
Volgens de voornaamkundige Gerrit Bloothooft is Friesland de Nederlandse provincie met de meest afwijkende voornaamkeuze. Dat zal verband houden met het feit dat er ook veel meer Friese dan Nedersaksische, Limburgse of Brabantse namen zijn. In een artikel in het Journal of Germanic Linguistics beschrijven Geert Booij en Willem Visser één manier waarop de omvang van de Friese namenschat in stand blijft.
Veel namen komen in drie versies:
- Jouke (m) – Joukje (v) – Jouk (v)
- Hille (m) – Hiltsje (v) – Hil (v)
- Wobbe (m) – Wopke (m) – Wop (m)
De m betekent hier dat het een typische mannennaam is, en de v dat het juist gaat om een vrouwennaam. Verkleinwoordvorming is dus een manier om van een mannennaam een vrouwennaam te maken; het Nederlands heeft die traditie – je kunt natuurlijk discussiëren over de vraag wat voor seksisme hier een rol heeft gespeeld – ook lang gehad: Janneke en Koosje zijn ook typische vrouwennamen.
Verklaren
Maar daarnaast is zijn er dus ook nog korte namen. Opvallend is dat de korte naam altijd een persoon met hetzelfde gender aanduidt als de verkleinnaam, niet als de basisnaam. Jouk is een vrouw, net als Joukje, en geen man zoals Jouke. Dat wijst erop, zeggen Booij en Visser, dat die korte namen zijn afgeleid van de verkleinwoordvormen door de uitgang van het verkleinwoord weg te laten. Een naam zoals Jouk heeft dus een behoorlijke omweg gemaakt:
- Aan Jouke werd de verkleinwoordsuitgang je toegevoegd, en daarbij verdween de slot-e van Jouke: Jouk-je
- Vervolgens wordt je weer van Joukje afgehaald.
Toch is die omweg nodig, zeggen Booij en Visser, en kunnen we niet zeggen dat Jouk simpelweg ontstaan is uit Jouke door de e weg te laten. In de eerste plaats kunnen we zo natuurlijk niet verklaren waarom de korte namen en de verkleinwoordnamen altijd hetzelfde gender hebben, maar er zijn meer argumenten.
Achtervoegsel
Soms zijn er bijvoorbeeld zelfs viertallen:
- Ele – Eelke – Eelkje –Eel – Eelk
- Wobbe – Wopke – Wopkje – Wop – Wopk
In deze gevallen worden er eerst van de mannennamen Ele en Wobbe nieuwe mannennamen in de verkleinvorm Eelke en Wopke gemaakt. Daarna kun je daar weer vrouwennamen van maken door deze namen nog een keer te verkleinen: Eelkje en Wopkje zijn vrouwen. Nu kun je van de mannennamen Eel en Wop maken door –ke weg te laten, en van de vrouwennamen Eelk en Wopk door je weg te laten. Belangrijk daarbij is, zeggen Visser en Booij, dat er geen gewone Friese namen zijn die eindigen op een lange klinker (zoals ee) en dan lk, of op pk. Zulke namen kunnen dus alleen ontstaan met zo’n enorme omweg van eerst twee keer een verkleinwoord maken, en dan het laatste achtervoegsel weglaten.
Ook interessant is wat er met klinkers gebeurt. In het Fries zorgt verkleining vaak voor klinkerverkorting of -verandering. Die verandering blijft zichtbaar, zelfs als het verkleiningsachtervoegsel later weer verdwijnt.
Bijvoorbeeld:
- Klaas → Klaske → Klas
- Sjoerd → Sjurdsje → Sjurd
De korte naam (Klas, Sjurd) behoudt precies de klinker die typisch is voor de verkleinvorm.
Stoer
Een intrigerend argument is ook dat de verkorte (vrouwen)namen een bijzondere gebruikswaarde hebben – ze voelen als enigszins stoer aan. Ze citeren daarvoor oudere bronnen, maar ook een interview met de politica Lutz Jacobi van een paar jaar geleden:
Doe’t ik in jier of sechstjin, santjin wie, hie ik in freondinne dy’t Wietske hjitte. Op in dei hawwe wy besletten om úsels net mear Wietske en Lutske te neamen, mar Wietz en Lutz, dat fûnen wy stoerder. (De Nije, december 2018)
[Toen ik een jaar of zestien, zeventien was, had ik een vriendin die Wietske heette. Op een dag besloten we onszelf niet langer Wietske en Lutske te noemen, maar Wietz en Lutz; dat vonden we stoerder.]

Laat een reactie achter