      Beantwoorden
      • Robert Walter Joseph Kruzdlo zegt

        1 april 2026 om 14:45

        De grote boosdoener is de spelbreker. Ook hier. De apostaat, de ketter, de revolutionair! Spelbederf – ook hier – zoekt de spelende mens naar nieuwe vormen, andere vormen, wisselend om telkens een ander leven te tekenen. En dat naar zijn beste vermogen. Einde Homo Ludens.

        Beantwoorden
  6. Eric Schneyderberg zegt

    1 april 2026 om 13:24

    Inmiddels ook wakker geworden las ik het volgende:

    “[…] en bijna alle, soms door een olijk pseudoniem gedekte, medecommentatoren op Neerlandistiek alsmede een Stichting Vrienden van Gerrit Komrij vallen [Arie Pos] bij.”

    In de veronderstelling dat ik die “olijkerd” ben, en in de wetenschap dat dat “pseudoniem” een waanbeeld is van een zich als Komrij-kloek gedragend, links en rechts in kuiten pikkend bestuurslid van een obscure stichting, merk ik het volgende op:

    Het ging in deze “discussie” in eerste instantie niet om de vraag wie er gelijk heeft, Pos of El Hamidi: het ging om de vraag of de laatstgenoemde reputatieschade heeft toegebracht aan het fenomeen Gerrit Komrij.

    Daarop is naar mijn idee maar één antwoord mogelijk, en dat is:

    Nee, Gerrit Komrij heeft dit allemaal aan zichzelf te danken.

    Als er al sprake zou zijn van schade, dan is deze inmiddels toegebracht door de iets te fanatieke en iets te arrogante acties en reacties van de heer Arie Pos.

    Wat de rest aangaat is deze discussie – u had het al begrepen – voor mij een paar maatjes te groot.

    Beantwoorden
  7. Ronald V. zegt

    1 april 2026 om 14:47

    Vriend van Komrij?

    Ik herinner mij dat Komrij ooit fulmineerde tegen beeldende-kunstrecensies omdat ze bol stonden van holle abacadabra. Een goed punt van hem. Vervolgens ging hij zelf beeldende-kunstrecensies schrijven en weldra bezigde hij daarin ook abacadabra en stopte toen maar met zulke recensies. Of mijn herinnering helemaal klopt, is uiteraard de vraag.

    Dus nee, Komrij is voor mij geen heilige. Wel iemand die af en toe op verantwoorde en goed verwoorde wijze zijn vingers wellustig en diep drukte op etterende, kwalijk riekende wonden in de cultuur. Komrij was mijns inziens geen echte intellectueel maar wel dikwijls een zeer leesbare literaire en karaktervolle polemist.

    Komrij’s boekje over het christelijk geloof vond ik wat slapjes.

    Ik ben dus geen echte Vriend van Komrij. En wellicht hield Komrij zelf ook niet van Vrienden met een beginhoofdletter. Maar ik wil toch wel opmerken dat die Stichting Vrienden van Gerrit Komrij met verve en brille haar zaak voor het voetlicht brengt en verdedigt. Misschien zou Komrij toch een beetje en met de nodige ironie van die Stichting hebben gehouden en genoten.

    De hele kwestie draait mijns inziens om het vrije woord. In hoeverre staat de islam het vrije woord toe? En als je bedenkingen hebt of de islam het vrije woord wel hoogacht, dan ben je nog geen islamofoob in pejoratieve onderbuiklinkse zin. Afkeer van en vrees voor een onverlichte islam is wellicht zeer gezonde islamofobie zonder connotaties van extreem rechts, uitermate bekrompen, rabiaat racistisch en dergelijke.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Robert Walter Joseph KruzdloReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Nico Scheepmaker • Ik ben het moe een mens te zijn

De tarwebloem is nooit verliefd
op ’t onweer of de dageraad;
zij kent alleen het leven sec
en denkt er nauwelijks over na.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Agenda

12 juni 2026: LitLab jubileumdag 2026

12 juni 2026: LitLab jubileumdag 2026

1 april 2026

➔ Lees meer
8 april 2026: Symposium Japanse literatuur in vertaling

8 april 2026: Symposium Japanse literatuur in vertaling

1 april 2026

➔ Lees meer
4 april 2026: Finissage-lezingen over Jan Walravens

4 april 2026: Finissage-lezingen over Jan Walravens

31 maart 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1996 Toon Cohen
➔ Neerlandicikalender

Media

Historische Klassiekers: Juliana de Lannoy

Historische Klassiekers: Juliana de Lannoy

1 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
SteedsDink met LitNet Akademies: Marni Bonthuys oor haar akademiese navorsing

SteedsDink met LitNet Akademies: Marni Bonthuys oor haar akademiese navorsing

30 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Arrival of The Strangers

Arrival of The Strangers

30 maart 2026 Door Christopher Joby 1 Reactie

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d