
Gisteren werden we opgeschrikt door het bericht dat Wiljan van den Akker is overleden. Wat een misstand, dacht ik, daar moet ik samen met Wiljan tegen protesteren.
Een paar maanden geleden was ik bij hem thuis. Binnen de kortste keren stonden we gebogen over Wiljans weegschaal in de badkamer. In zijn podcast had Adriaan van Dis gezegd dat de poëziegeschiedenis Een nieuw geluid maar liefst twee kilo woog. Wiljan geloofde dat niet, en dacht dat het boek veel lichter was. We legden Een nieuw geluid op de personenweegschaal. Het woog bijna precies twee kilo. “Empirisch onderzoek!” stelde Wiljan tevreden vast.
Het schrijven van die dikke geschiedenis van de vroegtwintigste-eeuwse Nederlandse poëzie, samen met GIllis Dorleijn, was maar één van de vele activiteiten die Wiljan van den Akker in zijn leven had ondernomen. Hij was actief als bestuurder in Utrecht en bij de KNAW, hij publiceerde edities van uiteenlopende dichters en schrijvers als Nijhoff en Reve – bij mijn weten was hij het laatste jaar nog met de laatste schrijver bezig –, hij schreef zelf gedichten en een roman, en hij zat in allerlei jury’s en stichtingen.
Editeren
Hij belde mij de laatste jaren vaak op als ik hier op Neerlandistiek een opruiend stukje over het universitair of het landsbestuur had geschreven om mij dan uitvoerig toe te lichten waarom ik volkomen gelijk had, en anderzijds te vertellen dat het altijd al een ellende was geweest en het nooit meer beter zou worden.
Toen ik in 2024 uitlegde dat ik de hoofdredactie een tijdje moest neerleggen om geld te zoeken voor het voortbestaan van het tijdschrift, belde hij weer, en bood een paar elegante oplossingen die er voor zorgden dat we voorlopig uit de brand zijn. Dat alles gebeurde in niet de gelukkigste periode van zijn leven – zijn vrouw lag op sterven en zelf was hij er in allerlei opzichten ook niet best aan toe. Toch ging het als ik wel eens bij hem langs ging binnen de kortste keren over alles wat er mis was in de wereld en op de universiteit, en alles wat het leven toch nog de moeite waard maakte.
De laatste tijd was Wiljan blijkens zijn Facebook-account weer aan het dichten en aan het lezen en een beetje aan het editeren. We zullen hem missen, ik zal hem missen. Voor wie zou ik nu nog opruiende stukjes schrijven?
Laat een reactie achter