• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Mijntaal

21 november 2015 door Redactie Neder-L Reageer

Door Leonie Cornips

In het Jaar van de Mijnen is tot nu toe weinig aandacht besteed aan hoe de Oostelijke Mijnstreek talig veranderde door de vele mijnwerkers van elders. Een journalist van het socialistisch Dagblad Het Volk noteert in 1917 over Heerlen: ‘De huizen, de menschen, heel de sfeer doet on-Hollandsch aan… Allerlei vreemde typen loopen er rond en men hoort een mengelmoes van talen en dialecten om zich heen’. Die talen zijn naast Duits zeker Pools, Sloveens en Italiaans omdat deze nieuwkomers hun eigen scholen stichtten. De onderwijzeres Maria Azman onderwees in 1929 het Sloveens aan 329 kinderen in elf verschillende plaatsen in de Mijnstreek. Op de Poolse school, opgericht in 1929, gebruikten Poolse onderwijzers Pools in alle vakken en de lessen in het Italiaans op de Italiaanse school (vanaf 1932) waren volledig op Italië gericht. De bevolkingssamenstelling van Heerlen laat in 1930 dan ook relatief veel Polen en Slovenen zien: Nederlanders (36.563), Duitsers (6.253), Polen (1.209), Slovenen (789) en Italianen (226).

Hoe de mijnwerkers in de voormalige Oostelijke Mijnstreek ondergronds spraken, is wat giswerk.

Er was geen taalbeleid voor het ondergrondse werk. Gek genoeg heb ik tijdens de vele gesprekken met ex-mijnwerkers eind jaren tachtig nooit gevraagd wat zij nu ondergronds spraken. Zij vertelden wel spontaan dat ze een Limburgs dialect gebruikten. Een beambte die verantwoordelijk was voor het wervingsbeleid van de mijn in het buitenland vertelt in 1989: “Nou we hadden wel verschillende nationaliteiten (…) en dat gaf ook wel problemen. Ja eh taalcursusjes werden gegeven, ik geloof zelfs van de arbeidsbureaus uit ook, dat weet ik niet. Maar ik weet zeker van de bedrijven uit werden taalcursussen [gegeven] voor die mensen die werden opgevangen in die gezellenhuizen dat ze zich niet al te veel verveelden”.


De mijnwerkersterminologie is volgens de dialectologen Ton van de Wijngaard en Herman Crompvoets uit een mengelmoes van Frans, Waals, Nederlands en Duits ontstaan waarin later vooral het Duits overheersend was. In het begin leerden opzichters hun vakterminologie aan de mijnschool in het Duitse Bardenburg die later naar Aken verhuisde. Heerlen kreeg pas een eigen mijnbouwschool in 1913. Alleen in Kerkrade met zijn Domaniale mijn waar al veel eerder Limburgers in de mijn werkten, is de mijnwerkersterminologie wat meer door het dialect beïnvloed. Zo geeft Jo Bischoff in 1986 een woordenlijst uit die gebaseerd is op de kennis van een Kerkraadse mijnwerker M.J. Busch die op de Dominiaal werkte. Smering van de luchtkokers heette ‘kiette’, springstof ‘jesjos’, de lengte van de gotentoer ‘roetsje-toeër en als je ontslag kreeg, was er sprake van ‘der püs krieje’. ‘Boots’ was de Kerkraadse benaming voor meester-houwer.

Maar het Duits verloor meer terrein, vooral na de Tweede Wereldoorlog toen men de mijnwerkersgroet ‘glück auf’ op verschillende mijnen wilden boycotten. In 1952 stelde de Centrale Taalcommissie voor de Techniek een woordenlijst samen over de mijnbouwkunde waarin zij de mijntaal van germanismen probeerden te zuiveren: ‘dak’ in plaats van het ‘hangende’ en ‘winning’ in plaats van ‘afbouw’. In 1963 komt ongeveer 90 procent van de ingenieurs niet uit Limburg en velen daarvan uit Holland. Het Duits en dialect heeft toen nog meer plaatsgemaakt voor het Hollands. Maar veel vroeger in die eeuw was de toon al gezet voor een manier van spreken die men Koelhollendsj noemt: ‘Sjen, ga eens met de pietsjlamp kijken of de tankeldraad nog op de sjurgskar ligt en vergeet niet het veke toe te maken’. Dat Koelhollendsj leent zich nu na zoveel jaren mijnsluiting uitstekend voor carnavalesk plezier en lokale saamhorigheid. De Heerlense Demi-Sec zegt het zo op Facebook: ‘Tuupe, we gaan morge middag een clipje opneeme voor op Jijtuup te zette. Beetje zeik bouwe in de sjtad, in de Sarool of zoo.’

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: columns Leonie Cornips, dialecten, jargon, Limburgs, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johannes Antonides van der Goes • Aan juffrouw Suzanna Bormans, ziek zijnde

Waar is dat blozend rood geweken,
Dat aangename rozebloed,
’t Geen eedle zielen kon ontsteken,
Om uwe waarde, in minnegloed?

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1992 Theo Weevers
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d